Verbeeld je even dat je de leider bent van een land. Laten we zeggen dat één  van je grootste prioriteiten is om je burgers te voorzien van hoogwaardige gezondheidszorg. Hoe zou je dat aanpakken? Meer ziekenhuizen bouwen? Meer medische colleges oprichten? Investeren in klinische innovatie? Maar wat als het gezondheidssysteem  van je land fundamenteel kapot is? Of het nu gaat  om ziekteverzuim door artsen, tekort aan geneesmiddelen  of slechte kwaliteit van de zorg. Waar zou je dan beginnen? Ik ben een managementconsultant en de laatste drie jaar werk ik aan een project om het systeem voor de volksgezondheid  te verbeteren van Rajasthan, een staat in India. In de loop van het project ontdekten we iets fundamenteels. Meer artsen, betere faciliteiten  en klinische innovatie -- ze zijn allemaal belangrijk. Maar er verandert niets  zonder één belangrijk ingrediënt: motivatie. Maar motivatie is een lastig ding. Als je ooit een team leidde,  een kind opvoedde of een gewoonte wilde veranderen, weet je dat motivatie niet vanzelf komt. Er moet iets veranderen  om je erbij te betrekken. Als er één ding is waar wij mensen  allemaal over inzitten, is het wel een aangeboren verlangen  om uit te blinken in de samenleving. Dus is dat precies wat we deden. We besloten ons te concentreren op de burger: de mensen die het systeem  in de eerste plaats moest dienen. Vandaag wil ik jullie graag vertellen hoe Rajasthan de openbare gezondheidszorg  drastisch heeft getransformeerd door met behulp van de burger  de motivatie te activeren. Rajasthan is een van de grootste staten van India, met een bevolking van bijna 80 miljoen. Dat is groter dan het Verenigd Koninkrijk. Maar daar houdt de overeenkomst  waarschijnlijk wel op. Toen in 2016 mijn team erbij werd gehaald om aan de slag te gaan met het publieke  gezondheidssysteem van Rajasthan, vonden we het in staat van crisis. Zo was bijvoorbeeld het neonatale sterftecijfer -- dat is het aantal pasgeborenen  dat overlijdt vóór ze een maand zijn -- 10 keer hoger dan dat  van het Verenigd Koninkrijk. Geen wonder dat de burgers zeiden: "Hè, ik wil niet  naar een openbare kliniek." Als je in India een arts wilde zien  in een openbare kliniek, moest je naar een ‘phc’  of ‘primary health center’. Ten minste 40 patiënten per dag  komen naar verwachting naar een phc. Maar in Rajasthan  zag slechts één op de vier phc's dit minimum aantal patiënten. Met andere woorden, mensen hadden geen vertrouwen meer in het systeem. Als we dieper groeven, realiseerden we ons dat het lag  aan gebrek aan verantwoordelijkheid. Stel je dit voor. Sudha, een gemiddelde kostwinner, ziet dat haar één jaar oude dochter aan oncontroleerbare dysenterie lijdt. Dus besluit ze om de dag vrij te nemen. Dat betekent een verlies  van ongeveer 350 roepies, of vijf dollar. Ze neemt haar dochter in haar armen en loopt de vijf kilometer  naar de phc van de overheid. Maar de dokter is er niet. Dus neemt ze de volgende dag opnieuw vrij en komt terug naar de phc. Dit keer is de arts er, maar de apotheker vertelt haar dat de gratis medicijnen,  waar ze recht op had, op zijn, omdat ze zijn vergeten  ze tijdig bij te bestellen. Dus spoedt ze zich nu naar het privé medisch centrum, en terwijl ze zich haast, ziet ze de toestand van haar dochter  uur na uur verslechteren. Ze kan niet anders dan zich afvragen of ze niet beter gelijk naar het privé medisch centrum was gegaan en 350 roepies had betaald voor raadpleging en medicijnen. Niemand wordt verantwoordelijk gehouden voor dit ongelooflijke  falen van het