Ik wil jullie wat vertellen  over een van mijn studenten. Enkele weken geleden was ze op vakantie toen ze om 3 uur 's nachts werd opgebeld. Haar echtgenoot zei haar dat haar stad om 10 uur onder quarantaine zou worden geplaatst. Ze was in Wuhan in China, het epicentrum van de corona-uitbraak. Om 8 uur was ze onderweg  in een auto van een vriend naar Shangai Airport op 800 km afstand. De hele tijd was ze ongerust  dat de autoriteiten haar zouden aanhouden. Zo kon net op tijd  een van de laatste vluchten halen. 
We zijn allemaal blij  dat ze terug thuis is, veilig in de Verenigde Staten. Maar wat als ik jullie zou vertellen  dat ze in deze zaal zou zijn? Wat als ik zou zeggen  dat ze naast je zou zitten. Er is geen vaccin. Er zal geen vaccin zijn in tenminste de eerste 12 maanden. En dit virus muteert, dus is er geen garantie dat het vaccin dat we binnen 12 maanden  zullen produceren, zal passen bij het gemuteerde virus. We hinken altijd achterop. En dat scenario herhaalt zich  telkens als er een uitbraak is. Onze quarantaines zijn poreus, onze medische tussenkomsten  schieten altijd tekort. 
Het fundamentele probleem bij het onder controle krijgen  van deze uitbraken is dat virussen en andere infecties  erg goed zijn in twee dingen: ze muteren en ze worden overgedragen. Onze medische hulpmiddelen  doen geen van beide. Onze medische hulpmiddelen muteren niet  en worden niet overgedragen. Er is een fundamentele onaangepastheid  tussen onze hulpmiddelen, die statisch zijn, en de infecties, die dynamisch zijn. Door dit verschil komen we  altijd achterop gehinkt. Door dit verschil zijn we altijd  op inhalen aangewezen. En deze onaangepastheid is algemeen. Daarom krijgen we infecties  waarop antibiotica geen pak hebben, en die vorig jaar  40.000 Amerikanen doodden. En het is de reden waarom het griepvaccin  de griep niet kon beletten om vorig jaar 60.000 Amerikanen te doden. Hoe lossen we deze fundamentele  onaangepastheid op. 
Ik wijdde mijn loopbaan  aan het bestuderen en oplossen van dit probleem. Honderd jaar lang gebruiken we al chemicaliën  als geneesmiddelen voor infecties. Chemicaliën zullen nooit  muteren of worden doorgegeven. Ook onze vaccins zijn niet ontworpen om te muteren of om te worden doorgegeven. Twintig jaar terug had ik een radicaal idee om virussen zelf  als therapie te gebruiken -- als bouwsteen voor een therapie. Om therapieën te maken  die konden muteren en worden doorgeven. Ik vertel jullie hoe we  tot een grote doorbraak kwamen en dat we deze nieuwe therapieën  al aan het testen zijn. 
Hiv is de meest verwoestende  pandemie van onze tijd. 75 miljoen geïnfecteerden; 33 miljoen doden. De meesten van ons denken  dat hiv een opgelost probleem is. We hebben al echt  wonderlijke geneesmiddelen: ze zijn veilig en werkzaam, en we hadden 15 jaar en miljarden dollars nodig  om deze geneesmiddelen over de wereld te verdelen. We kijken eens naar de cijfers. 
In 2019 werden 1,7 miljoen mensen besmet met hiv. Van dat aantal werd ik me pas echt bewust toen ik een landelijk dorp  bij Durban in Zuid Afrika bezocht. Ik reed over een veldweg met mijn tien jaar oude dochter achterop. Langs de weg liepen meisjes van de leeftijd van mijn dochter, blootsvoets. Mijn dochter vroeg  waarom ze blootsvoets liepen en ik moest haar ongelijkheid uitleggen, wat niet meeviel. Maar wat me echt schokte,  was toen mijn collega's, de plaatselijke Afrikaanse wetenschappers, me uitlegden dat deze meisjes,  even oud als mijn dochter -- 
(Zoekt naar zijn adem) 
sorry -- 80% kans liepen om in hun leven  hiv op te lopen. Dat schokte me. Hoe kunnen deze meisjes  80% kans op hiv lopen als we veilige en werkzame  geneesmiddelen hebben? 
De reden is de fundamentele  onaangepastheid. Ze verhindert het in toom houden  van besmettelijke ziekten, vooral waar de middelen begrensd zijn. De eerste hindernis is mutatie: virussen muteren,  onze geneesmiddelen niet. De tweede hindernis: discipline. Het is echt moeilijk  de geneesmiddelen te krijgen waar ze het hardst nodig zijn. Ik houdt een antibioticakuur  van één week zelfs niet vol in dit land. En we vragen aan mensen  met beperkte middelen en met enorme moeilijkheden om levenslange kuren vol te houden. 
