Als je me vijf jaar geleden  gezegd zou hebben dat ik vandaag een talk zou afleveren over hoe onze individuele vermogens  een verschil konden maken, zou ik ineengekrompen zijn. Mijn werk bestond uit het bestuderen  van enorme mondiale systemen. Ik was onderzoeker bij NASA, waar ik met behulp van satellietgegevens  het grote plaatje bestudeerde. Vanuit de ruimte zie je een hoop dingen, zoals hoe elk ecosysteem op aarde vanuit bijna elke hoek bedreigd wordt, en de mondiale ongelijkheid  in lucht- en waterveiligheid. Deze dingen hielden me 's nachts wakker. Buiten mijn werk  zette ik dit vogelperspectief in terwijl ik nadacht  over onze enorme sociale structuren zoals onderwijs, media en gezondheidszorg. Ik kreeg de indruk dat ze ook allemaal  echt moesten worstelen. Ik kreeg het gevoel dat de wereld gevangen zat  in een enorm zelf versterkend systeem dat alleen maar naar zijn vernietiging leidde. En natuurlijk wilde ik daar iets aan doen. Ik voelde me zo klein  en uiterst machteloos. Maar ik begon het  een beetje anders te bekijken naarmate mijn perspectief veranderde van macro naar micro. Ik begon met hommels. Ik gebruikte satellietbeelden  en veldonderzoek om die verbazende en lieve  bestuivers te bestuderen en te zien hoe ze het deden  te midden van hun eigen milieucrisis in Zuid-Californië. Vanuit macrostandpunt  zag ik 22-baanswegen, eindeloze groei van voorsteden en water weggeleid worden  vanuit uitdrogende rivieren om gazons aan te leggen in de woestijn. Het was nogal grimmig. Maar aan de grond waren er wel wat kleine kansen voor optimisme: kleine vlekken van bronnen, bekend als 'habitatfragmenten'. Als de juiste planten langs de randen van een Costco-parkeerplaats groeiden, er in de buurt vlakbij inheemse planten in de tuinen stonden en in de canyons die te steil waren  om er voorsteden in aan te leggen, inheemse planten groeiden  in plaats van grassen, dan vormden al deze tussenruimtes samen een netwerk van habitatfragmenten. Dit netwerk betekende dat de hommels  over de betonwoestijn konden vliegen, terwijl ze van de inheemse planten aten en deze bevruchtten. Die planten, waar de hommels van leefden  en die ze onderhielden, zijn essentieel. Ze stabiliseren onze heuvelflanken. Ze voorzien in voedsel en een thuis  voor duizenden geweldige soorten dieren en, zeer belangrijk, ze helpen om onze verwoestende cyclus  van bosbranden in te perken door het beperken van de groei van invasieve grassen die de ons maar al te bekende ellendige vlammen van brandstof voorzien. Het is echt een essentieel  onderling verbonden systeem. Sommigen zagen in hoe ze er deel van uitmaakten en werden tuiniers van habitatfragmenten. Ze plantten inheemse  planten in hun tuinen en ze onderhielden zelfs  het land in bedrijfsparken en in publieke canyons. En bij mijn onderzoek kon ik echt de impact zien van zelfs slechts één gepassioneerde tuinier. Herhaald over het gebied leidden de habitatfragmenten samen  tot een veerkrachtiger ecosysteem -- geen perfect systeem, bij lange niet, maar een systeem met minder kans  op totale instorting door de dreigende druk  van verdere ontginning en droogte. Door dit soort lens keek ik naar de wereld toen ik eens in de wachtkamer van een publiek hospitaal in Brooklyn was, samen met mijn partner, Charles. We zaten tegenover een groepje tieners die op hun stoelen hingen en tot en met verveeld voortdurend met hun mobiel bezig waren. In een buurt met een van de laagste  slagingspercentages in de stad voelde deze wachtkamer aan  als een sociaal habitatfragment, gewoon wachtend op een kans. Dus deden we enig onderzoek  om uit te vinden wat we konden doen om ruimtes als deze een impact te laten hebben. We gingen voor musea. Musea zijn de meest vertrouwde bron van publieke informatie, meer dan de media  en meer dan de regering, maar je vindt ze ook vooral in de rijkere buurten. In New York vind je  vijfentachtig musea in Manhattan en acht in The Bronx, al hebben deze twee stadsdelen  bijna hetzelfde aantal inwoners. En de dure toegangsprijzen betekenen dat veel mensen niet naar musea kunnen, zelfs als ze in de buurt wonen. Deze kleine onrechtvaardigheden  blijven maar voortduren en stapelen zich op  tot brede ongelijkheden in kennis en ontwikkeling. In de gehele VS is bijna 90% van de bezoekers van de kunstmusea wit en zelfs bij het netwerk van gratis musea van het Smithsonian Institution heeft nagenoeg de helft van de volwassen bezoekers een master, wat neerkomt op zo'n 10% van de bevolking. Het werd ons dus duidelijk dat -- zelfs al zijn musea zulke geweldige educatieve en sociale middelen -- ze niet