Ik heb eens een video gezien van een estafette op een basisschool op Jamaica. Hier zie je twee teams, een geel en een blauw team. De kinderen doen het fantastisch. Ze doen hun best en rennen snel. Het gele team ligt aan kop, totdat dit jongetje het stokje overneemt en de verkeerde richting op rent. Het leukste stuk voor mij is de volwassene die achter hem aan rent, want die doet zo zijn best om de situatie te redden en het kind de juiste kant op te sturen. 
Zo vergaat het eigenlijk heel veel jongeren in Afrika. Ze lopen ver achter op hun leeftijdsgenoten aan de andere kant van de ongelijkheidskloof, en ze rennen ook de verkeerde kant op. Hoewel we zo graag willen dat de situatie anders was en ondanks onze pogingen om economische en sociale systemen op te zetten waar dat nodig is, blijft de mondiale ontwikkeling een race. Een race die mijn thuisland, Nigeria, en mijn thuiscontinent, Afrika, aan het verliezen zijn. 
Ongelijkheid moet gezien worden zoals het is:  een wereldepidemie. Van het jongetje dat geen dromen heeft, omdat dat op een teleurstelling zou kunnen uitdraaien, tot het meisje dat spijbelt om op straat snacks te verkopen, zodat ze haar schoolgeld kan betalen. Het is duidelijk dat ongelijkheid centraal staat in veel wereldproblemen. Dat raakt niet alleen de onderste 40 procent, maar iedereen. Jonge mannen en vrouwen, die niet op het pad van gelijke kansen belanden, raken gefrustreerd. We verwerpen de keuzes die ze maken in een poging om te krijgen waar ze denken recht op te hebben, of ze straffen de mensen die hen zogenaamd in de weg staan, waardoor ze geen betere kansen krijgen. 
Zo hoeft het echter niet te zijn, als wij, als mensheid, andere keuzes zouden maken. We hebben wel degelijk de mogelijkheid om die kansenkloof te dichten, als we er prioriteit aan geven. 
Ik had als kind een enorme achterstand. Hoewel ik slim was en  in Akure opgroeide, een stadje op 350 kilometer van Lagos, voelde het als een plek die losgekoppeld was van de rest van de wereld, en waar hoop en dromen nauwelijks bestonden. Maar ik wilde iets bereiken en toen ik op de middelbare school voor het eerst een computer zag, was ik diep onder de indruk en ik wilde er koste wat kost  mee leren werken. Dat was in 1991 en toen waren er maar twee computers voor een school met 500 leerlingen. De leraar die de leiding had, zei dat computers niet voor mensen zoals ik waren, omdat ik niet wist hoe ik ermee om moest gaan. Van hem mochten alleen mijn vriend en diens twee broers, zoons van een docent ICT, de computer gebruiken, want zij wisten namelijk al hoe die werkte. 
Op de universiteit wilde ik zo graag met computers werken dat ik, om toegang tot het computerlab te hebben, daar ’s nachts sliep, zelfs als de campus gesloten was vanwege lerarenstakingen en studentenprotesten. Zelf had ik geen computer, totdat ik in 2002 er een van iemand kreeg, maar het gebrek aan apparaten compenseerde ik met enthousiasme en vastberadenheid. 
In computerlabs kamperen om zo zelf te leren coderen, is echter geen structurele oplossing en daarom heb ik het Paradigm Initiative opgestart, waarmee ik alle Nigerianen help om met technologie om te leren gaan, om hun te leren sneller en verder te rennen naar hoop en dromen, en om ons land en continent te helpen een enorme sprong voorwaarts te maken. 
Om het eenvoudig uit te drukken: het is mijn doel om iedereen ‘Famous’ te maken. Ik wil ze niet beroemd maken, maar ik wil dat iedereen wordt zoals de jongen die Famous heet. Toen Famous Onokurefe bij Paradigm Initiative terechtkwam, was hij klaar met school, maar  hij had geen geld voor de universiteit en weinig kansen voor de toekomst. Onlangs vroeg ik Famous wat er van hem terechtgekomen zou zijn zonder ons trainingsprogramma en hij somde een hele reeks scenarios op, zoals op straat rondhangen,  werkloos en dakloos, en dingen doen waar hij niet trots op zou zijn. Gelukkig is Famous in 2007 bij Paradigm Initiative terechtgekomen, omdat zijn vrienden, die lid waren van een jeugdgroep en van mijn plannen wisten, hem bleven vertellen over een gratis computertraining. Tijdens de training lette Famous goed op en was een van de besten. 
Toen het ‘Trade and Investment team’ van het Verenigd Koninkrijk, verbonden aan het Britse hoge commissariaat in Lagos, ons vroeg een aantal kandidaten voor een stage aan te bevelen, hebben we Famous en een paar anderen voor een gesprek voorgedragen. Hij werd aangenomen als stagiair en tijdens zijn stage hoorde hij over een baan als Entry Clearance assistent op het [Britse] hoge commissariaat in Abuja. Hij solliciteerde, ook al zou hij zonder hogere opleiding, waarschijnlijk weinig kans maken. Hij stond op achterstand, maar het was niet de technologie waardoor hij hogerop kwam, het was de extra training, training die aangeboden werd binnen zijn gemeenschap, training die aansloot bij zijn achtergrond en beproevingen, training die hem hielp om vooruit te komen in het leven. 
