In het begin van de pandemie heeft chef José Andrés twee foto's verspreid die het symbool van de moderne Amerikaanse voedselcrisis zijn geworden. 
De eerste toont een berg aardappelen die liggen te rotten op een veld in Idaho. De restaurants, cafetaria's en stadions waarvoor ze bedoeld waren, waren gesloten tijdens de pandemie. De tweede toont een rampzalige scène  bij de voedselbank in San Antonio. Duizenden auto's achter elkaar  wachten op voedsel, maar er is te weinig voor iedereen. "Hoe is het mogelijk dat deze twee foto's  op hetzelfde moment bestaan in de meest voorspoedige en technologisch gevorderde periode in onze geschiedenis", tweette Andrés. 
In de maanden nadat de foto's werden gepubliceerd, werd de crisis nog erger. Miljarden kilo's aardappelen  en andere verse producten werden weggegooid door Amerikaanse boeren. Tegelijkertijd meldden voedselbanken over het hele land een steeds grotere vraag en 40% kregen te maken  met kritieke tekorten. Buiten de VS, en vooral dan in het Midden Oosten  en heel Zuidoostelijk Afrika, verlamde COVID-19 voedselsystemen  die al kwetsbaar waren. Oxfam voorspelde  dat aan het eind van 2020 12.000 mensen per dag konden sterven  door aan COVID gerelateerde honger. Dat is meer dan het hoogste  dagelijkse sterftecijfer tot nu toe opgetekend. 
Waar wat erger is, en wat ons allen nog veel meer aangaat, is dat COVID slechts één  van de vele grote verstoringen is die werden voorspeld voor de komende jaren en decennia. Chronischer en complexer  dan de druk van COVID is de druk van de klimaatsverandering. 
Wie in Californië woont,  heeft dat meegemaakt op hun boerderijen. Jullie hebben gezien  hoe verzengende hitte, droogte en vuur avocado-, amandel-, citroen-  en aardbeienkwekerijen vernielden. Deze zomer zagen we  de verwoestende gevolgen van stormen op maïs en soja. Ik heb de verschillende gevolgen gezien van de droogte, hitte,  overstroming, superstormen, insectenplagen, bacteriële plagen, verschuivende seizoenen  en onstabiel weer van Washington tot Florida en van Guatemala tot Australië. 
Dit zijn de gevolgen. Klimaatverandering wordt iets  dat we kunnen proeven. Dit wordt in letterlijke zin  een probleem van alledag. Het International Panel on Climate Change  voorspelde dat bij het midden van de eeuw de wereld een niveau  van mondiale opwarming kan bereiken waarbij de huidige landbouwpraktijken menselijke beschavingen  niet langer in stand kunnen houden. De USDA-wetenschapper Jerry Hadfield  vertelde het me op deze manier: het grootste gevaar  van de klimaatverandering is de ineenstorting  van de voedselsystemen. 
De realiteit die ons te wachten staat, en die geïllustreerd werd  door die bergen aardappelen en die rijen auto's tijdens de pandemie, is dat onze toevoerlijnen verouderd zijn. Onze voedselsystemen werden niet ontworpen om grote verstoringen op te vangen  of om ze te voorkomen. Deze uitdaging aangaan  gaat net als elke andere onze vooruitgang  in de komende eeuw bepalen. 
Maar er is goed nieuws. En dat is dat boeren  en ondernemers en academici nationale en mondiale voedselsystemen  radicaal aan het heroverwegen zijn. Ze combineren principes  van oude agro-ecologie met de modernste technologieën tot wat ik zou noemen een derde weg voor onze voedseltoekomst. We gaan radicale veranderingen krijgen in wat we telen en hoe we eten  in de volgende decennia als de milieu- en populatie- en volksgezondheidsproblemen  gaan toenemen. 
Ik bestudeerde deze veranderingen  voor mijn boek 'The fate of food: wat we zullen eten in een grotere,  warmere, slimmere wereld.' Ik reisde vijf jaar lang  naar de landen en de geesten en de machines die de toekomst  van voedsel vormgeven. Ik bereisde 15 landen en 18 staten, van appelboomgaarden in Wisconsin  tot piepkleine maïsvelden in Kenia tot enorme Noorse visboerderijen en gecomputeriseerde  'foodscapes' in Shanghai. Ik onderzocht nieuwe ideeën zoals robotica en CRISPR  en verticale boerderijen. Ook oude ideeën zoals eetbare insecten,  permacultuur en oude plantensoorten. Ik was getuige van de opkomst van deze derde manier  van voedselproductie: een synthese van de traditie  en het radicaal nieuwe. 
