Op het moment dat ze het zei, zakte de temperatuur in mijn klas. Mijn leerlingen zijn  meestal op me gefocust, maar ze zaten te schuifelen  op hun stoel en keken weg. 
Ik ben een zwarte vrouw die lesgeeft over de geschiedenis  van ras en de Amerikaanse slavernij. Ik ben me ervan bewust dat mijn sociale identiteit  altijd te kijk staat. En mijn studenten zijn ook kwetsbaar, dus ben ik voorzichtig. Ik probeer te anticiperen op welk deel van mijn les  het mis zou kunnen gaan. Maar eerlijk, deze had ik niet eens zien aankomen. Geen van mijn jaren universiteit  had me voorbereid op wat te doen wanneer het n-woord  in mijn klas zou opduiken. 
Ik gaf mijn eerste jaar les toen die student dat n-woord  in mijn klas gebruikte. Ze gebruikte het niet als scheldwoord. Ze was bijdehand. Ze kwam voorbereid naar de les, ze zat op de eerste rij en ze stond altijd aan mijn kant. Toen ze het zei, zei ze iets over mijn lezing, door een regel uit een film,  een komedie uit 1970, te citeren met twee racistische beledigingen. Een over mensen van Chinese afkomst en de ander het n-woord. Zodra ze het zei, stak ik  mijn handen op en zei: "Hola, hola." Maar ze verzekerde me: "Het is een grap uit 'Blazing Saddles'", en toen zei ze het nog eens. 
Dit was 10 jaar geleden en hoe ik er op inging  heeft me lange tijd dwarsgezeten. Het was niet de eerste keer dat ik aan het woord dacht in een academische context. Ik ben professor  in de geschiedenis van de VS en het duikt op in veel documenten waarover ik les geef. Dus moest ik een keuze maken. Na overleg met iemand die ik vertrouwde, besloot ik om het nooit uit te spreken. Niet eens om het te citeren. Maar in plaats daarvan gebruik te maken van de eufemistische  uitdrukking: het 'n-woord'. Zelfs deze beslissing was ingewikkeld. Ik had nog geen vaste aanstelling en was bang dat oudere collega's zouden denken dat ik  door de uitdrukking te gebruiken geen serieuze geleerde zou zijn. Maar het echte woord zeggen  voelde nog slechter aan. 
Het incident in mijn klas dwong me om publiekelijk  af te rekenen met het woord. De geschiedenis, het geweld, maar ook -- De geschiedenis, het geweld, maar ook elke keer dat het me toegeroepen werd, of in mijn bijzijn terloops werd gebruikt, telkens als het iemand op de tong lag, dat alles ging toen door me heen terwijl ik daar voor de klas stond. En ik had geen idee wat te doen. 
Daarom noem ik verhalen zoals het mijne:  punten van ontmoeting. Een punt van ontmoeting beschrijft het moment dat je geconfronteerd  wordt met het n-woord. Als je ooit gekwetst of geprovoceerd werd door het woord, hetzij als gevolg  van een vervelende sociale situatie, een ongemakkelijk academisch gesprek, iets wat je hoorde in de popcultuur, of als je ermee werd uitgescholden, of iemand anders werd ermee uitgescholden, heb je een punt van ontmoeting ervaren. En afhankelijk van wie je bent  en hoe je dat moment verwerkt, kan je een scala van reacties hebben. Het kan je een beetje irriteren of het kan ongelooflijk  pijnlijk en vernederend zijn. Ik had veel van die punten  van ontmoeting tijdens mijn leven, maar één ding is waar: je hebt niet veel ruimte  om erover te praten. 
Die dag in mijn klas  leek vrij veel op al die keren dat ik het n-woord ongewenst tegenkwam. Ik bevroor. Omdat het moeilijk valt  om over het n-woord te praten. Een deel van de reden  dat het zo moeilijk is om over het n-woord te praten, is dat er meestal op één manier  over wordt gesproken, bij wijze van spreken,  horen we de hele tijd, toch? Het is maar een woord. De brandende vraag in de sociale media gaat over wie het wel  en wie het niet mag zeggen. De zwarte intellectueel Ta-Nehisi Coates  doet baanbrekend werk voor het verdedigen  van het Afro-Amerikaanse gebruik ervan. Aan de andere kant beweert Wendy Kaminer, een witte bepleiter  van vrijheid van meningsuiting, dat als we het niet gewoon gaan gebruiken, we het woord macht geven. En veel mensen voelen het zo. Het Pew Center is onlangs  de discussie aangegaan. In het onderzoek 'Race in Amerika 2019' vroegen onderzoekers  Amerikaanse volwassenen of ze dachten dat het oké was dat een witte persoon  het n-woord gebruikte. Zeventig procent van alle  ondervraagde volwassenen zei: nooit. 
