Chris Anderson: Je bent al een paar jaar door dit probleem geobsedeerd. Wat is het probleem, in je eigen woorden? 
Andrew Forrest: Plastic. Zo simpel. Ons onvermogen om het te gebruiken als een enorm energetisch product en dat we het gewoon weggooien. 
CA: We zien overal verspilling. Extreem gesteld,  ziet het er een beetje zo uit. Waar werd deze foto genomen? 
AF: Dit is in de Filippijnen en een heleboel rivieren,  dames en heren, zien er net zo uit. Dit is in de Filippijnen. Zo is het in heel Zuidoost-Azië. 
CA: Plastic wordt in de rivieren gegooid en van daar gaat het uiteraard de zee in. We zien het duidelijk op de stranden, maar dat is niet eens je voornaamste zorg. Het gaat eigenlijk  om er wat in zee gebeurt. Zeg daar eens wat over. 
AF: OK, dus kijk. Dank je, Chris. Ongeveer vier jaar geleden kreeg ik een stapelgek idee en besloot om aan een doctoraat  in mariene ecologie te beginnen. Het enge eraan was dat ik zeker leerde over het leven in zee, maar ik leerde meer over de dood in zee en het enorme ecologische afsterven van vis, het mariene leven, zeezoogdieren, met een biologie bijna als de onze, waarvan er miljoenen,  zo niet ontelbare biljoenen, afsterven door het plastic. 
CA: Mensen vinden plastic lelijk,  maar stabiel. Toch? Je gooit iets in de oceaan met het idee,  "Hè, daar gebeurt verder niks mee. Kan toch geen kwaad, hè?" 
AF: Kijk, Chris, het is  een geweldig product voor de economie. Maar wel de ergst mogelijke  stof voor het milieu. Het ergste aan plastics is dat als ze in het milieu geraken, ze uiteenvallen. Ze houden nooit op met plastic te zijn. Ze breken af in steeds  kleiner en kleiner wordende deeltjes en het begint ons nu te dagen, Chris, wat we in de mariene ecologie  al een paar jaar weten, dat het ook mensen gaat treffen. We weten nu dat nanoplastics, die zeer kleine deeltjes plastic,  met hun negatieve lading dwars door de poriën  van de huid kunnen gaan. Dat is niet eens het slechte nieuws. Het slechte nieuws is dat ze  dwars door de bloed-hersenbarrière gaan, die beschermende coating  om je hersenen te beschermen. Je hersenen zijn een amorfe, natte massa  met veel kleine elektrische ladingen. Breng daar een negatief deeltje in -- in het bijzonder een negatief  deeltje met pathogenen -- die negatieve lading trekt dingen met positieve ladingen aan, zoals pathogenen, toxinen, kwik, lood. Dat is de nieuwe wetenschap  die we in de komende 12 maanden gaan zien. 
CA: Ik dacht dat je me al had verteld  dat er al zo’n 600 plastic zakken voor elke vis van ongeveer die grootte  in zee aanwezig zijn. Ze breken af, er komen er steeds meer en we beginnen de gevolgen ervan  nog niet eens te zien. 
AF: Nee, dat zien we nog niet. Bij Ellen MacArthur Foundation  zitten een hoop goede wetenschappers waarmee we een tijdje hebben samengewerkt. Ik heb hun werk helemaal geverifieerd. Ze zeggen dat er één ton plastic, Chris, voor elke drie ton vis zal zijn,  niet tegen 2050 -- en ik word echt ongeduldig met mensen  die praten over 2050 -- maar tegen 2025. Dat is om de hoek. Dat is gewoon hier en nu. Je hebt echt geen ton plastic nodig  om het zeeleven volledig uit te roeien. Met minder dan dat gaat dat ook prima. Dus moeten we er direct mee stoppen.  We hebben geen tijd meer. 