systeem. Dat betekent tijd, geld  en hartzeer voor Sudha. Dit was iets dat moest worden rechtgezet. Net als alle goede adviseurs besloten we dat op feiten  gebaseerde beoordelingen het antwoord moesten zijn  om te zorgen voor meer verantwoording. Dus maakten we mooie prestatieschema’s om de beoordelingsvergaderingen  van het ministerie van volksgezondheid veel effectiever te maken. Maar niets veranderde. Overleg na overleg, vergadering na vergadering, niets veranderde. En toen viel het me te binnen. Openbare systemen werden altijd bestuurd  door middel van interne mechanismen, zoals nazichtsvergaderingen. Na verloop van tijd verwaterde hun verantwoordelijkheid  ten opzichte van de burger. Waarom niet de burger  terug in de vergelijking opnemen, misschien met behulp van burgerbeloften? Zou dat de motivatie niet kunnen verhogen? We begonnen met wat ik graag noem de coffeeshopstrategie. Je zag waarschijnlijk al eens deze reclame in een coffeeshop, waarop staat: "Krijg je je ontvangstbewijs niet,  dan is de koffie gratis." Nu kan de kassier niet anders dan je elke keer je ontvangstbewijs geven. We namen deze strategie over en pasten ze toe op Rajasthan. We werkten met de overheid aan een programma om de 300 phc’s  in het hele land te doen herleven. We lieten ze heel duidelijk  de burgerbeloften op de muur schilderen. "Wij verzekeren je dat je elke keer een arts krijgt." "Wij verzekeren je dat je elke keer je gratis medicijnen krijgt." "Wij verzekeren je dat je elke keer  je gratis diagnose krijgt." En als laatste werkten we  met gekozen vertegenwoordigers om de nieuw leven ingeblazen  phc’s te lanceren en de burgerbeloften aan de gemeenschap met veel fanfare aan te kondigden. Nu stond de belofte daar  voor iedereen te zien. Mislukken zou gênant zijn. Het systeem moest beginnen te leveren. En leveren deed het. De artsenbeschikbaarheid ging omhoog, de geneesmiddelen waren er en als resultaat stegen de patiëntbezoeken met 20%  in minder dan een jaar. Het openbare gezondheidssysteem  kwam weer op gang. Maar er was nog een lange weg te gaan. Veranderen is niet zo eenvoudig. Een gefrustreerde dokter vertelde me eens: "Ik wil echt de gezondheid van moeders  in mijn gemeenschap verbeteren, maar ik heb niet genoeg verpleegkundigen." Nu wordt de beschikbaarheid van verpleegkundigen in feite gecontroleerd  door bestuursambtenaren waar de artsen aan rapporteren. Nu de artsen gemotiveerd waren, waren de administratieve beambten  gewoon nog niet genoeg gemotiveerd om de artsen te helpen. Daarvoor kwam het hoofd  van de afdeling volksgezondheid, Ms. Veenu Gupta, op een briljant idee. Een maandelijkse ranglijst  van alle districten. Deze rangschikking zou de prestaties  van elk district beoordelen voor elke belangrijke ziekte en elke belangrijke procedure. Maar hier komt het beste deel. We maakten de rangschikking publiek. We zetten de rangschikking op de website, we zetten de rangschikking  op de sociale media en voordat je het wist,  werden de media erin betrokken met krantenartikelen  over welke districten het goed deden en welke niet. We wilden niet dat de rangschikkingen alleen de besten  en de slechtsten eruit haalden. We wilden met de ranglijst  elk district motiveren. We haalden onze inspiratie  uit de voetbalcompetities en creëerden een drievoudige rangschikking, waarbij je elk kwartaal, als de prestaties van je district afnamen, naar een lagere categorie kon zakken. Maar als de prestaties  van het district verbeterden, kon je bevorderd worden  naar de Eredivisie. De rangschikkingen