En deze debatten zijn belangrijk. Maar in feite verdoezelen ze iets anders. Ze weerhouden ons ervan om het echte gesprek aan te gaan. Namelijk dat het n-woord  niet alleen maar een woord is. Het zit niet netjes opgeslagen  in een racistisch verleden als overblijfsel van de slavernij. Fundamenteel is het n-woord  een idee vermomd als een woord: dat zwarte mensen intellectueel, biologisch en onveranderlijk  inferieur zijn aan witten. En -- en ik denk dat  dat het belangrijkste onderdeel is -- dat die minderwaardigheid betekent  dat het onrecht dat we lijden en de ongelijkheid  die wij moeten verdragen in wezen onze eigen schuld is. Dus, ja, het is zo ... 
Het woord alleen maar zien  als racistisch braaksel of als een obsceniteit in hiphop-muziek, laat het klinken alsof het een ziekte is van de Amerikaanse stembanden die alleen maar  weggeknipt hoeft te worden. Dat is het niet en dat gaat niet. Ik leerde dit uit de gesprekken  met mijn studenten. 
Bij de volgende les verontschuldigde ik me en liet verstaan dat ik het anders zou aanpakken. Studenten zouden het woord zien  in mijn powerpoints, in films, in de essays die ze lazen, maar we zouden het woord  nooit hardop zeggen in de klas. Niemand heeft het ooit weer gezegd. Maar veel leerden ze er ook niet uit. Wat me later het meest stoorde, was dat ik de studenten  niet eens had uitgelegd waarom van alle verachtelijke,  problematische woorden in het Amerikaanse Engels, net dit bepaald woord  zijn eigen buffer had, de vervanguitdrukking, het 'n-woord'. 
De meeste van mijn studenten, velen van hen geboren  in de late jaren 1990 en daarna, wist niet eens  dat de uitdrukking 'n-woord' een relatieve nieuwkomer was  in het Amerikaanse Engels. Toen ik opgroeide, bestond het niet. Maar in de late jaren 1980 begonnen zwarte studenten,  schrijvers, intellectuelen, meer en meer te praten  over de racistische aanvallen tegen hen. In toenemende mate,  toen ze deze verhalen vertelden, stopten ze met het gebruik van het woord. In plaats daarvan reduceerden  ze het tot de initiaal n en noemden het: het 'n-woord'. Zij vonden dat telkens als het woord werd uitgesproken, het oude wonden openreet,  dus weigerden ze het te zeggen. Ze wisten dat hun luisteraars  het echte woord in hun hoofd zouden horen. Dat was niet het punt. Het ging erom dat ze het woord  niet in eigen mond wilden nemen of rondstrooien. Door dit te doen, deden ze een hele natie nadenken over het gebruik ervan. Dit was zo'n radicale zet dat mensen er nog steeds boos over zijn. Critici beschuldigen degenen onder ons  die de term 'n-woord' gebruiken -- of mensen die verontwaardigd raken gewoon omdat het woord wordt gezegd -- 'overdreven principieel' te zijn, politiek correct of, zoals ik net een paar weken geleden  las in The New York Times: 'onverdraaglijk overgevoelig'. Toch? 
Dus ging ik daar een beetje in mee, en daarom stelde ik de volgende keer  dat ik de cursus gaf een debat over de vrijheid  van meningsuiting voor. Het n-woord aan de universiteit:  wie is voor of tegen? Ik was er zeker van dat studenten graag zouden debatteren over wie  het mocht zeggen en wie niet. Maar zo ging het niet. In plaats daarvan ... begonnen mijn studenten op te biechten. Een witte studente uit New Jersey  sprak over toekijken terwijl een zwarte jongen op haar school  met dit woord werd gepest. Ze deed niets en jaren later  voelde ze nog steeds de schuld. Een ander uit Connecticut sprak over de pijn van het doorsnijden van een zeer nauwe relatie  met een familielid, want dat familielid weigerde  om te stoppen met het woord te zeggen. 
