Toen ik ongeveer negen weken  zwanger was van mijn eerste kind, ontdekte ik dat ik drager was  van een fatale genetische fout die Tay-Sachs-ziekte wordt genoemd. Dit betekent dat een van de twee kopieën  van chromosoom 15 die ik in elk van mijn cellen heb, een genetische mutatie heeft. Omdat ik nog altijd  een normale kopie van dit gen heb, merk ik zelf niets van de mutatie. Maar als een baby  deze mutatie van beide ouders erft, als beide kopieën van dit gen  niet naar behoren werken, geeft dat Tay-Sachs, een ongeneeslijke ziekte die geleidelijk aan het centrale  zenuwstelsel uitschakelt en in het vijfde levensjaar met de dood eindigt. 
Voor vele zwangere vrouwen  kan dit nieuws tot paniek leiden. Maar ik wist iets dat me rustig hield toen ik deze afknapper  over mijn eigen biologie hoorde. Ik wist dat mijn echtgenoot, wiens voorouders geen Europese Joden  waren zoals de mijne, slechts een heel kleine kans had om ook een drager  van de Tay-Sachs-mutatie te zijn. Terwijl de frequentie  van de heterozygoten, personen met een normaal kopie van het gen en een gemuteerd kopie, ongeveer 1 op 27 is bij Joden van Asjkenazische afkomst, zoals ik, is in de meeste populaties slechts een op 300 mensen  drager van de Tay-Sachs-mutatie. Gelukkig bleek dat ik gelijk had  om me niet te bezorgd te maken. Mijn echtgenoot is geen drager en we hebben nu twee mooie  en gezonde kinderen. 
Zoals gezegd, door mijn Joodse afkomst kende ik de ongewoon  hoge graad van Tay-Sachs in de Asjkenazische populatie. Maar het was slechts een paar jaren  na de geboorte van mijn dochter, toen ik een lessenreeks over evolutionaire geneeskunde  ontwierp en doceerde in Harvard, dat ik nadacht, en een mogelijk antwoord vond op de vraag 'Waarom?' Evolutie door natuurlijke selectie elimineert normaal gesproken schadelijke mutaties. Waarom bleef dit foutieve  gen dan toch bestaan? En waarom komt het  in zo'n hoge frequentie voor in deze specifieke populatie? 
Het perspectief van evolutionaire  geneeskunde levert waardevolle inzichten, omdat ze onderzoekt hoe en waarom het evolutionair verleden van de mens  onze lichamen kwetsbaar maakte voor ziektes en andere problemen. Daardoor toont ze aan dat natuurlijke selectie  onze lichamen niet altijd beter maakt. Dat hoeft niet. Maar wat ik hoop aan te tonen  met mijn eigen verhaal is dat het begrijpen van de implicaties  van je evolutionair verleden bevorderlijk kan zijn  voor je eigen gezondheid. 
Toen ik Tay-Sachs begon te onderzoeken  vanuit evolutionair perspectief, kwam ik een intrigerende hypothese tegen. De ongebruikelijk hoge graad  van de Tay-Sachs-mutatie bij Asjkenazische joden vandaag kon gerelateerd zijn aan voordelen die  de mutatie opleverde voor deze populatie in het verleden. Nu denken sommigen onder jullie zeker: suggereerde jij zo even  dat deze ziekte-veroorzakende mutatie gunstige effecten had? Ja, dat deed ik. Zeker niet voor mensen die beide  kopieën van de mutatie erfden en Tay-Sachs hadden. Maar onder bepaalde omstandigheden hadden mensen als ik, die slechts één fout gen hebben, misschien meer kans  op overleven, voortplanten en hun genetisch materiaal doorgeven samen met dat gemuteerde gen. 