CA: OK, je hebt een idee  om hier een eind aan te maken. Je kwam daar niet op  als milieu-activist, zou ik zeggen, maar als een zakenman, als een ondernemer die zijn hele leven nagedacht heeft over de wereldwijde economische systemen en hoe ze werken. En als ik het goed begrijp, steunt je idee op helden  die er ongeveer zo uitzien. Wat is haar beroep? 
AF: Ze is een voddenraapster, Chris, en er waren 15, 20 miljoen  voddenraapsters zoals zij, totdat China stopte  met ieders afval op te nemen en de prijs van plastic,  hoe laag hij ook was, instortte. Dat leidde tot mensen zoals zij, die nu -- ze is een kind, een schoolkind. Ze zou op school moeten zitten. Dat kan je wel bijna slavernij noemen. Mijn dochter Grace en ik ontmoetten  honderden mensen zoals zij. 
CA: En zo zijn er ook miljoenen  volwassenen over de hele wereld, en in sommige sectoren zorgen die ervoor dat we, bijvoorbeeld, niet veel metaalafval  tegenkomen in de wereld. 
AF: Ja, precies. Dat kleine meisje is in feite  de held van het milieu. Ze beconcurreert  een enorme petrochemische fabriek even verderop, een petrochemische fabriek  van 3,5 miljard dollar. Dat is het probleem. Er zit meer olie en gas  in plastic en stortplaatsen dan in de hele olie- en gasbronnen  van de Verenigde Staten. Dus is zij de held. Zo ziet zo’n stortplaats eruit,  dames en heren, olie en gas in vaste vorm. 
CA: Er zit een enorme waarde in opgesloten waarmee voddenrapers van over de wereld  hun boterham zouden kunnen verdienen. Maar waarom kunnen ze dat niet? 
AF: Omdat we te maken hebben met het feit dat de prijs van plastic  uit fossiele brandstoffen net iets te laag is om recyclen van plastic uit plastic  economisch en winstgevend te maken. Alle plastic bevat  bouwstenen uit olie en gas. Plastics zijn 100 procent polymeer,  die weer 100 procent olie en gas zijn. En je weet dat we in de wereld  genoeg plastic hebben voor al onze behoeften. En als we niet zorgen dat plastic recyclen goedkoper wordt dan plastic maken  uit fossiele brandstoffen, dan blijft de wereld natuurlijk hangen  aan plastic uit fossiele brandstoffen. 
CA: Dat is het fundamentele probleem, de prijs voor het recyclen  van plastic ligt meestal hoger dan de prijs om het  van nieuwe olie te maken. Dat is het fundamentele probleem. 
AF: Dus moeten we de regels  hier een beetje aanpassen, Chris. Ik ben een grondstoffenprofessional. Ik weet dat er vroeger overal  schroot, afvalijzer en stukjes koper lagen, vooral dan in de derde wereld. De mensen gingen beseffen  dat ze waarde hadden. Het zijn eigenlijk artikelen van waarde, geen afval. Nu zijn de dorpen, de steden en de straten schoon, je valt er niet meer  over het koper- of ijzerafval, want het is een artikel van waarde,  het wordt gerecycled. 
CA: Hoe wil jij dat  veranderen voor plastics? 
AF: OK, Chris, voor het grootste deel van dat doctoraat  deed ik aan onderzoek. Het voordeel van een geslaagde ondernemer  is dat mensen je willen zien. Andere ondernemers, zelfs als je een beetje een showexemplaar bent waarmee ze willen kennismaken, zullen zeggen: "OK, we gaan allemaal  naar Twiggy Forrest." En zodra je daar bent, kan je ze ondervragen. Ik heb de meeste olie-, gas- en levensmiddelenbedrijven ter wereld bezocht en er is een echte wil om te veranderen. Er zijn wel een paar dinosauriërs die hopen dat het goed gaat en niets doen, maar toch is de wil er wel. Ik legde uit dat de zeven en een half miljard  mensen in de wereld het echt niet verdienen  dat hun omgeving verdrinkt in plastic en het leven in hun oceanen  uitsterft als gevolg van plastic. Onderaan die keten vind je de tienduizenden merken waarvan wij allen  die hopen producten kopen, maar er zijn slechts een honderdtal  grote harsproducenten, grote petrochemische fabrieken, die al die plastic  voor eenmalig gebruik uitspuwen. 
