Mensen bouwen graag muren. Heb je dat ook al gemerkt? We bouwen muren voor alles: als schuilplaats, als bescherming, voor onze privacy. In de laatste 70 jaar is het aantal barrières tussen landen verdubbeld. Momenteel zijn er meer muren dan op het einde van de Tweede Wereldoorlog, meer dan tijdens de Koude Oorlog. 
Toen ik opgroeide in Duitsland, voelde de val van de Berlijnse Muur als het begin van een nieuwe wereld, een wereld zonder barrières. Maar sinds de aanvallen van 11 september is het aantal gebouwde muren enorm toegenomen. Sindsdien is het aantal verdubbeld, met ongeveer 30 nieuwe structuren die gebouwd of gepland zijn. Muren en hekken worden vaak gebouwd met het oog op veiligheid, veiligheid tegenover een andere groep mensen, tegenover misdaad en illegale handel. Maar muren en hekken geven ons enkel een gevoel van veiligheid, wat niet hetzelfde is als echte veiligheid. Ook al geven ze ons misschien een veilig gevoel, ze kunnen ons niet echt beschermen. 
In plaats daarvan doen ze iets anders: ze zorgen voor een scheiding. Ze creëren een 'wij' en een 'zij'. Ze creëren een vijand. Muren doen ons een tweede muur bouwen in ons hoofd, een mentale muur. En die mentale muren maken ons geleidelijk blind voor al onze gelijkenissen met de mensen aan de andere kant. En omgekeerd worden mentale muren soms zo sterk dat we het nodig vinden fysieke muren te bouwen of te verstevigen. 
Fysieke en mentale muren hangen sterk samen en het ene leidt meestal tot het andere. Het is een vicieuze cirkel: fysieke muren versterken mentale muren en mentale muren versterken fysieke muren tot wanneer een van beide plots wegvalt en de cyclus wordt doorbroken. 
Toen de Berlijnse Muur werd gebouwd, was het moeilijk te zeggen tegen wie hij was gericht, want de mensen die er rond woonden, identificeerden zich met elkaar. Er was geen 'wij' versus 'zij'. Er waren geen 'anderen'. Tijdens de scheiding evolueerden beide zijden apart verder en vormden ze hun eigen identiteit. Plots was er een 'wij' en een 'zij'. Er was een mentale muur gebouwd, en toen de Berlijnse Muur in 1989 viel, bleef de mentale muur bestaan in het hoofd van de mensen. Oost-Duitsers moesten opnieuw geïntegreerd worden in hun eigen land, en ook al hoefden ze niet te verhuizen, velen voelen nog steeds dat de achterstand nooit volledig is weggewerkt. Die blijvende effecten van de mentale muur zijn ook meetbaar. 
Een studie van de Freie Universität van Berlijn in 2005 toonde aan dat zelfs 15 jaar na de hereniging, Duitsers nog altijd geloofden dat steden aan de andere kant van de vroegere muur verder weg lagen dan het geval is. Interessant is dat ze een link ontdekten tussen politieke overtuiging en de inschatting van de afstand. Hoe meer iemand tegen de Duitse hereniging gekant was, hoe verder weg ze de steden inschatten. De mentale muur doet de steden aan de andere kant verder weg lijken en hoe hoger en sterker die mentale muur, hoe moeilijker bereikbaar ze lijken. 
Ik heb de studie herhaald met een groep jonge Duitsers die zijn opgegroeid zonder de muur, om te zien of de effecten nog steeds meetbaar zijn. De resultaten tonen aan dat deze generatie, mijn generatie, niet zo sterk is in geografie in het algemeen... 
(Gelach) 
Oost en West. Maar uiteindelijk kunnen we dit ook zien als een vooruitgang, niet? We hebben de muur nooit zelf meegemaakt. De fysieke barrière heeft nooit geleid tot een mentale muur om af te breken. 
Ik zou dit graag zien als een sterke aanwijzing dat er een toekomst is zonder mentale muur die Duitsland opsplitst, maar we moeten realistisch zijn: deze muur mag dan misschien verdwijnen, maar ondertussen worden ontelbare andere muren opgetrokken. Een wereldwijde trend tegenwoordig is de stijging van 'gated communities'. En in zekere zin kunnen we die ommuurde gemeenschappen zien als landen, maar dan op een kleinere schaal. Buurten die afgesloten zijn door muren en hekken om burgers te beschermen tegen andere burgers. En het enige verschil is dat dit een keuze is. Maar de fysieke en mentale effecten op de mensen die erbinnen wonen en zij die erbuiten worden gehouden zijn hetzelfde: de afscheiding van steden, buurten en zelfs speeltuinen. 
In de lente van vorig jaar werkte ik aan een designproject in Brussel op twee basisscholen waar dit het geval was. Beide scholen delen een ingang en het schoolplein. Beide scholen geven les in het Nederlands. Maar op de ene school zitten vooral Belgische kinderen en op de andere migrantenkinderen. De scholen worden gescheiden door muren en hekken, waardoor er geen interactie is tussen de kinderen buiten het hek op het speelplein dat hen gescheiden houdt. Toen ik er begon te werken, vond ik het triest om kinderen te zien die aan een hek moeten staan om hun vrienden aan de andere kant te spreken. Maar het ergste is dat de meeste kinderen zelfs nooit de kans zullen krijgen om vrienden te maken aan de overkant. 
Scholen zouden plaatsen moeten zijn waar alle kinderen samenkomen en leren, leren van de leraar, maar vooral leren van elkaar. En hoe groter de diversiteit, hoe meer we kunnen leren. Onze schooltijd is misschien zelfs de enige tijd in ons leven dat we contact hebben met mensen met een andere sociale achtergrond. Kinderen scheiden in deze periode van hun ontwikkeling zal integratie heel moeilijk maken, zo niet onmogelijk. 