Dit idee dat er  omstandigheden kunnen zijn waarbij heterozygoten beter af zijn, is voor sommigen onder jullie  misschien al vertrouwd. Evolutionair biologen  noemen dit verschijnsel het heterozygoot voordeel. Het verklaart bijvoorbeeld waarom sikkelcelanemie vaker voorkomt bij sommige Afrikaanse  en Aziatische volkeren of bij diegenen met voorouders  in deze tropische gebieden. In deze gebieden is malaria  een serieus gezondheidsrisico. Maar de parasiet die malaria veroorzaakt kan zijn levenscyclus alleen maar voltrekken in normale, ronde rode bloedcellen. Door de vorm van iemands  bloedcellen te wijzigen verschaft de sikkelcelmutatie  bescherming tegen malaria. Mensen met de mutatie worden  niet minder vaak gestoken door de muskieten  die de ziekte overbrengen, maar ze hebben minder kans  om ziek te worden of dood te gaan. Drager zijn van de sikkelcelanemie is daarom de best  mogelijke genetische optie in een omgeving met malaria. Dragers zijn minder gevoelig voor malaria omdat ze wat sikkelvormige  rode bloedcellen aanmaken, maar ze maken genoeg  normale rode bloedcellen aan zodat ze geen negatieve gevolgen  van sikkelcelanemie ondervinden. 
In mijn geval beschermt het foute gen  dat ik draag me niet tegen malaria. Maar de ongewone frequentie  van de Tay-Sachs-mutatie bij Asjkenazische populaties kan een ander voorbeeld zijn  van heterozygoot voordeel. In dit geval toegenomen weerstand  tegen tuberculose. De eerste aanwijzing  voor een mogelijk verband tussen Tay-Sachs en tuberculose dook op in de jaren 70, toen onderzoekers data publiceerden die aantoonden dat bij de  in Oost-Europa geboren grootouders van een staal van Amerikaanse  Asjkenazische kinderen met Tay-Sachs, tuberculose een zeer zeldzame  doodsoorzaak was. In feite was slechts  één op de 306 grootouders gestorven aan tbc, ondanks het feit  dat in de vroege 20ste eeuw tbc in bijna 20% van de gevallen de doodsoorzaak was  in grote Oost-Europese steden. 
Aan de ene kant waren  deze resultaten geen verrassing. Mensen hadden al ontdekt dat terwijl joden en niet-joden in Europa toen even vaak de ziekte opliepen, niet-joden er tweemaal vaker  aan doodgingen. Maar de hypothese dat  deze Asjkenazische grootouders tweemaal minder kans hadden  om te sterven aan tbc vooral omdat ten minste een aantal ervan  Tay-Sachs-dragers waren, was nieuw en opvallend. De data suggereerden dat het blijvend voorkomen  van de Tay-Sachs-mutatie bij Asjkenazische joden kon worden uitgelegd door de voordelen  van een drager te zijn in een milieu waar  tuberculose veel voorkwam. 
Toch kan je opmerken dat deze uitleg maar een deel  van de puzzel oplost. Zelfs als de Tay-Sachs  mutatie bleef bestaan omdat dragers meer kans hadden te overleven, zich voort te planten  en hun genetisch materiaal door te geven, waarom kwam dit weerstandsmechanisme dan vooral voor  bij de Asjkenazische populatie? Eén mogelijkheid was dat de genen en de gezondheid  van de Oost-Europese joden niet alleen door de geografie  werden beïnvloed, maar ook door historische  en culturele factoren. Herhaalde malen in de geschiedenis werd deze populatie gedwongen te leven  in dichtbevolkte stedelijke getto’s met slechte sanitaire voorzieningen. Ideale voorwaarden voor de ontwikkeling  van de tuberculosebacterie. In deze omgevingen waar tbc  een erg hoge dreiging vormde, hadden personen die geen drager waren  van enige genetische bescherming een grotere kans om te sterven. Dit filterend effect samen met een sterke culturele voorkeur om alleen binnen  de Asjkenazische gemeenschap te huwen en kinderen te krijgen, zou de relatieve frequentie  van de dragers hebben opgedreven en daarmee de weerstand tegen tbc, maar ook de frequentie van Tay-Sachs als ongelukkige bijwerking. 
