Ik ben er vrij zeker van dat ik niet de enige in deze zaal ben die op een bepaald moment omhoog keek naar de sterren en zich afvroeg: "Zijn wij de enige, of zijn er nog andere  planeten met leven zoals de onze?" Ik denk dat het mogelijk is dat ik dan de enige persoon ben die geobsedeerd genoeg was door die vraag om er haar carrière van te maken. Maar we gaan door. Hoe komen we tot deze vraag? Ik zou zeggen dat het eerste wat we moeten doen, is onze ogen afwenden van de hemel en naar onze eigen planeet Aarde kijken. En bedenk hoeveel geluk de Aarde moest hebben om een bewoonbare planeet te worden. Ze moet op zijn minst wel  een beetje geluk gehad hebben. Hadden wij dichter bij de Zon gezeten of een beetje verder weg, dan zou het water ofwel weggekookt ofwel bevroren zijn. Ik bedoel dat het niet vanzelfsprekend is dat een planeet water heeft. Waren we een droge planeet geweest, dan zou er niet veel leven  op zijn geweest. En zelfs als we al het water hadden  dat we vandaag hebben, als dat water niet vergezeld was van de juiste soort van chemische stoffen om het leven op te starten, dan hadden we een natte planeet, maar net even dood. Als zoveel dingen fout kunnen gaan, wat zijn dan de kansen dat ze goed gaan? Wat zijn de kansen  dat de planeet zich vormt met minstens de nodige basisingrediënten om het leven te laten beginnen? Laten we dat samen eens onderzoeken. Je gaat voor een bewoonbare planeet. Het eerste wat je nodig hebt, is een planeet. (Gelach) Maar niet zomaar eender welke planeet. Je hebt waarschijnlijk een typisch  Aarde-achtige planeet nodig. Een planeet die rotsachtig is, zodat je zowel zeeën als land hebt, en hij mag noch te dichtbij, noch te ver van zijn ster zitten, maar alleen in de juiste temperatuurzone. En dat is waar water vloeibaar is. Hoeveel van dit soort planeten hebben we in onze Melkweg? Een van de grote ontdekkingen van de afgelopen decennia is dat er ongelooflijk veel planeten zijn. Bijna elke ster heeft  een planeet om zich heen. Sommige hebben er veel. En tussen deze planeten zijn er een paar procent  Aarde-achtig genoeg dat we ze zouden kunnen beschouwen als planeten met mogelijk leven. De juiste soort planeet hebben  is dus eigenlijk niet zo moeilijk als we weten dat er in ons melkwegstelsel ongeveer 100 miljard sterren zijn. Dat geeft je ongeveer een miljard planeten met potentieel leven. Maar het is niet genoeg om alleen de juiste temperatuur of de juiste samenstelling te hebben. Je hebt ook de juiste chemicaliën nodig. En het tweede en belangrijke ingrediënt voor een bewoonbare planeet -- ik denk dat dat vrij intuïtief is -- is water. We definieerden immers onze planeet met potentieel leven als een met de juiste temperatuur voor vloeibaar water. Ik bedoel dat hier op Aarde het leven gebaseerd is op water. Maar meer in het algemeen is water gewoon echt goed als  ontmoetingsplaats voor chemische stoffen. Het is een zeer speciale vloeistof. Dit is dus ons tweede basisingrediënt. Het derde ingrediënt is, denk ik, waarschijnlijk een beetje verrassender. We gaan daar organische  stoffen moeten hebben, omdat we denken aan organisch leven. Maar de organische molecule die essentieel lijkt  voor de chemische netwerken die biomoleculen kunnen produceren, is waterstofcyanide. Wie dit molecule kent, weet dat je er beter van wegblijft. Maar het blijkt dat wat echt, echt slecht is voor geavanceerde vormen van leven, zoals jullie, echt, echt goed is om  die chemie mee te beginnen, de juiste soort chemie die kan leiden  tot het ontstaan van het leven. Nu hebben we onze  drie benodigde ingrediënten, te weten: een gematigde planeet, water en waterstofcyanide. Hoe vaak komen deze drie samen voor? Hoeveel gematigde planeten zijn er met water en waterstofcyanide? In een ideale wereld zouden we een van onze telescopen naar een van die gematigde planeten richten en het zelf gaan bekijken. Zo van: "Hebben deze planeten  water en cyaniden?" Helaas hebben we