waren een groot succes. Ze genereerden een enorm enthousiasme en de districten begonnen met elkaar  te wedijveren om vooraan te staan. Het is eigenlijk heel simpel,  als je erover nadenkt. Als je prestaties door je manager  alleen intern worden beoordeeld, is dat gewoon niet motiverend genoeg. Maar als de gegevens voor iedereen zijn in te kijken, is het een heel ander verhaal. Dat roept een competitieve geest op die inherent is aan ieder van ons. Wanneer je nu die twee samenbrengt, de coffeeshopstrategie  en de openbare concurrentie, krijg je een openbare gezondheidszorg die significant meer geeft om de verbetering  van de gezondheid van de burger. Een meer gemotiveerd systeem  van gezondheidszorg is eigenlijk een systeem dat  veel geschikter is om steun te krijgen. Want nu zijn er redenen voor ondersteuning, of het nu gaat om middelen, data of ontwikkeling van vaardigheden. Laat me een voorbeeld geven. Ik woonde ooit een bijeenkomst bij in het Ajmer district. Dit is een van de districten die snel stegen in het klassement. Een groep gepassioneerde artsen discussieerde over ideeën  over hoe hun teams beter te ondersteunen. Een van de artsen had bijgeschoolde gezondheidswerkers om het probleem van een tekort  aan verpleegkundigen aan te pakken. Een andere arts gebruikte WhatsApp  op creatieve manieren om informatie en ideeën uit te wisselen  met zijn frontlijnwerkers. Zoals: Waar zitten de kinderen  die niet naar de vaccinaties komen? Hoe overtuig je de moeders om hun kinderen te laten vaccineren? Omdat hun teams  nu veel gemotiveerder waren, verhoogden ze hun inzet, omdat ze beter en beter wilden presteren. Gebroken systemen hebben zeker  meer middelen en instrumenten nodig. Maar het zal niet veel uithalen als je niet eerst de motivatie versterkt. Pas als het motivatietij begint te keren, halen middelen  en instrumenten echt wat uit. Maar ik heb nog steeds  een belangrijke vraag niet beantwoord. Wat gebeurde er met de prestaties van het systeem  van volksgezondheid in Rajasthan? Toen in 2016 ons werk begon, publiceerden de regering van India en de Wereldbank een volksgezondheidsindex. Rajasthan werd als 20ste gerangschikt  van de 21 grote staten. Maar in 2018, toen de volgende ranking kwam, toonde Rajasthan  een van de hoogste verbeteringen van alle grote staten in India, en sprong vier posities naar boven. Zo vertoonde het bijvoorbeeld  een van de hoogste dalingen aan neonatale sterfte, met 3.000 extra geredde  pasgeboren levens per jaar. Meestal duren veranderingen  in de volksgezondheid lang, zelfs tientallen jaren. Maar deze aanpak leverde resultaat op in twee jaar. Maar hier komt het beste deel. Er is eigenlijk niets specifiek voor Rajasthan aan wat we leerden. Deze aanpak om de burger te gebruiken om de motivatie te activeren, is zelfs niet beperkt  tot de openbare gezondheidszorg. Ik geloof oprecht  dat als een openbaar systeem in welk land dan ook wegzakt in inertie, we de motivatie moeten opkrikken. Een geweldige manier  om de motivatie te activeren is de transparantie  voor de burger te vergroten. We kunnen dit doen met onderwijs, het verbeteren van het proces en zelfs met politieke vertegenwoordiging. Overheidsscholen kunnen  openbaar concurreren op basis van studentenaantallen. Steden en gemeenten op basis van netheid. Politici op basis van een score over hoe ze precies  het leven van de burger verbeteren. Er zijn in de wereld  veel gebroken systemen. We moeten hun motivatie terugbrengen. De burger zit erop te wachten. We moeten nu handelen. Veel dank. (Applaus) 