Studies uit de jaren 1980  ondersteunen dit idee. Het segment van de Amerikaans-joodse bevolking met de hoogste frequentie  van Tay-Sachs-dragers traceerden hun afkomst naar de Europese landen  waar tbc het meest voorkwam. De voordelen van een Tay-Sachs-drager  te zijn waren het grootst op de plaatsen waar het risico  om te sterven aan tbc het grootst waren. Terwijl het in de jaren 70-80  nog onduidelijk was hoe de Tay-Sachs-mutatie  kon beschermen tegen tbc, heeft recent werk aangetoond hoe de mutatie de cellulaire bescherming  tegen de bacterie verhoogt. Dus kan heterozygoot voordeel  helpen verklaren waarom problematische versies van genen  in hoge frequentie blijven voorkomen bij bepaalde populaties. 
Maar dit is slechts één van de bijdragen die evolutionaire geneeskunde kan maken om ons de menselijke gezondheid  te helpen begrijpen. Zoals ik eerder vermeldde, daagt dit gebied het begrip uit dat onze lichamen beter werden  in de loop van de tijd. Een idee dat vaak voortvloeit  uit de misconceptie van hoe de evolutie te werk gaat. In een notendop: er zijn drie grondredenen  waarom menselijke lichamen, ook dat van jullie en het mijne, vandaag ook nog kwetsbaar blijven voor ziekten en andere  gezondheidsproblemen. Natuurlijke selectie werkt traag, er zijn beperkingen aan de veranderingen  die ze kan maken en ze optimaliseert  voor reproductief succes, niet voor gezondheid. 
Hoe de voortgang van natuurlijke sectie de menselijke gezondheid beïnvloedt, is waarschijnlijk het duidelijkst in de menselijke verhouding  tot besmettelijke pathogenen. Er vindt een voortdurende  wapenwedloop plaats tussen ons en bacteriën en virussen. Ons immuunsysteem evolueert constant om hun mogelijkheid  om ons te besmetten in te perken en zij ontwikkelen voortdurend manieren  om onze verdediging te omzeilen. En onze soort is duidelijk in het nadeel door onze lange levens  en onze langzame reproductie. In de tijdsduur die we nodig hebben om een verdedigingsmechanisme te evolueren, doorloopt een pathogene soort  miljoenen generaties en krijgt daardoor  ruim de tijd om te evolueren en kan daarvoor onze lichamen  als gastheer gebruiken. 
Wat betekent het dat er beperkingen zijn aan de veranderingen  die natuurlijke selectie kan maken? Alweer bieden mijn voorbeelden van heterozygoot voordeel een nuttige illustratie. In termen van weerstand bieden  tegen tbc en malaria zijn de fysiologische effecten van de Tay-Sachs-  en de sikkelcelanemie-mutaties een goede zaak. In het extreme echter veroorzaken ze serieuze problemen. Dit delicate evenwicht  belicht de beperkingen eigen aan het menselijk lichaam en het feit dat het evolutionair proces moet werken met de reeds  beschikbare materialen. In vele gevallen zal een verandering die overleven of reproductie bevoordeelt op een bepaalde manier, samengaan met effecten  met een eigen risico. Evolutie is geen ingenieur  die van nul begint om optimale oplossingen te scheppen  voor individuele problemen. Bij evolutie is het al compromissen  wat de klok slaat. 
Denk er ook aan als je de kwetsbaarheden  van onze lichamen bekijkt, dat vanuit evolutionair perspectief gezondheid niet het belangrijkste is. Maar reproductie. Succes wordt niet gemeten  aan hoe gezond een individu is, of aan hoelang het leeft, maar aan hoeveel genen  het doorgeeft naar de volgende generatie. Dit verklaart waarom een mutatie zoals degene die de ziekte  van Huntington veroorzaakt -- ook een degeneratieve  neurologische afwijking -- niet werd geëlimineerd  door natuurlijke selectie. De schadelijke effecten van de mutatie treden meestal pas op  na de typische leeftijd voor reproductie, als de aangedane individuen hun genen al hebben doorgegeven. 