Een van de meest memorabele verhalen  kwam van een zeer rustige zwarte student uit South Carolina. Ze begreep al die drukte niet. Ze zei dat iedereen  op haar school het woord gebruikte. Het ging niet over kinderen  die elkaar uitscholden in de gangen. Ze legde uit dat op haar school, als docenten en bestuurders gefrustreerd raakten door een Afro-Amerikaanse student, ze deze student met het echte  n-woord noemden. Ze zei dat ze dat helemaal niet erg vond. Maar dan een paar dagen later kwam ze me opzoeken  tijdens mijn kantooruren, en weende. Ze dacht dat ze immuun was. Ze besefte dat ze het niet was. 
In de afgelopen 10 jaar hoorde ik letterlijk  honderden van deze verhalen van allerlei mensen van alle leeftijden. Vijftigers herinnerden zich verhalen  uit de lagere school en van toen ze zes waren, van hoe ze ofwel mensen zo noemden  ofwel zelf zo genoemd werden, maar dat ze al die jaren  dit woord met zich meesleepten, weet je. Ik luisterde naar mensen die over hun punten van ontmoeting praatten. Het patroon dat voor mij naar voren kwam en dat ik als leraar  het meest schokkend vond, was dat de meest beladen plaats voor deze punten van ontmoeting de klas is. 
De meeste Amerikaanse kinderen gaan het n-woord in de klas tegenkomen. Een van de meest toegewezen boeken  in de Amerikaanse middelbare scholen is Mark Twains 'De avonturen  van Huckleberry Finn', waarin het woord  meer dan 200 keer verschijnt. Dit is geen aanklacht van 'Huck Finn'. Het woord kom je veel tegen  in de VS literatuur en geschiedenis. De Afro-Amerikaanse literatuur  staat er vol van. Maar toch hoor ik van studenten dat wanneer het woord tijdens een les zonder discussie en context wordt gezegd, het de hele klasomgeving vergiftigt. Het vertrouwen tussen student  en docent is gebroken. En toch gebruiken veel leraren, vaak met de beste bedoelingen, nog steeds het n-woord in de klas. Ze willen de verschrikkingen  van het Amerikaanse racisme laten zien en benadrukken, en gebruiken het om te choqueren. Oproepen ervan benadrukt de lelijkheid  van het verleden van onze natie. Ze vergeten dat die ideeën springlevend  zijn in ons culturele weefsel. 
Het vijf-letter-woord is  als een capsule van opgehoopte pijn. Elke keer als het wordt gezegd, elke keer, emaneert het het haatdragende idee dat zwarte mensen minder zijn. Mijn zwarte studenten vertellen me dat wanneer het woord valt in de klas, ze dat voelen alsof er  een enorm spotlight op hen schijnt. Een van mijn studenten vertelde me dat zijn klasgenoten wiebelhoofden leken die zich naar hem toe draaiden  om zijn reactie te peilen. Een witte student vertelde me  dat toen ze in de achtste klas leerden over 'To Kill a Mockingbird', ze het hardop moesten lezen in de klas. De student was zo gestrest bij het idee om het woord  te moeten lezen -- en de leerkracht drong erop aan dat alle studenten het deden -- dat hij zich het grootste deel van de les ging wegsteken op het toilet. 
Dit is serieus. Studenten in het hele land praten over het veranderen van richting  en wegblijven uit de les, vanwege de slechte manier  van lesgeven over het n-woord. De kwestie van het onnadenkend  uitspreken van het woord werd zo intens beleefd dat het leidde tot protesten  in Princeton, Emory, The New School, Smith College, waar ik les geef, en Williams College, waar onlangs studenten  de hele afdeling Engels hebben geboycot over dit en andere zaken. Dat waren alleen nog maar  de gevallen die het nieuws haalden. Dit is een crisis. En al ziet de studentenreactie eruit als een aanval op de vrijheid van meningsuiting, neem maar van mij aan dat dit een kwestie is van onderwijs. 