Er is een groeiende controverse over het beste pad  naar voedselzekerheid in de VS. "Voeding is rijp  om heruitgevonden te worden", proclameerde Bill Gates. Grote geldstromen investeren in nieuwe methoden van klimaatslimme en technisch gevorderde landbouw. Maar vele voorstanders  van duurzame voeding huiveren bij deze gedachte  aan heruitvinden. Ze willen voedsel 'onuitvinden'. Ze pleiten voor een terugkeer  naar pre-industrieel en pre-groene-revolutie, biodynamisch en organisch boeren. Waarop sceptici steeds repliceren: "Fijn, maar is het schaalbaar? Zeker, een terugkeer  naar traditionele landbouw kan beter voedsel produceren, maar kan het genoeg  betaalbaar voedsel produceren?" 
De kloof tussen de kampen  van de heruitvinders en de onuitvinders bestaat al tientallen jaren. Maar nu is het  een woeste strijd geworden. Een kant verlangt het verleden, de andere verlangt de toekomst en als iemand die het bekijkt als buitenstaander, vraag ik me af  waarom het zo binair moet zijn. Kan er geen synthese worden gemaakt  van de twee benaderingen? Onze uitdaging is om te lenen  van de wijsheid van vroeger en van onze meest gevorderde wetenschap om tot deze derde weg te komen. Een die ons toelaat om onze oogsten  te verbeteren en op te schalen, terwijl ze het onderliggende levensweb eerder herstelt dan afbreekt. 
Ik behoor tot geen van beide kampen. Ik ben een mislukte veganist,  een gevallen vegetariër en een verschrikkelijke amateurtuinier. Als ik eerlijk ben, blijf ik het proberen,  maar het kan mislukken. Maar ik blijf hopen en als mijn reizen  me iets hebben bijgebracht, is het dat er goede  redenen zijn om te hopen. Veel oplossingen komen samen, wat kan leiden tot duurzame, veerkrachtige voedselsystemen. Zelfs als we niet kunnen terugvallen op een kritische massa  van vegetarische tuiniers om dit op zichzelf  vanuit de basis te doen. 
Laten we beginnen met robotica  en kunstmatige intelligentie. Jorge Heraud is  een in Peru geboren ingenieur die nu in Silicon Valley woont. Zijn bedrijf ontwikkelde  de robotwieder See and Spray en ik ging naar Arkansas  voor de maidentrip van See and Spray. Ik verwachtte half en half  een legertje C3PO-achtige robots dat door de velden stapte om met tangen als handen  het onkruid te plukken. In plaats daarvan zag ik dit. Een tractor met achteraan  een grote, witte hoepelrok. Onder die hoepelrok zaten 24 camera's om met computerogen  naar de grond te kijken om het onkruid  van de planten te onderscheiden. Om dan met scherpschutterprecisie ofwel kleine straaltjes  geconcentreerde meststof ofwel herbicide te spuiten om zo het pas uitgekomen  onkruid te verbranden. 
Ik leerde hoe robotica  de praktijk kan beëindigen om breeduit chemicaliën  over miljoenen hectaren land te spuiten en hoe we het gebruik van herbiciden met bijna 90% kunnen beperken. Maar het grotere plaatje  is nog opwindender. 
Intelligente machines kunnen  planten individueel behandelen met niet alleen herbiciden, maar ook met fungiciden, insecticiden en meststoffen op een plant-per-plant- in plaats van een veld-per-veldbasis. Zodat uiteindelijk  dit soort hyperspecifiek boeren meer diversiteit en mengcultuur  op de velden mogelijk maakt. Grote boerderijen kunnen zo  beginnen te lijken op natuurlijke systemen en de gezondheid van de grond verbeteren. 