En de derde hindernis is inzetbaarheid, of toegang. Het is supermoeilijk  om deze geneesmiddelen te brengen bij wie ze  het hardst nodig heeft. Niet deze meisjes, maar bij degenen  die risicovolle activiteiten uitvoeren, zoals commercieel sekswerk  of injectie van drugs. In het epidemiologisch woordgebruik heten deze groepen 'superverspreiders'. In de vorige eeuw voerden een kleine groep superverspreiders hiv met zich mee  langs de Trans-Africa Highway en verspreidden zo het virus. Deze groepen zijn erg  moeilijk te identificeren, ze zijn klein en dragen een enorm sociaal stigma,  dus maken ze zich niet kenbaar. En net zij zijn het die we moeten vinden. Al deze hindernissen veroorzaken  de situatie van vandaag, waarin meer dan 15% van de bevolking  van Zuid Afrika met hiv leeft. 
Nu is de conventionele wijsheid: we moeten zorgen dat meer geneesmiddelen  bij meer mensen effectiever terechtkomen. Ik pleit ervoor om deze fundamentele  onaangepastheid op te lossen; we moeten deze hindernissen verwijderen. Als we therapieën kunnen ontwerpen  die muteren en doorgegeven worden, dan verhelpen we  geneesmiddelenresistentie, problemen met de discipline, en als we het goed doen, dan veranderen we de superverspreiders  van de grootste hindernis in de krachtigste inzetstrategie  die we kunnen bedenken. 
Dat is een radicaal concept. Het heeft een enorm voordeel, maar er is een valkuil. En een serieuze. Voordat we een overdraagbare  therapie gaan ontplooien, ook al is het in een beperkte populatie  van al geïnfecteerde individuen, voordat we dit doen, moeten we uitzonderlijk voorzichtig zijn en de veiligheid ervan  zo rigoureus mogelijk testen. In sta hier vandaag omdat we het,  voor de eerste keer in 20 jaar, aan het werk kregen, en dit is ook de eerste keer  dat ik het publiekelijk maak. 
(Applaus en gejuich) 
De twee keer dat ik dit deed,  kwamen er tranen, dus -- 
(Gelach) 
Om jullie deze doorbraak  te laten begrijpen, neem ik jullie 20 jaar mee terug naar 1999. Ik was afgestudeerd  aan Berkeley in Californië op een studie van de biofysica van hiv. Voor zulke complexe epidemie fascineerde me de eenvoud van het virus. Hiv is, zoals alle virussen,  alleen maar een verzameling instructies -- malware. Het kaapt een cel en maakt van die cel  een fabriek van één ding: alleen maar meer virussen. Alle normale functies  van de cel worden onderdrukt. Hiv infecteert de witte bloedcellen  die ons gezond houden. Deze cel is al gekaapt  en veranderd in een fabriek. Als we vergroten, kunnen we de anatomie van het virus zien. Die rode kronkels in het midden? Dat is de verzameling  instructies van hiv. Het genetisch materiaal ervan. 
Dat genetisch materiaal  stuurt het kapingsproces, verandert eerst de cel in een fabriek om meer kopieën  van de instructieset te maken, en daarna alle andere  componenten van het virus om ze dan te combineren  tot een virusdeeltje. Zo plant het virus zich voort. Elk van deze deeltjes kan  opnieuw andere cellen kapen. Zo wordt het virus doorgegeven. En telkens er een cel wordt gekaapt, ontstaan er foutjes bij het kopiëren  van het genetisch materiaal. Zo muteert het virus. Dit voortplanten, overgaan en muteren is iets dat onze huidige  geneesmiddelen niet kunnen. 
Dus, jong, naïef en wat onwetend, dacht ik: waarom kunnen we geen therapieën bedenken die muteren, doorgegeven  en gerepliceerd worden? Hier komt het idee. Als we het virus nemen en het bewerken om het genetisch  materiaal, in blauw daar, te amputeren, dan kunnen de geamputeerde instructies  de cel niet langer kapen. Maar deze geamputeerde instructies  kunnen iets heel speciaals. In een reeds geïnfecteerde cel kan de geamputeerde  instructieset de kaper kapen. Het kan de machinerie van hiv bevelen  meer kopieën van zichzelf te maken, de geamputeerde instructies, en dan kunnen al deze kopieën  alle andere hiv-componenten stelen, zodat de cel van een virusfabriek  wordt veranderd in een therapiefabriek. Kapers. Deze dragen geen ziekte. Dit vermindert het hivgehalte dramatisch en houdt de cellen gezonder. 
