Wie van jullie hoort mensen zeggen dat privacy niet meer bestaat? Steek je hand eens op. Wie van jullie heeft iemand horen zeggen dat hun privacy hen niks uitmaakt, omdat ze toch niks te verbergen hebben? Laat maar zien. 
(Gelach) 
Wie van jullie gebruikt enige vorm van encryptiesoftware -- steek je hand op -- of een wachtwoord om een online account te beveiligen, of gordijnen of luxaflex voor je ramen thuis? 
(Gelach) 
Nou, dat zijn we allemaal wel, denk ik. 
(Gelach) 
Waarom doe je dit soort dingen? Een gokje: omdat je graag wat privacy hebt. Het idee dat privacy niet meer bestaat, is een mythe. Het idee dat mensen niet om hun privacy geven, omdat ze 'niets te verbergen hebben' of omdat ze niets verkeerd doen, is ook een mythe. Volgens mij zou je niet op het internet willen openbaren -- voor wie het maar wil zien -- wat je medische verleden is. Of je historie van zoekopdrachten op je telefoon of computer. En ik durf te wedden dat als de regering een chip in je hoofd wilde stoppen die al je gedachten naar een centrale computer zou sturen, dat je zou protesteren. 
(Gelach) 
Dat komt omdat je prijs stelt op je privacy, zoals ieder menselijk wezen. Onze wereld is snel veranderd en het is niet vreemd dat er behoorlijk wat verwarring is over wat privacy is en waarom het belangrijk is. Privacy is geen geheimzinnigheid. Het is zeggenschap. Ik geef informatie aan mijn dokter over mijn lichaam en mijn gezondheid, ervan uitgaande dat zij zich niet omdraait en het allemaal aan mijn ouders laat weten, of aan mijn baas of mijn kinderen. Die informatie is privé, niet geheim. Ik ben degene die bepaalt, wie over die informatie mag beschikken. 
Je hoort wellicht ook wel eens dat er een spanningsveld bestaat tussen privacy enerzijds en veiligheid anderzijds. Maar de technologieën die onze privacy ondersteunen, ondersteunen ook onze veiligheid. Denk maar aan hekken, sloten, gordijnen voor je ramen, wachtwoorden, encryptiesoftware. Al die technologieën beschermen simultaan onze privacy en onze veiligheid. 
Algehele surveillance echter beschermt geen van beide. De afgelopen jaren belastte de Amerikaanse overheid een groep experts, The Privacy and Civil Liberties Oversight Board genaamd, met de taak om de surveillanceprogramma's van na 9/11 te onderzoeken -- sleepnetsurveillanceprogramma's. Die experts konden geen enkel voorbeeld vinden waarin zo'n sleepnetsurveillance de veiligheid had bevorderd -- geen enkele terroristische aanval werd ontdekt of voorkomen. Weet je waar die informatie wel handig voor was? Veiligheidsdienstmedewerkers hielden hun liefjes ermee in de gaten. 
(Gelach en gemompel) 
Dit voorbeeld staat dichter bij ons. Miljoenen mensen in de VS en in de wereld omarmen zogenaamde 'smart home'-apparaten, zoals op het internet aangesloten bewakingscamera's. Maar we weten dat alle op het internet aangesloten technologieën gehackt kunnen worden. Dus als een hacker via het internet op je bewakingscamera thuis inbreekt, dan kunnen ze op hun gemak jullie dagschema bekijken, zodat ze precies weten wanneer ze kunnen toeslaan. Weet je wat ze niet op afstand kunnen hacken? Gordijnen ... 
(Gelach) 
hekken ... sloten. 
(Gelach) 
Privacy is niet de vijand van veiligheid. Het is er de borgsteller van. 