iedereen bereiken. Vele musea zijn zich daarvan bewust  en trachten er iets aan te doen, maar allerlei structurele hindernissen  staan dat wat in de weg. We begonnen aan een gedistribueerd netwerk van 'museum-habitatfragmenten'. Werkend vanuit een gekregen container met vrijwilligershulp van zowel vrienden als tientallen genereuze wetenschappers van over heel de wereld, bouwden we ons eerste prototype: het kleinste Weekdierenmuseum. (Gelach) Weekdieren zijn die slijmerige  gedaanteverwisselaars met tentakels zoals oesters, octopussen  en de reuzeninktvis. En als je ooit een alien zag in een film kan je er donder op zeggen  dat hij geïnspireerd was op een weekdier. Dat slijmerige sci-fi-achtige gevoel maakt ze tot echt plezante gidsen  voor een biologiemuseum en ze kunnen ons iets leren over de systemen die we allen delen, met een wake-upcall. Van alle gekende uitgestorven  diersoorten sinds de jaren 1500 bestond meer dan 40%  uit onze vrienden, de weekdieren. We probeerden dit museum doorheen de stad uit om te zien of het weerklank vond  bij allerlei soorten bezoekers, wat het deed. Mensen vonden het fijn  er iets over te leren. Dus bouwden wij een vloot  kleine wetenschapsmusea, elk klein genoeg om te passen in bestaande ruimtes en met genoeg informatie  om effect te hebben. En ze zijn modulair, om ze op zo'n schaal te kunnen verspreiden dat iedereen bereikt kan worden. We gingen partnerschappen aan met bibliotheken, gemeenschapscentra, vervoersknooppunten en de publieke hospitalen, zodat we hun tussenruimtes konden omvormen tot habitatfragmenten voor sociaal leren. En we gaven onze vloot musea een gepaste naam: MICRO. Zelfs al is elk habitatfragment klein, het voorziet in de essentie. Het trekt mensen aan zodat ze op een sociale manier samen kunnen ontdekken en leren. En dan, verdeeld over het landschap, kunnen we overal mensen uitnodigen voor conversaties over wetenschap. Toen we een partnerschap aangingen met een publiek hospitaal in South Bronx, werden we het eerste en enige  wetenschapsmuseum in The Bronx. Ja, toch raar, hè. (Lacht) (Gelach) En al heel vlug kwamen families opdagen met hun kinderen en organiseerden scholen uitstapjes, allemaal naar dit museumpje in de ontvangsthal van een publiek hospitaal. (Gelach) Het museum werd zo populair dat we lokale studenten inhuurden  als museumdocenten, zodat ze rondeleidingen en activiteiten voor getalenteerde kinderen konden leiden. Elke vonk nieuwsgierigheid  die we kunnen ontsteken, en elke nieuw feit geleerd en elke nieuwe vriend door het museum en elk kind dat een betekenisvolle en belangrijke naschoolse job kan krijgen, leidt tot een sterker systeem. Ik probeer de MICRO-kijk vast te houden. Ik onderzoek steeds hoe kleine acties samen veranderingen op macroschaal kunnen teweegbrengen. Ik zie echt een hoop goede zaken. Overal zijn er habitatfragmenten, gevoed door groepen getalenteerde, gepassioneerde, strategische individuen die werken aan systemen  met een gelijkere toegang tot voedsel en werk, gezondheid, behuizing, politieke mondigheid, onderwijs en gezondere omgevingen. Tezamen vullen we een voor een leemtes op en versterken we de systemen  waar we allemaal van deel uitmaken. We moeten natuurlijk ook werken  aan de grote instellingen. Ze werken alleen zo traag en we leven in een tijd  van snelle veranderingen. Het is een bepalend kenmerk van onze tijd. Onze kleine acties kan je misschien zien als lapmiddelen tot de groten kunnen bijbenen. Maar wat gaan ze zonder ons bijbenen? Ben ik nog altijd bang voor de wereld? Ja. (Lacht) Daarom praat ik met jullie. De wereld heeft zo veel meer habitatfragmenten nodig. Als je je de laatste tijd wat overweldigd of machteloos voelt, dan vraag ik je deze kleine strategie  eens uit te proberen en te kijken hoe het gaat. Stap 1: zoom in. Het is niet één enkel systeem dat onvermijdelijk naar de totale  vernietiging toe hobbelt. We hebben vele overlappende systemen en hoe die interageren, bepaalt alles. Stap 2: kijk waar er middelen ontbreken, want daar kan je  het grootste verschil maken. En doe wat opzoekwerk om te begrijpen  hoe jouw ideeën gaan wisselwerken met de systemen die er al zijn. Stap 3: zoek de andere habitatfragmenten. Zoek uit hoe ze jou kunnen ondersteunen  en hoe jij hen kan ondersteunen, omdat we samen aan één netwerk werken. En stap 4: transformeer jouw fragment. Je hebt misschien niet de middelen om vele systemen  tegelijkertijd te ontwikkelen, maar er zijn zo veel kleine,  betekenisvolle en strategische dingen die wij allemaal kunnen doen. En we zijn met velen, dus het telt op. Dank. (Applaus) 