nog geen telescopen die groot genoeg zijn om dat te kunnen. We kunnen moleculen detecteren  in de atmosfeer van een aantal planeten. Maar dit zijn grote planeten die vaak vrij dicht bij hun ster zitten, niet zoals deze, weet je, net geschikte planeten waar we het hier over hadden, die veel kleiner en verder weg zijn. Dus moeten we het anders doen. De andere manier die we bedachten  en daarna hebben gevolgd, is om niet meer te zoeken naar deze moleculen op bestaande planeten, maar ernaar te zoeken in het materiaal waaruit nieuwe planeten ontstaan. Planeten ontstaan in schijven van stof en gas rond jonge sterren. Deze schijven krijgen hun materiaal uit het interstellaire medium. Het blijkt dat de lege ruimte die je tussen de sterren ziet wanneer je ernaar op zoek bent en existentiële vragen stelt, niet zo leeg is als ze lijkt, maar eigenlijk vol met gas en stof, dat zoals je weet, kan samenklonteren in wolken, en dan samentrekken om schijven, sterren en planeten te vormen. Een van de dingen die we altijd zien als we naar deze wolken kijken, is water. Ik denk dat we de neiging hebben om water te zien als iets speciaals voor ons. Water is een van de meest voorkomende moleculen in het heelal, inclusief in deze wolken, deze ster- en planeetvormende wolken. En dat niet alleen, water is ook een erg robuust molecule: het is niet zo makkelijk kapot te krijgen. Veel van dit water  in de interstellaire ruimte zal dus de nogal gevaarlijke instortreis overleven van wolken, naar schijf, naar planeet. Water is dus oké. Dat tweede ingrediënt  gaat niet echt een probleem zijn. De meeste planeten krijgen bij hun vorming water mee. Hoe zit het nu met waterstofcyanide? We zien ook cyaniden en andere  soortgelijke organische moleculen in deze interstellaire wolken. Maar hier zijn we er minder zeker van of de moleculen gaan overleven bij hun reis van wolk naar schijf. Ze zijn wat delicater, kwetsbaarder. Als we dus gaan weten dat dit waterstofcyanide zich in de buurt  van nieuwe planeten bevindt, zouden we het echt moeten zien in de schijf zelf, in de planeetvormende schijven. Een jaar of tien geleden startte ik een programma op om te zoeken naar dit waterstofcyanide en andere moleculen in die planeetvormende schijven. En dit is wat we gevonden hebben. Goed nieuws dus, in deze zes beelden vertegenwoordigen die heldere pixels  uitstoot van waterstofcyanide in planeetvormende schijven op honderden lichtjaren afstand die tot bij onze telescoop zijn geraakt, op de detector, zodat we ze konden zien als dit. Het goede nieuws is dat deze schijven inderdaad waterstofcyanide bevatten. Dat laatste, ongrijpbaardere ingrediënt. Het slechte nieuws is dat we niet weten waar het zit in de schijf. Als we hiernaar kijken, zal niemand kunnen zeggen  dat het mooie beelden zijn, zelfs niet toen we ze kregen. Je ziet dat de pixelgrootte vrij groot is, eigenlijk groter dan de schijven zelf. Elke pixel hier is iets dat veel groter is dan ons zonnestelsel. Dat betekent dat we niet weten waar in de schijf het waterstofcyanide vandaan komt. En dat is een probleem, omdat deze gematigde planeten niet zomaar overal hun waterstofcyanide  vandaan kunnen halen, maar het moet in de buurt zijn  van waar ze zich vormen om erbij te kunnen. Laten we om dit duidelijk te maken eens nadenken over een analoog voorbeeld, namelijk het kweken van cipressen in de Verenigde Staten. Veronderstel dat je terugkomt uit Europa, waar je prachtige,  Italiaanse cipressen hebt gezien, en je wil wel eens weten of het zin heeft om ze  in de Verenigde Staten te importeren. Kan je ze hier kweken? Dus praat je met cipresexperts en die vertellen je dat er inderdaad een strook is waar het niet al te warm,  noch te koud is in de Verenigde Staten, waar je ze zou kunnen telen. En als je een mooie, hoge-resolutiekaart  of afbeelding als deze hebt, is het vrij gemakkelijk om te zien dat deze cipresstrook overlapt met veel pixels  van groene, vruchtbare