Kunnen we onze planeet nog redden? Zullen we beschikking blijven hebben tot het water, de voeding, de energie en andere ecosysteemgoederen die onze planeet levert? Elk uur sterven er drie planten- of diersoorten uit. Elke dag sterven tienduizend mensen door te weinig of vergiftigd water. Jaarlijks wordt er meer dan zes miljard kilo afval in de oceanen gedumpt, voornamelijk plastic, en dat zal pas over duizend jaar afgebroken zijn. Dankzij de opwarming van de aarde verdwijnt het ijs op de Noordpool en kunnen duizenden steden, waaronder New York City, onder water komen te staan. Jullie hebben deze feiten ongetwijfeld al vaak gehoord en waarschijnlijk zijn jullie tot nog toe niet bepaald onder de indruk. (Gelach) En toch, hoe cliché ze ook zijn, motiveren die feiten ons wel. Mij motiveren ze alleszins. En ik ben, misschien als velen van jullie, een typische milieubewuste persoon. Ik toon in de koffiebar vrolijk mijn herbruikbare mok en ik neem steeds zelf een tas mee wanneer ik naar de supermarkt ga. En, je herkent het misschien wel: ik sta altijd eerst een minuut of twee in verwarring te kijken hoe ik vork, bakje, servet en etensresten van mijn salade moet recycleren. En, ik onderdruk mijn New Yorkse instinct oogcontact te vermijden op straat als het gaat om overijverige milieuactivisten, en glimlach vriendelijk naar hen. Gewoon om hen te laten weten dat ik ze steun in wat ze doen. Ik slaap als een pasgeboren baby als ik terugkijk op mijn groene dag en weet dat ik een verschil maak. Ik weet dat jullie nu denken dat ik zoveel meer zou kunnen doen en jullie hebben gelijk. Ik kan veel meer doen. Ik zou kunnen composteren, maar dat doe ik niet. Ik zou te voet naar het werk kunnen door Central Park, maar nee. Zoals die ene campagne suggereerde, kan ik water besparen door te douchen met een vriend of zelfs een aantrekkelijke vreemde. (Gelach) Niet te blij voor me worden, hoor, ik douche doorgaans alleen, minutenlang. (Gelach) We kunnen ongetwijfeld allemaal meer doen, maar wat als ik je vertel dat ik een grotere opoffering maak? Wat als ik je vertel dat ik veganist ben? (Gelach) Voelden jullie dat? (Gelach) Jullie voelden het. Eén woord en iedereen wordt wat nerveus. Jullie kunnen eerlijk zijn, dit is het veilige TEDx, jullie voelen je wat ongemakkelijk. Waarom? Omdat ik veganist ben? En velen onder jullie waarschijnlijk niet? Hoe zit dat? We hebben deze conversatie allemaal al een keer gevoerd. Je gaat uit eten met een vriend of collega en je komt te weten dat die persoon veganist is. Je had geen idee, je bent verrast en hoewel de persoon voor je er misschien niet zo uitziet: (Gelach) of zo: is je perceptie van hem of haar al meteen veranderd. Je kan niet terug naar wat je ook dacht van hem of haar tot voor dit moment. Tijdens het etentje voelt de veganist zich waarschijnlijk gedwongen uit te leggen dat hoewel hij of zij veganist is, dit niet betekent dat jouw keuze op het vlak van eten hem of haar beledigt. Jij erkent dit gebaar van verzoening en probeert zo snel mogelijk over een onderwerp te beginnen dat jullie wat meer verenigt. En toch voel je nog steeds wat jullie hier nu ook voelen. Een tint van nervositeit, een vlaag van ongemak, een spierscheutje rond de mond of verwijding van de ogen. Hier sta ik en daar zit jij. En op een of andere manier bekijken we mekaar anders. Nu, uiteindelijk ben ik geen veganist. (Gelach) Oef! (Gelach) Het spijt me voor alle veganisten hier dat ze een bondgenoot verliezen. (Gelach) Wat betreft de anderen: jullie kunnen opgelucht ademhalen nu jullie weten dat ik ook gewoon een carnivoor ben. Maar welke connotaties er ook zijn bij het woord 'veganist' en wat die connotaties ook teweeg brengen in ons hoofd, ik ben totaal door hen gefascineerd en ik denk dat ze, of toch zeker deels, een oplossing bieden voor grote problemen zoals de opwarming van de aarde en de afname van biodiversiteit. We weten allemaal dat veganisten en vegetariërs, de hedendaagse pioniers die vlees laten staan, een punt hebben, ook al kiezen we zelf eieren en vlees te eten. Het gaat slecht met onze planeet en we weten dat de vleesindustrie, van het kappen van bomen tot het vleestransport, verantwoordelijk is voor haast 20% van de uitlaat aan broeikasgassen. Daardoor is een vegetarische voetafdruk half zo groot als die van een vleeseter. En die van een veganist is nog kleiner. We weten ook dat de productie van vlees enorm veel water vereist. Voor de productie van een kilo vlees is tien keer zoveel water nodig als voor de productie van een kilo graan. Dat is erg veel