Famous werd aangenomen en vervolgens zette hij geld opzij om naar de universiteit te kunnen gaan. Famous, afgestudeerd in medische biochemie aan de Delta State universiteit, werkt nu als registeraccountant en assistent-manager bij een van de grootste vier dienstverleningsbedrijven in de wereld waar hij de laatste vier jaar op rij  een innovatieprijs heeft gewonnen. Voor de duidelijkheid, dit is niet dankzij een computer -- maar dankzij ons. 
Zonder onze aanvullende training en ondersteuning, zou Famous niet zo ver gekomen zijn. Rechtvaardigheid is niet iedereen een computer en speciale training geven, rechtvaardigheid is ervoor zorgen dat iedereen gelijke toegang krijgt en training waardoor iedereen alle voorzieningen kan gebruiken om zo te slagen in het leven. Als mensen ver achterlopen, dan is rechtvaardigheid niet iedereen dezelfde kansen geven, maar wel degenen die achterlopen helpen om samen met iedereen aan dezelfde startlijn te staan en hun zo een kans te geven om hun eigen race af te leggen in de goede richting. Er zijn nog miljoenen jongeren die niet zoveel geluk hebben gehad als Famous en ikzelf en die nog steeds niet de vaardigheden of zelfs maar de wil hebben om het hoofd te bieden aan uitzichtloze ongelijkheid. 
Nu meer werkenden en studenten hun werk en studie vanuit huis moeten doen, wordt deze ongelijkheid nog veel zichtbaarder, en dit heeft ernstige gevolgen. Dit is de drijfveer voor mijn werk bij Paradigm Initiative. 
Maar net zoals bij andere interventieprogramma’s, is het aantal jongeren dat we via onze drie centra kunnen bereiken, beperkt. Wij gaan nu met onze training naar de kinderen toe, maar openbare scholen zijn zo slecht uitgerust dat wij voor apparatuur en verbinding moeten zorgen en in veel gevallen moeten we zelfs de stroom leveren. 
Sinds 2007 werken we met jonge Nigerianen om hun leven en dat van hun families te verbeteren. Een voorbeeld hiervan is Ogochukwu Obi, wiens vader haar, haar zussen en moeder de deur wees, omdat hij liever een zoon had gehad. Toen ze ons programma voltooid had, een baan kreeg en de broodwinner van de familie werd, klopte haar vader weer aan en gaf toe dat hij de waarde van zijn dochter verkeerd had ingeschat. 
Naast het werk in onze trainingscentra en op scholen, zijn we ook van plan om mobiele leercentra aan te schaffen, bussen voorzien van computerapparatuur, internet en stroom die meerdere scholen kunnen bedienen. We moeten technologie inderdaad beter toegankelijk maken, ons beleid moet vrije toegang tot het internet mogelijk maken, en vrijheid van meningsuiting toestaan, maar de beste computers ter wereld kunnen in een democratisch bos verdwijnen, waar niemand ze zou horen, laat staan gebruiken, als ze mijlen ver zitten en water uit een put moeten halen of op zoek moeten gaan naar schroot, om hun schoolgeld te betalen voor een school die hun niet eens computervaardigheden kan aanleren. Zoals de beste sportschoenen van de wereld geen verschil maken voor een hardloper die mijlen achterligt. 
Ik zal nooit vergeten dat mijn oude middelbare school mij uitnodigde toen ik de Nigeriaanse jongerenambassadeur voor informatietechnologie was. Dat was 10 jaar nadat mij gezegd was dat ik de computer niet mocht gebruiken op diezelfde school. Maar deze keer werd ik geïntroduceerd als een rolmodel die zogenaamd gevormd was door diezelfde school. Na de presentatie nam de leraar, die mij toen gezegd had dat ik nooit met computers zou leren omgaan, heel snel de microfoon en vertelde iedereen dat hij zich mij als leerling nog heel goed herinnerde en dat hij toen al wist dat ik het in me had. Hij had gelijk. Hij wist het toen nog niet, maar ik had het wel degelijk in me. Zoals Famous het in zich had, en Ogochukwu ook, de onderste 40 procent heeft het in zich. Zeggen we straks nog dat levensveranderende kansen niet zijn voor mensen zoals zij, zoals die leraar zei? Of zullen we erkennen dat eeuwenlange ongelijkheid niet ongedaan kan worden gemaakt met gadgets alleen, maar wel door training en middelen die bijdragen tot een gelijker speelveld? 
Rechtvaardigheid betekent niet ieder kind een computer en een app geven, maar het internet voor hen toegankelijk maken, training en extra steun geven, zodat ze evenveel voordeel uit die computers en apps kunnen halen. Zo geven we het stokje aan hen door en helpen we ze om hun achterstand in te lopen en de goede kant op te gaan en hun leven te veranderen. 
Dank je wel. 