Mijn leerlingen zijn niet bang  van lesmateriaal met het n-woord. Ze willen leren over James Baldwin en William Faulkner en over de burgerrechtenbeweging. In feite tonen hun verhalen aan dat dit woord een centraal onderdeel is  van hun leven als jongeren in de Verenigde Staten. Het zit in hun favoriete muziek. En in de populaire cultuur  die ze nabootsen, de shows die ze bekijken, het zit in tv en films en wordt herdacht in de musea. Ze horen het in kleedkamers, op Instagram, in de gangen op school, in de chatrooms  van de videogames die ze spelen. Het is er in de hele wereld  waarover ze navigeren. Maar ze weten niet hoe erover te denken of zelfs niet wat het woord echt betekent. 
Ik begreep zelf niet eens  wat het woord betekende, totdat ik er wat onderzoek over deed. Ik was verbaasd om te leren dat zwarte mensen voor het eerst  het n-woord in hun vocabulaire opnamen als politiek protest, niet in de jaren 1970 of 1980, maar zo ver terug als de jaren 1770. Ik wou dat ik meer tijd had om te praten over de lange, subversieve geschiedenis  van de zwarte gebruik van het n-woord. Maar ik zal dit zeggen: Vaak komen mijn studenten  naar me toe en zeggen: "Ik begrijp de giftige wortels  van dit woord; het is de slavernij." Ze hebben slechts gedeeltelijk gelijk. Dit woord, dat al bestond  voordat het een scheldwoord werd, maar een scheldwoord wordt op een zeer afgetekend moment  in de Amerikaanse geschiedenis: wanneer grote aantallen zwarte mensen  beginnen vrij te komen, eerst in het noorden in de jaren 1820. Met andere woorden, dit woord is fundamenteel  een aanval op zwarte vrijheid, zwarte mobiliteit, en zwarte aspiratie. 
Zelfs nu ontketent niets zo snel een n-woord-tirade als zwarte mensen  die opkomen voor hun rechten, die gaan waar ze willen of die het voor de wind gaat. Denk aan de aanvallen  op Colin Kaepernick toen hij knielde. Of Barack Obama toen hij president werd. Mijn studenten willen  deze geschiedenis leren kennen. Maar als ze vragen stellen, worden ze  het zwijgen opgelegd of beschaamd gemaakt. Door niet te willen praten  over het n-woord, hebben we dit woord  tot het ultieme taboe verklaard, het omgevormd tot iets zo verleidelijks dat het voor alle Amerikaanse kinderen -- hun raciale achtergrond maakt niet uit -- deel uitmaakt van hun opgroeien hoe om te gaan met dit woord. We behandelen gesprekken erover  als seks vóór de seksuele voorlichting. We zijn preuts; we leggen hen het zwijgen op. Dus leren ze erover van verkeerd  geïnformeerde vrienden en al fluisterend. 
Ik wou dat ik terug kon gaan  naar de klas die dag en ondanks mijn angst praten over het feit  dat er echt iets gebeurd is. Niet alleen met mij  of mijn zwarte studenten. Maar met ons allemaal. Weet je, ik denk dat we allemaal met elkaar verbonden zijn door ons onvermogen  om te praten over dit woord. Maar wat als we onze punten  van ontmoeting eens verkenden en erover begonnen te praten? 
Vandaag probeer ik in mijn klas  de voorwaarden te creëren om er open en eerlijk over te praten. Eén van die voorwaarden --  het woord niet uitspreken. We kunnen erover praten, want het komt de klas niet in. Een andere belangrijke voorwaarde is dat ik mijn zwarte studenten  niet verantwoordelijk maak om er hun klasgenoten over te onderwijzen. Dat is mijn taak. Dus kom ik voorbereid. Ik houd het gesprek strak in handen en ik ben gewapend  met mijn kennis van de geschiedenis. Ik stel de studenten  altijd dezelfde vraag: waarom is spreken  over het n-woord moeilijk? Hun antwoorden zijn geweldig. Ze zijn geweldig. Maar meer dan wat dan ook ben ik diep vertrouwd geraakt met mijn eigen punten van ontmoeting, mijn persoonlijke geschiedenis  rond dit woord. Want als het n-woord naar school komt, of eigenlijk overal, brengt het de hele  gecompliceerde geschiedenis van het Amerikaanse racisme met zich mee. De geschiedenis van de natie en die van mij, hier en nu. Er is geen ontkomen aan. 
(Applaus) 