En toch ben ik blijkbaar de enige die een probleem heeft met dit hek in Brussel. De meeste ouders, leraars en kinderen zien het niet langer of stellen zich er geen vragen meer bij. Het is gewoon hoe het is. Niemand heeft het ooit anders geweten. En de mensen zijn er ook voorstander van. Ik vroeg een kind of hij met de overkant wou spelen en hij antwoordde: "Nee". Toen ik vroeg of het anders zou zijn als er geen hek was, zei hij: "Waarschijnlijk". Maar toen zei hij snel dat het hek moest blijven, omdat de andere kant gemeen is en de bal nooit teruggeeft. Dat is grappig, want ik sprak met kinderen van beide kanten en ze vonden allemaal dat de andere kant gemeen is omdat ze de bal nooit teruggeven. Beide zijden hebben een hekel aan elkaar en er breekt regelmatig ruzie uit aan het hek, wat ook de hoofdreden is waarom ze vinden dat het hek moet blijven: het beschermt de kinderen van elkaar, of toch hun speelgoed, en het vermijdt chaos. Op een bepaald moment begonnen de kinderen onder het hek te kruipen om hun bal terug te halen. En de reactie van de scholen was om er metalen platen te bevestigen. Nu klimmen ze erover. 
Ik weet niet wat er eerst was in Brussel: een mentale muur die zo sterk werd dat men een fysiek hek bouwde, of was het hek er eerst en benadrukt het nu de sociale verschillen, zelfs op het schoolplein? Maar wat ik wel wist toen ik er begon te werken was dat ik iets aan de situatie wou veranderen. Ik wou beide kanten tonen hoeveel ze op elkaar lijken. Voor kinderen is dit niet zo moeilijk, want ook al spreekt het ene schoolplein Nederlands en het andere een mix van Frans, Turks en Arabisch, ze spreken allemaal de universele taal van het spel. En toen bleek dat het verlangen om te spelen veel sterker is dan alle zogenaamde verschillen tussen hen. Ik installeerde enkele spelletjes aan het hek, waardoor het een interface werd, iets gemeenschappelijks, in plaats van een barrière. En plots begonnen de kinderen samen te tekenen, potloden uit te wisselen en elkaar te telefoneren. Vooral de telefoons waren een groot succes, omdat ze zo verwonderd waren dat ze de anderen konden horen via dit toestel dat ze niet konden stoppen met praten. 
In een basisschool spelen ouders een grote rol in het leven van elke dag en de omgeving van hun kinderen. Dus ik wist dat als ik een verschil wou maken, ik hen ook moest laten zien hoeveel ze gemeen hadden met de andere kant. Maar voor de ouders was dit veel moeilijker, omdat de meesten van hen een andere taal spreken, andere jobs hebben, andere inkomens, in andere sociale kringen leven, andere religies hebben, andere culturen en andere waarden. En dan had je mij, een studente, die ook weer anders was op al deze vlakken. Dus hoe kon ik hen tonen hoeveel ze gemeen hadden? 
Ik besloot om hen niet zelf te overtuigen maar het woord aan hun kinderen te laten. Ik organiseerde een tentoonstelling op het schoolplein met foto's van hun kinderen die samen speelden doorheen het hek. Op het einde vroeg ik om hun gedachten, ideeën en wensen te noteren op grote houten kisten en ik labelde de kisten met de vraag "Wat denk jij?". Velen schreven "Ja". Ja, wat? Ik had nergens mijn mening gegeven of gezegd welke actie moest volgen, dus welke vraag beantwoordden ze met ja? Toen ik dit vroeg, zeiden ze: "Ja, het hek moet verdwijnen." Ja, we willen spelen met de kinderen aan de overkant. De foto's impliceerden genoeg om een vraag te beantwoorden die nooit werd gesteld. De mensen zagen in hoe absurd de situatie was en hoe onnodig het hek was zonder dat ik mijn mening hoefde op te dringen. De tentoonstelling toonde aan beide zijden hoeveel ze gemeen hadden. Die dag was er geen 'wij' en 'zij', er waren geen 'anderen'. De mentale muur begon te verbrokkelen. 
Ik koos het woord 'verbrokkelen' omdat een mentale muur afbreken een lang proces is, en een mentale muur afbreken is soms veel moeilijker dan een fysieke muur afbreken. We moeten onze opinies en overtuigingen in vraag stellen en misschien ook toegeven als we het fout hebben. Wat in Brussel gebeurde was een grote stap, een stap die verschillende generaties duurde in Duitsland. 
Er zijn veel voorbeelden van over de hele wereld die hetzelfde verhaal vertellen als wat ik in Brussel en Duitsland meemaakte, genoeg voorbeelden die ons iets kunnen leren. En toch zien we muren als een oplossing voor problemen die ze niet kunnen oplossen omdat muren het probleem niet bij de wortel aanpakken. In het beste geval verminderen ze de symptomen. 
Dus als je nog eens overweegt om een muur te bouwen of op het punt staat iemand te steunen die er een wil bouwen, vergeet dan niet welke impact je werkelijk hebt. Want deze eenvoudige constructie zal weinig extra veiligheid creëren. In plaats daarvan zal het de mensen beïnvloeden die er dagelijks mee leven. Mensen die, ondanks de geografische grens, vaak veel cultuur en waarden delen. Voor hen bouw je niet één, maar twee muren. Twee muren die decennia en generaties zullen duren om weer af te breken. 
Bedankt. 
(Applaus) 