CA: Dus honderd bedrijven zitten aan de basis  van die 'voedselketen'. 
AF: Ja. 
CA: Wat wil je dan dat  die honderd bedrijven gaan doen? 
AF: Ze moeten gewoon de waarde verhogen van de plasticbouwstenen van olie en gas, wat ik noem het ‘slechte plastic’, verhoog daar de waarde van, zodat wanneer het zich verspreid  via de merken en naar ons, de klanten, we nauwelijks iets zullen merken  van de prijstoename van onze koffiekop, Coke, Pepsi of wat dan ook. 
CA: Iets als één cent extra? 
AF: Minder. Een kwart cent, een halve cent. Het zal absoluut minimaal zijn. Maar het maakt dat elk stukje plastic ter wereld  een artikel van waarde wordt. Waar het afvalprobleem het ergste is, zeg maar Zuidoost-Azië, India, gaat dat het meeste voordeel bieden. 
CA: OK, het voelt alsof  er twee kanten aan zijn. Een ervan is: als ze er  meer geld voor vragen, maar dat teveel eruit halen en het investeren -- in wat? --  een fonds dat wordt beheerd door iemand om dit probleem van  –- wat? -- aan te pakken? Waarvoor dient dan  dat extra aangerekend geld? 
AF: Als ik aan echt grote bedrijven zeg: "Kijk, ik wil dat jullie veranderen en wel echt snel veranderen", zullen ze me verveeld aankijken, totdat ik zeg: "Het is goed voor de zaken." "OK, nu heb je mijn aandacht, Andrew." Dus zeg ik: "Goed, jullie moeten een bijdrage leveren aan een overgangsfonds  voor milieu en industrie. Binnen twee, drie jaar kan de hele wereldwijde plasticindustrie overstappen van het winnen van bouwstenen uit fossiele brandstoffen naar het winnen  van de bouwstenen uit plastic. De technologie bestaat. Ze is bewezen." Ik heb twee miljardenindustrieën  vanuit het niets opgestart en aangetoond dat de techniek kan worden opgeschaald. Ik zie minstens een dozijn technologieën  om alle soorten plastic te verwerken. Zodra die technologieën  een economische marge hebben, en dit geeft ze dat, zal het mondiale publiek  al zijn plastic betrekken uit bestaande plastics. 
CA: Dus elke verkoop van nieuw plastic  draagt geld bij aan een fonds dat wordt gebruikt om de industrie over te schakelen en gaat betalen voor dingen  zoals opruimen en andere zaken. 
AF: Absoluut. 
CA: Het heeft het ongelooflijke neveneffect, misschien het belangrijkste voordeel, dat het een markt creëert. Het zorgt dat er een enorme handel in recyclebare plastic op gang komt die miljoenen mensen ter wereld kan helpen om de kost te verdienen  door het te verzamelen ervan. 
AF: Ja, precies. Het enige wat je doet: plastic uit fossiele brandstoffen is zoveel waard en gerecyclede plastic is zoveel waard, en dat verander je. Dus is gerecycled plastic goedkoper. Dit vind ik hieraan het leukste, Chris. We storten 300 à 350 miljoen ton plastic in het milieu. Volgens de eigen berekeningen  van de olie- en gasbedrijven gaat dat aangroeien tot 500 miljoen ton. Dat is een aangroeiend probleem. Maar elke ton ervan is polymeer. Polymeer kost 1000 tot 1500 dollar/ton. Dat is een half biljoen dollar  dat ondernemerschap zou kunnen aanwakkeren en banen, kansen en overal  middelen van bestaan creëren, vooral dan in de armste streken. En toch gooien we het weg. 