Als geheel focust de biomedische gemeenschap  op onmiddellijke verklaringen en gebruikt ze ze om behandelingswijzen uit te werken. Onmiddellijke verklaringen  voor gezondheidstoestanden beschouwen de onmiddellijke factoren: wat gebeurt er nu in iemands lichaam dat een specifiek probleem veroorzaakt. Bijziendheid, bijvoorbeeld, wordt gewoonlijk veroorzaakt  door vervorming van het oog en wordt gemakkelijk  gecorrigeerd met een bril. Maar zoals met de genetische oorzaken  waarover ik het had, geeft een onmiddellijke verklaring  slechts een onvolledig beeld. Vanuit evolutionair perspectief kijken we naar de bredere vraag: waarom hebben we dit probleem eigenlijk? Evolutionaire geneeskunde  noemt dat het ultieme perspectief. Dit kan ons inzicht geven  in diepere factoren die onze gezondheid beïnvloeden. Dat is cruciaal omdat het manieren kan suggereren  waardoor je je eigen risico of dat van je vrienden  en familie kan verzachten. 
In het geval van bijziendheid is er onderzoek dat suggereert dat één reden waarom het  bij sommige populaties toeneemt, is dat vele mensen vandaag, ook de meesten in deze zaal, veel meer tijd besteden  aan lezen, schrijven en bezig zijn met allerlei schermtypes dan dat we buiten doorbrengen, waar we met de wereld  op een grotere schaal interageren. In evolutionaire termen  is dat een recente verandering. Voor het grootste gedeelte  van de menselijke geschiedenis gebruikten mensen hun zicht  over een breder landschap terwijl ze meer tijd staken  in jagen en verzamelen. De recente toename van wat we ‘dichtbijwerk’ noemen, waarbij we intens focusseren  op dichtbije voorwerpen gedurende langere tijd, beïnvloedt onze ogen anders en verandert de fysieke vorm van het oog. Alles we al die delen samenbrengen, dan zal deze ultieme verklaring  van bijziendheid -- dat de omgeving en ons gedrag de manier veranderen waarop we onze ogen gebruiken -- ons helpen om de onmiddellijke  oorzaak beter te begrijpen. Een onontkoombare conclusie  dringt zich op: mijn moeder had gelijk, ik had waarschijnlijk wat minder  met mijn neus in de boeken moeten zitten. 
Dit is slechts één  van vele mogelijke voorbeelden. De volgende keer  dat jullie of een geliefde een gezondheidsprobleem hebben, of het nu zwaarlijvigheid of diabetes is, een auto-immuunprobleem of een knie- of rugkwetsuur, dan moedig ik jullie aan om na te denken over wat een ultiem  perspectief kan bijdragen. Begrijpen dat je gezondheid beïnvloed wordt, niet alleen  door wat er nu in je lichaam omgaat, maar ook door je genetische erfenis,  cultuur en geschiedenis, kan je helpen om meer  geïnformeerde besluiten te trekken over voorbeschiktheden,  risico’s en behandelingen. 
Wat mij aangaat, ik beweer niet dat een evolutionair  medisch perspectief mijn beslissingen altijd heeft beïnvloed, zoals de keuze van mijn echtgenoot. Maar toch bleek dat het niet volgen van de traditie van te huwen binnen de joodse gemeenschap uiteindelijk voor mij  genetisch voordelig uitviel, waardoor de kans op een baby  met Tay-Sachs verminderde. Het is een mooi voorbeeld van waarom  niet elk stel Asjkenazische ouders zou moeten hopen dat hun dochter  trouwt met ‘een lieve joodse jongen’. 
(Gelach) 
Publiek: Hoe-hoe! 
Nog belangrijker is dat de ervaring van iets te leren  over mijn eigen genen me uiteindelijk anders leerde  denken over gezondheid en ik hoop dat het delen van mijn verhaal  jullie ook zal inspireren tot hetzelfde. 
Bedankt. 
(Applaus) 