water. Daarnaast weten we, en dit raakt ons moreel het ergst, dat de landbouwindustrie dieren niet goed behandelt. Ze worden slecht behandeld. Ze zijn ongelooflijk slim en ervaren pijn zoals wij. Als we in de oogjes van dit schattige biggetje kijken, vragen we onszelf toch af: waarom eet meer dan 90% van de Amerikanen nog steeds vlees? Wel, spek! (Gelach) We eten vlees vanwege spek. Voor velen brengen een spekgeur vroeg in de ochtend, die knapperige textuur en die hartige, zoute smaak een glimlach op het gezicht. De gepaneerde kippenvleugels en sappige steak: daarom eten we vlees. Ze vervullen onze oerdriften. Dus wat moeten we nu doen? Langs de ene kant weten we dat het eten van vlees ons blij maakt en langs de andere kant weten we dat het ingaat tegen ons gevoel van moraliteit vanwege de bedenkelijke impact op onze planeet. Meer zelfs, sommige medische studies wijzen erop dat vlees niet zo gezond is. Natuurlijk kunnen we elke maaltijd als een nieuwe keuze zien waarbij je jezelf verwent of je net wat inhoudt, we kunnen gewoonweg minder vlees en meer groenten en fruit eten. Die vaak gedane suggestie lijkt toch behoorlijk doenbaar: als we een vleesloze maandag inlassen, waarbij niemand vlees eet op maandag, dan zijn er opeens miljarden vegetariërs. Dat zou groots zijn. Maar hoe noem je iemand die weinig vlees eet? Dat is geen vegetariër of veganist, die volgt niet eens een specifiek dieet. Waar vallen zij op het spectrum? Ik heb ontdekt dat er enkele woorden zijn, elk met hun eigen connotatie, voor het omschrijven van iemand die minder vlees eet. Je kan zeggen: "Ik ben semi-vegetariër. Ik eet soms vlees en soms niet." Of je zou kunnen zeggen: "Ik ben overwegend vegetariër. Ik eet vooral fruit en groente, ik eet soms vlees, maar niet al te veel." Of je kan zeggen, en dit is veruit mijn favoriet: "Ik ben flexitariër. Ik ben flexibel met die dingen." (Gelach) "Soms eet ik vlees en soms niet." Dus, terug naar dat etentje: de persoon waarmee je eet, heeft je net uitgelegd dat hij of zij veganist is. En jij wilt enthousiast laten weten dat je het snapt: "Ik ben flexitariër! Ik ben flexibel met die dingen!" (Gelach) "Soms eet ik vlees en soms niet, maar ik eet niet te veel, hoor." Terwijl jij je steak verder verorbert en hij of zij de tofu verder opeet, realiseer je je, misschien onbewust, dat jullie nog altijd niet helemaal overeenkomen wat betreft moraal. Onze intuïtie zegt ons dat flexitariërs, nou, flexibel zijn. Dat door soms vlees te eten in plaats van nooit, je je morele waarden aanpast aan je oerdriften en de omstandigheden. Dat is zwak en inconsequent. Dankzij cognitieve wetenschappen weten we dat ons brein niet goed met tegenstrijdigheden om kan gaan. Het houdt van valse dichotomieën en wil alles opdelen. En we zien waar dat toe leidt: de ene minuut ben je een edele liefhebber van alle levensvormen, en de volgende een vraatzuchtig beest dat andere dieren verslindt. Dus wat het ook is met woorden als 'flexitariër' en 'veganist', we weten dat ze beïnvloeden hoe we bekeken worden. En die percepties zijn van belang. Die schijnbaar onschuldige labels voor onze eetgewoontes zijn van groot belang. Ze bepalen of we serieus worden genomen, hoe onze boodschap overkomt, en of we voelen dat we ergens bij horen. Neem nu 'klimaatverandering' tegenover 'opwarming van de aarde'. Wetenschappelijk gezien verschillen hun betekenissen: het ene verwijst naar klimaat, het andere enkel naar temperatuur, maar wat ze ook betekenen, ze brengen verschillende mentale associaties teweeg. Een recente studie van Yale University toonde aan dat 'opwarming van de aarde' geassocieerd was met meer begrip, meer emotionele betrokkenheid en steun voor helpende acties dan de term 'klimaatverandering'. 'De opwarming van de aarde' veroorzaakte meer zorgen en negatieve reacties dan 'klimaatverandering'. Daarom gebruik ik de term 'opwarming van de aarde' vaker dan 'klimaatverandering'. We zien hetzelfde probleem bij woorden zoals 'flexitariër' en 'semi-vegetariër'. Ze beschrijven beide mooie stappen in de richting van duurzaamheid, maar ze veroorzaken negatieve associaties, gevoelens van verdeeldheid en morele onverenigbaarheid. Dus ik bedacht me dat we een woord nodig hebben voor zij die hun vleesconsumptie willen verminderen en anderen aanmoedigen het eten van koeien, kippen, varkens, lam en zeedieren te verminderen. Ik hoop dat dit woord 'reducitariër' is. En dat het mensen inspireert om gewoonweg minder vlees te eten. Ik wed dat velen onder jullie vandaag al reducitariër zijn. Wie probeert er minder vlees