grond. Zelfs als ik deze kaart  een beetje verslechter, de resolutie verminder, kunnen we nog steeds zeggen dat er vruchtbaar land  overlapt met deze strook. Maar wat als de hele Verenigde Staten samengebald wordt tot een enkele pixel? Als de resolutie zo laag is. Wat doe je dan? Hoe kan je dan zien of je cipressen  kunt kweken in de Verenigde Staten? Wel, het antwoord is dat je dat niet kunt. Ik bedoel dat er zeker  wat vruchtbaar land is, of je zou die groene tint  niet hebben op die pixel, maar je zou gewoon niet kunnen vertellen of iets van dat groen  zich op de juiste plaats bevindt. Dat is net het probleem waarmee we werden geconfronteerd met onze enkele-pixel afbeeldingen van deze schijven met waterstofcyanide. Wat we dus nodig hebben,  is iets analoogs, minstens zo’n lage-resolutiekaarten zoals ik net liet zien, om te kunnen bepalen of er overlap is tussen de plaatsen  waar er waterstofcyanide is en waar deze planeten erbij kunnen  als ze zich vormen. Tot onze redding  kwam er een paar jaar geleden deze nieuwe, fantastische, mooie telescoop, ALMA, de Atacama Large Millimeter and submillimeter Array in het noorden van Chili. ALMA is geweldig  op veel verschillende manieren, maar waar ik me op ga richten is deze -- zoals je kunt zien, noem ik dit één telescoop -- maar je ziet eigenlijk veel schotels in dit beeld. Dit is een telescoop die bestaat uit 66 afzonderlijke schotels die allemaal samenwerken. Dat betekent dat je een telescoop hebt waarvan de grootte gelijk is  aan de grootste afstand waarop je deze schotels  uit elkaar kan zetten. In ALMA's geval is dat enkele kilometers. Dus krijg je een meer  dan een kilometer grote telescoop. En met zo'n grote telescoop kan je op echt kleine dingen inzoomen, inclusief het maken van kaarten  van waterstofcyanide in planeetvormende schijven. Toen ALMA online kwam  een paar jaar geleden, was dat een van de eerste dingen die ik voorstelde om hem ervoor gebruiken. Hoe ziet een kaart van waterstofcyanide in een schijf er uit? Zit het waterstofcyanide  op de juiste plaats? En het antwoord is ja. Dit is de kaart. Je ziet de waterstofcyanide-uitstoot verspreid over de schijf. Ten eerste zit het bijna overal, en dat is heel goed nieuws. Maar je hebt veel extra heldere uitstoot komende uit de buurt van de ster naar het midden van de schijf. En dat is precies waar we het willen zien. Dit is de buurt waar  deze planeten worden gevormd. We zien dat niet alleen bij één schijf -- hier zijn drie verdere voorbeelden. Je kunt zien dat ze allemaal  hetzelfde laten zien -- hopen heldere waterstofcyanide-uitstoot vanuit ongeveer het midden van de ster. Om eerlijk te zijn, zien we dit niet altijd. Er zijn schijven  waar we het omgekeerde zien, waar er eigenlijk een gat zit  in de emissie naar het centrum. Het tegenovergestelde van wat wij willen zien. Dit zijn geen plaatsen  waar we zouden zoeken naar waterstofcyanide  waar planeten zich vormen. Maar in de meeste gevallen vinden we niet alleen waterstofcyanide, maar we vinden het ook  op de juiste plaats. Wat betekent dit allemaal? Ik vertelde jullie in het begin dat we heel veel gematigde planeten hebben, misschien wel een miljard of zo, waarop leven zich kon ontwikkelen als ze de juiste ingrediënten hadden. Ik toonde ook aan dat we denken dat de juiste ingrediënten  er meestal ook zijn -- we hebben water,  we hebben waterstofcyanide, evenals andere organische moleculen samen met de cyaniden. Dit betekent dat planeten met de meest basale ingrediënten voor leven waarschijnlijk ongelooflijk veel voorkomen in onze Melkweg. En als om leven te ontwikkelen alleen deze basisingrediënten nodig zijn, dan zouden er veel planeten  met leven moeten zijn. Maar dat is natuurlijk een grote 'als'. Ik zou zeggen dat de uitdaging van de volgende decennia, voor zowel de sterrenkunde  als de scheikunde, is om erachter te komen hoe vaak planeten met potentieel leven ook werkelijk leven hebben. Dank u. (Applaus) 