CA: Dit zou grote bedrijven laten investeren in recyclingbedrijven, letterlijk over de hele wereld -- 
AF: Over de hele wereld. Omdat de technologie zo goedkoop is, kan je ze inzetten  bij afvalhopen, in grote hotels, vuilstortplaatsen, overal, en hars maken van die afval. 
CA: Nu ben je een filantroop en je wil hier  eigen vermogen in investeren. Welke rol speelt  filantropie in dit project? 
AF: Ik denk dat we  40 à 50 miljoen dollar nodig hebben om het op gang te brengen en dan moet er ook  absolute transparantie zijn zodat iedereen kan zien wat er gaande is. Vanaf de harsproducenten  tot de producten voor de consument krijgt iedereen te zien  wie het spel meespeelt, wie de aarde beschermt,  en wie het niet kan schelen. Het zal wekelijks zowat één miljoen dollar kosten, en we gaan dat  voor vijf jaar onderschrijven. De totale bijdrage is ongeveer  300 miljoen US dollar. 
CA: Wow. Nu -- 
(Applaus) 
Je sprak met andere bedrijven,  zoals de Coca-Cola’s van deze wereld, die bereid zijn  om een hogere prijs te betalen, ze willen een hogere prijs betalen, zolang het eerlijk verloopt. 
AF: Ja, dat is eerlijk. Coca-Cola zou het niet leuk vinden  dat Pepsi meedeed, tenzij de hele wereld wist  dat Pepsi niet meedeed. Dan gaven ze er niet om. Door die transparantie van de markt, waarbij, als mensen proberen  het systeem te bedriegen, de markt het kan zien,  de consument het kan zien. De consument wil hierin een rol spelen. Zeven en een half miljard mensen willen niet dat 100 bedrijven  hun wereld om zeep helpen. 
CA: Je vertelde ons wat de bedrijven kunnen doen en wat jij wil doen. Wat kunnen de toehoorders doen? 
AF: Ik zou willen dat wij allen over de hele wereld naar de website ‘noplasticwaste.org’ gaan. Je neemt contact op  met de 100 harsproducenten in jouw regio. Je moet er ten minste één hebben bij je e-mail-, Twitter-  of telefooncontacten en je laat hen weten dat je wil dat ze een bijdrage leveren aan een fonds -- dat de industrie  of de Wereldbank kan beheren, het brengt tientallen miljarden  dollars per jaar op -- zodat jij de industrie de overgang  kan laten maken om alle plastic uit plastic  en niet uit fossiele brandstof te maken. Willen we niet. Dat is slecht. Dit is goed. En het kan de omgeving schoonmaken. We hebben dan genoeg kapitaal, tientallen miljarden dollars,  Chris, per jaar voor het opruimen van de omgeving. 
CA: Je zit in het recyclingbedrijf. Is dit geen belangenconflict voor jou of is het eerder een buitenkans voor je? 
AF: Ja, ik zit in het ijzerertsbedrijf en ik concurreer met de schroothandel, en daarom liggen er geen resten  schroot om over te struikelen en je teen aan te snijden: omdat het wordt verzameld. 
CA: Dit is niet je excuus voor de instap in het plasticrecyclingbedrijf. 
AF: Nee, ik ga deze actie toejuichen. Dit wordt het internet van plasticafval. Dit gaat een hausse-industrie  worden over de hele wereld en vooral waar de meeste armoede is,  want daar is ook het meeste afval en dat is de bron. Dus ga ik het toejuichen  en een stapje terugzetten. 
CA: We zijn in een tijdperk waar zo veel mensen over de hele wereld hunkeren naar een nieuwe,  regeneratieve economie om deze grote productieketens,  deze grote industrieën, fundamenteel te transformeren. Het lijkt mij een gigantisch idee en je gaat een heleboel  mensen nodig hebben die je aanmoedigen  om dat te realiseren. Bedankt om dit met ons te delen. 
AF: Dank je zeer. Dank je, Chris. 
(Applaus) 