te eten? Jullie zijn al reducitariërs. En veganisten en vegetariërs zijn ook reducitariërs, omdat ze zo ontzettend toegewijd hun vleesconsumptie verminderden. Reducitarisme is het verminderen van je persoonlijke vleesconsumptie: rood vlees, zeedieren en gevogelte. Reducitariërs houden misschien nog van de smaak van vlees, of willen hun leven niet al te drastisch aanpassen, maar willen toch minder vlees eten. Dankzij meer groenten en fruit leven reducitariërs langer, gezonder en gelukkiger. Ze hebben doenbare, realistische doelen om hun vleesconsumptie gaandeweg af te doen nemen. Ze bestellen bijvoorbeeld een kleinere steak, of eten geen vlees 's avonds als ze het al bij de lunch hadden, of ze eten vlees enkel nog in het weekend. Reducitariërs weten dat ze, door minder vlees te eten, niet enkel zichzelf en het milieu helpen, maar ook boerderijdieren. Dit concept is zo aanlokkelijk, omdat niet iedereen compleet vegetarisch kan of wil eten. Dat is een moeilijk maar belangrijk besef: niet iedereen kan of wil volledig vegetarisch eten. In een onderzoek uit 2012 onder diverse Amerikanen stelde men de vraag: "Betreffende je eetgewoontes: beschouw je jezelf als vegetariër of niet?" Hoe zou jij antwoorden? Wat denk je dat men vond? Men vond dat gemiddeld slechts 5% van de Amerikanen zichzelf als vegetariër beschouwt. Het interessante is dat deze 5% quasi onveranderd was ten opzicht van de 6% die in 1999 en 2001 gemeten was. Het aantal vegetariërs in de Verenigde Staten is dus hetzelfde gebleven: extreem laag. Je kan je voorstellen dat voor veganisten het percentage nog lager ligt. Wereldwijd vond men vergelijkbare cijfers. Mocht je nog niet overtuigd zijn: een andere studie vond dat van wie zich als vegetariër beschouwde haast twee derde aangaf onlangs nog vlees gegeten te hebben. Dat waren geen vegetariërs of veganisten, maar reducitariërs. Ze hadden het echter moeilijk, omdat de vragenlijst geen woord bevatte dat hen voldoende beschreef. Dit overkwam me vroeger voortdurend. Mijn vrienden en familie wisten dat ik vegetariër was. Nu en dan bestelde ik bij het uit eten gaan spek bij mijn pannenkoeken en dan werd ik dus op heterdaad betrapt terwijl ik een stuk spek at. (Gelach) Kan je je inbeelden hoe het is voor een Joodse vegetariër betrapt te worden met spek? (Gelach) Zoiets pijnlijks kan niemand bij zijn ochtendlijke koffie verdragen. Dus kijk: volgens mij is het zo dat hoewel we weten dat het beter, gezonder en milieuvriendelijker zou zijn als iedereen geen vlees meer at, dit een idealistisch, romantisch ideaal is dat we nog niet hebben kunnen bereiken. Dat idee vleesconsumptie te verminderen werkt heel erg goed, of redelijk goed, voor vegetariërs of veganisten, maar werkt niet voor alle anderen. Die 95% die ook op deze planeet wonen. Dus ja, reducitarisme heeft een boodschap voor 95% onder ons. We moeten overwegen minder vlees te eten voor onze eigen gezondheid en het milieu. We kunnen veel leren van veganisten en vegetariërs die hun vleesconsumptie zo drastisch verminderen dat ze helemaal geen vlees meer eten. Maar veganisten en vegetariërs kunnen ook veel leren van zij die ernaar streven gewoonweg minder vlees te eten. In veel opzichten hebben dogma's omtrent het niet eten van vlees veganisten en vegetariërs opgezet tegen hen die gewoon minder vlees eten in een wedstrijdje om morele superioriteit. Dat is uitputtend en bovendien onproductief. Reducitariïsme is een concept dat ons toestaat niet te focussen op onze verschillen, maar op onze gedeelde toewijding tot het eten van minder vlees, waar we dan ook op het continuüm vallen. Ik geloof dat reducitarisme een bedreiging is voor de vleesindustrie. Het zal een grootse impact hebben op die zaken waar we allemaal zo om geven. Wat is er uiteindelijk belangrijker dan onze gezondheid en het milieu? Hopelijk krijgen we reducitarisme gelanceerd. Een positieve en inclusieve term met morele waarde om onszelf en anderen aan te moedigen om minder vlees te eten, onze gezondheid en het milieu te verbeteren en ondertussen heel wat dieren gelukkiger te maken. Het begint bij ons allemaal om onszelf en anderen aan te moedigen om gewoon minder vlees te eten. Dit is mijn boodschap voor jullie: overweeg deze week minder vlees te eten en een reducitariër te zijn. Je kan de wereld veranderen door een kleinere steak te eten of door meer te doen. Maar zit niet stil en negeer de waarheid niet. Overweeg minder vlees te eten en reducitariër te zijn. Red onze planeet, bevorder je gezondheid en red een heleboel dieren. Heel erg bedankt. (Applaus) 