Desalniettemin ondergaan we dagelijks de propaganda die ons zegt dat we wat privacy moeten opgeven voor veiligheid door surveillanceprogramma's. Gezichtssurveillance is de gevaarlijkste van deze technologieën. Dit zijn de twee belangrijkste manieren waarop dit tegenwoordig wordt gebruikt. De eerste is gezichtsherkenning -- het identificeren van iemand op een afbeelding. De tweede is gezichtssurveillance, wat gebruikt kan worden in combinatie met databases en netwerken van surveillancecamera's om ermee te registreren waar we ons allemaal begeven en wat onze gewoonten en relaties zijn -- feitelijk een digitaal panopticum. 
Dit is een panopticum. Het is een gevangenis die zo is ontworpen dat een paar bewakers in het midden in de gaten kunnen houden wat er in de cellen eromheen gebeurt. De mensen in de cellen kunnen niet in de bewakerstoren kijken, maar de bewakers kunnen iedere centimeter in die cellen zien. Het gaat uit van het idee dat als de mensen in die cellen weten dat ze voortdurend bekeken worden -- of dat het zou kunnen -- dat ze zich dan zouden gedragen. Evenzo biedt gezichtssurveillance mogelijkheden aan een centrale autoriteit, in dit geval de staat, om in het publieke domein ieders locatie en relaties te monitoren En zo ziet dat eruit in de werkelijkheid. In dit geval is het niet een bewaker in een toren, maar een analist van de politie in een spionagecentrum. De gevangenis strekt zich uit tot buiten zijn muren en bestrijkt iedereen, overal en altijd. In een vrije maatschappij zou dit ons moeten doen griezelen. 
Al tientallen jaren kijken we naar politieprogramma's die het verhaal verkondigen dat technologieën als gezichtssurveillance uiteindelijk de publieke zaak dienen. Maar het echte leven is geen politieserie. De boef heeft het niet altijd gedaan, de politie staat zeker niet altijd aan de goede kant en de technologie werkt niet altijd. Neem het geval van Steve Talley, een financieel analist uit Colorado. In 2015 werd Talley gearresteerd en beschuldigd van bankroof op basis van een fout in een gezichtsherkenningssysteem. Talley vocht dat aan en de aanklacht werd uiteindelijk ingetrokken, maar tijdens de procesgang raakte hij zijn huis, baan en kinderen kwijt. Deze zaak is een voorbeeld van wat er kan gebeuren als de technologie faalt. Maar gezichtssurveillance is net zo eng als het wel werkt zoals bedoeld. 
Bedenk eens hoe banaal het zou zijn, zou de overheid  een surveillancecamera plaatsen bij een gebouw waar de vereniging Anonieme Alcoholisten vergadert. Stel ze verbinden die camera met een database en een algoritme voor gezichtssurveillance, en met een druk op de knop krijgen ze de gegevens van alle mensen die voor alcoholisme behandeld worden. Het zou net zo simpel zijn voor de overheid om met deze technologie automatisch vast te stellen wie er meededen aan de Woman's March of een 'Black Lives Matter'-demonstratie. Zelfs de technologische industrie weet hoe zwaarwegend dit probleem is. De directeur van Microsoft, Brad Smith, heeft het Congress gevraagd in te grijpen. Google heeft op haar beurt openbaar geweigerd om software te leveren voor gezichtssurveillance, onder meer vanwege deze zorgen over mensen- en burgerrechten. En dat is maar goed ook. Want onze open maatschappij beschermen is uiteindelijk veel belangrijker dan bedrijfswinsten. 
De campagne van de burgerrechtenbeweging om de overheid op de rem te laten trappen inzake de acceptatie van deze gevaarlijk technologie, heeft verstandige mensen redelijke vragen ontlokt. Wat maakt deze technologie nou precies zo gevaarlijk? Kunnen we het niet gewoon reguleren? Ofwel: vanwaar het alarm? 