Heraud is de belichaming  van de derde weg, toch? Robots, zei hij, hoeven ons niet  te verwijderen van de natuur, ze kunnen ons er  dichterbij brengen, ze herstellen. Gewasdiversiteit verhogen  zal cruciaal zijn voor het bouwen  van veerkrachtige voedselsystemen. Hetzelfde geldt voor gedecentraliseerde landbouw, zodat als in een gebied de boeren getroffen zijn, ze elders kunnen doorgaan met telen. 
Verticale boerderijen, zoals deze in een voormalige staalfabriek  in Newark, New Jersey, kunnen een sleutelrol spelen  bij het decentraliseren van de landbouw. Aëroponische boerderijen gebruiken veel minder water dan in-de-grond boerderijen en ze kunnen voedsel ongeveer 40% sneller laten groeien. Als ze zich in en bij steden bevinden, waar het voedsel gegeten wordt, elimineren ze een massa  vervoer en voedselafval. Ik vond het eerst nogal griezelig, een beetje als in 'Silent Running', dat we ons fruit en groenten  binnen zouden gaan telen, zonder aarde of zon. Na enkele weken in deze plantenfabrieken begon ik het vreemd genoeg  als bijna perfect natuurlijk te zien om de planten alleen precies  dat te geven wat ze nodig hadden, zonder herbiciden,  en radicaal efficiënt. 
Ook hier zien we vernieuwers die niet alleen leren van, maar misschien ook bijdragen tot de wijsheid van natuurlijke ecosystemen. Ontwikkelingen van op planten gebaseerde  en alternatieve soorten vlees zijn ook diep hoopgevend. Ze volgen een gelijkaardige trend naar lokale, veerkrachtige,  lage-koolstof eiwitproductie. Consumenten houden ervan, en tijdens de pandemie zagen we een toename van 250% in de vraag naar alternatieve  soorten vlees. Een studie door de Journal of Clinical Nutrition vonden dat de deelnemers  die plantenproteïnen aten, een lager cholesterolgehalte, een lager gewicht en uiteindelijk een lagere kans  op een hartziekte hadden. De mogelijke milieuvoordelen van op planten gebaseerd vlees zijn verbazingwekkend. En ook in lab geteeld  of cel-gebaseerd vlees wordt mogelijk. 
Uma Valeti schotelde me mijn eerste  in lab geteelde eendenborst voor, vers geoogst uit een bioreactor. Ze was gekweekt  vanuit een klein staaltje cellen uit spier-, vet- en bindweefsel, en dat is precies wat we eten  als we vlees eten. Dit in lab gekweekt  of cel-gebaseerd vlees loopt zeer weinig kans  op bacteriële besmetting. Er wordt 85% minder CO2 bij uitgestoten. Uiteindelijk kan het gekweekt worden zoals gewassen in verticale boerderijen  in gedecentraliseerde bedrijven die niet kwetsbaar zijn  voor haperende toevoer. 
Valeti begon als een cardioloog die inzag dat dokters  bezig waren met de ontwikkeling van menselijke en dierlijke weefsels  in labs, en dat al tientallen jaren. Hij was daardoor evenzeer geïnspireerd als door het citaat uit 1931  van Winston Churchill, dat zegt: "We moeten af van de absurditeit  om een hele kip te moeten kweken om alleen de borst  of te vleugel te kunnen eten door ze apart in geschikte  mediums te kweken." Net zoals Heraud is Valeti  een karakteristieke derde-weg-denker. Hij blies een oud idee nieuw leven in met nieuwe technologie om uit te komen bij een oplossing  waarvoor de tijd rijp was. 
Ik ontmoette tientallen boeren,  ondernemers en ingenieurs die dat derde-weg-denken  over de hele wereld realiseren. Ze gebruiken moderne  kweekmethodes zoals CRISPR voor de kweek van patrimoniumgewassen die tegen droogte en hitte kunnen. Ze gebruiken kunstmatige intelligentie  om aquacultuur duurzaam te maken. Ze vinden manieren  om voedselafval te elimineren. Ze schalen de conserverende landbouw en het beheerd grazen op. Ze geven oudere  plantensoorten een nieuw leven en ze recycleren rioolwater en grijs water om een droogteresistente  watervoorraad te hebben. 
Dit komt eruit voort: menselijke vernieuwing die oude en nieuwe wijzen  van voedselproductie combineert, kan en zal, geloof ik,  uitmonden in deze derde weg en duurzame voeding  op grote schaal herdefiniëren. 