Gezichtssurveillance is om twee redenen op een unieke manier gevaarlijk. Eén is de aard van de technologie zelf. En de tweede is dat ons systeem fundamenteel de toezicht- en aansprakelijkheidsmechanismen mist die nodig zouden zijn om ervoor te zorgen dat de overheid het niet zou misbruiken. Om te beginnen maakt gezichtssurveillance een totale vorm van surveillance mogelijk die we niet voor mogelijk hielden. Elk bezoek van ieder persoon aan het huis van een vriend, een overheidsgebouw, een religieus gebouw, een abortuskliniek, een koffieshop, een stripclub; ieders publieke bewegingen, gewoonten en relaties gedocumenteerd en gecatalogiseerd, niet één dag, maar iedere dag, met slechts één druk op de knop. Dit soort totale massasurveillance bedreigt fundamenteel wat wij een vrije samenleving noemen: onze vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vereniging, vrijheid van godsdienst, persvrijheid, onze privacy, ons recht met rust gelaten te worden. 
Nou denk je misschien: maar er zijn zoveel manieren waarop de overheid ons kan bespioneren. En dat is waar. De overheid weet waar we zijn door onze telefoons, maar ... als ik een abortus wil of naar een politieke vergadering, of zelfs als ik me ziek meld en gewoon naar het strand ga ... 
(Gelach) 
dan kan ik mijn telefoon thuislaten. Mijn gezicht kan ik niet thuislaten. 
En dat brengt me bij mijn tweede belangrijke zorg: hoe we deze technologie effectief kunnen reguleren. Als de overheid nu wil weten waar ik vorige week was, kunnen ze niet zomaar in een tijdmachine stappen en me even gaan volgen. En de lokale politie houdt op dit moment niet centraal bij waar mensen zijn, waarbij ze ieders publieke bewegingen voortdurend documenteren, voor het geval dat die informatie op een dag van pas kan komen. Als de overheid vandaag wil weten waar ik vorige week was, of vorige maand of vorig jaar, dan moeten ze naar een rechter voor een machtiging, waarmee ze naar mijn telefoonprovider stappen -- die trouwens een financieel belang heeft om mijn privacy te beschermen. Met gezichtssurveillance bestaan zulke beperkingen niet. Dit is technologie die voor 100% in handen is van de overheid zelf. En als je een machtiging in deze context verplicht zou stellen? Gaat de overheid dan naar een rechter voor een machtiging, die ze dan aan zichzelf voorleggen? Dat is alsof ik je mijn dagboek geef en zeg: 'Hier, je mag dit voor altijd houden, maar je mag het niet lezen tot ik zeg dat het mag.' Dus wat kunnen we doen? 
Het enige antwoord op de dreiging die het gevaar van gezichtssurveillance door de overheid oplevert, is de overheid de bevoegdheid te ontzeggen het publieke vertrouwen te schenden, door de overheid de bevoegdheid te ontzeggen deze gezichtssurveillancenetwerken voor zichzelf te bouwen. En dat is precies wat we doen. De burgerrechtenbeweging is een landelijk initiatief om de rem te zetten op het gebruik van deze technologie door de overheid. We hebben al successen behaald. Van San Francisco tot Somerville in Massachusetts is het nu gemeentelijk verboden dat de overheid deze technologie gebruikt. En veel andere gemeenschappen in Massachusetts en doorheen het land overwegen ook zoiets te doen. 
Sommigen zeggen dat deze beweging onvermijdelijk zal falen. Dat het uiteindelijk, gewoon omdat de technologie er is, in iedere context zal worden toegepast -- door alle overheden en wel overal. Privacy bestaat niet meer, toch? Dat zegt men tenminste. Nou, ik weiger dat te accepteren. Zou jij ook moeten doen. We kunnen het niet aan Jeff Bezos of de FBI overlaten om voor ons de grenzen van onze vrijheid in de 21e eeuw te bepalen. Als we in een democratie leven, maken wij zelf uit hoe onze toekomst eruitziet. 
We staan op een kruispunt hier. We kunnen ofwel op dezelfde voet doorgaan en overheden toestaan deze technologieën ongecontroleerd in te zetten, in onze gemeenschappen, in onze straten en scholen, of we kunnen nu actie ondernemen en het gebruik van gezichtssurveillance door de overheid stoppen, onze privacy beschermen en een veiligere, vrijere toekomst bouwen voor ons allemaal. 
Dankjewel. 
(Applaus en gejuich) 