Het idee hield me maandenlang bezig. Het was de meest intense  intellectuele ervaring van mijn leven. Bij elke fietsrit naar mijn lab, bij elke wandeling naar de koffieshop, bij elke run in de heuvels bij de campus buitelden de ideeën, de argumenten, de tegenargumenten, zo intens door mijn hoofd  in mijn inwendige monoloog, dat ik fysisch buiten adem was. Ik dacht dat als we een therapie  konden maken die repliceert, ze slechts één keer  moest worden genomen. Ze kon met het virus mee muteren en mogelijks tussen geïnfecteerde  individuen worden doorgegeven om ze te behandelen. Het zou een therapie zijn  die alles zou kunnen wat een virus kon. Ze zou een fundamentele  onaangepastheid oplossen. 
Het ingrijpendste deel van dit concept was dat de superverspreiders  ook zouden worden veranderd van virusdoorgevers  naar therapiedoorgevers. Het was een therapie die viraal  zou gaan samen met het virus. Dat joeg sommige mensen angst aan. Maar er was al een precedent: we gebruiken al ongewild  therapieën die worden doorgegeven. Het vaccin dat polio uitroeide in de VS, het orale poliovaccin, wordt tussen mensen doorgegeven. Het is niet al te bekend, maar het feit dat het vaccin  wordt overgedragen, is deels de reden  dat het werd uitverkozen om het virus op wereldschaal uit te roeien ondanks de veiligheidsbezwaren. 
Het grotere probleem was dat  deze kapertherapieën niet bestonden. Mijn raadgevers in Berkeley zegden me: "Mooi idee, spijtig  dat het nooit zal werken." Of: "Regelgevers zullen het nooit toelaten, laat het los." Maar het idee liet mij niet los. 
Als het ooit zou werken, zou het de fundamentele  onaangepastheid oplossen. Dus werkten we er jaren aan  om het te maken. We probeerden elke bekende truc uit en mislukten keer op keer. We -- telkens we een goed idee hadden, besteedden we maanden,  soms jaren, om het uit te werken om het te zien mislukken. We besteedden ooit vijf jaren aan het bouwen van 150.000 versies  van een kapertherapie. Elk ervan mislukte. Ik vroeg ooit aan een echt knappe student  wat hij hoopte van me te leren tijdens zijn doctoraat 
(Gelach) 
en hij antwoordde: "Hoe te blijven doorgaan, hoe te blijven vooruitgaan ondanks nul bewijs dat er iets in zit." 
(Gelach) 
Ik vraag me af of hij  me iets probeerde te zeggen. 
(Gelach) 
Tegen 2018 zag het er slecht uit. Er was geen bewijs dat een kapertherapie kon worden gebouwd. In feite hadden we bewijs dat het  wel eens onmogelijk zou kunnen zijn. Tijd om de feiten onder ogen te zien. Die oplossing die ik zo hard wilde, die kapertherapie, bestond gewoon niet. Twintig jaar lang had ik een drogbeeld nagejaagd. 
Toen kwam op een dag Elizabeth, een postdoc in mijn lab, naar me toe met deze foto. Het lijkt op niet veel. Mijn vrouw vindt het  op een zwangerschapstest lijken. 
(Gelach) 
Maar dat kleine streepje daar -- was het geamputeerde genetisch materiaal waar we al 20 jaar naar zochten. De hele tijd dat we het vruchteloos  hadden proberen te maken, was het uit zichzelf geëvolueerd  in een fles achterin het lab. 
(Publiek) Wat? 
(Gelach) 
Eindelijk hadden we een steunpunt. En daarmee bouwden we onze eerste kaper. Maar we hadden geen bewijs  dat wat we maakten een therapie was. 
De eerste horde die elke therapie  moet nemen, is het testen met muizen. Dat is riskant. Als onze muizen doodgingen, ging onze financiering dezelfde weg en daarmee alle hoop dat dit  ooit een therapie zou worden, laat staan een baanbrekende. Na zovele mislukkingen waren we allemaal nogal sceptisch, maar we hadden geen alternatief. We moesten een poging ondernemen;  we moesten het proberen. 
Tot onze verbazing werkte  de kapertherapie in een muis en wel net zoals we het  20 jaar geleden hadden voorspeld. Ze beschermde de cellen  van een muis tegen hiv. Hier zie je de cellen  onder de microscoop. Eerst infecteert hiv, in rood, deze cellen en dan kan de kaper, in blauw,  geactiveerd worden, beschermt die cellen  en wordt doorgegeven naar andere cellen. Eindelijk lukte het ons  om na 20 jaar de kaper te maken. Iedereen in het lab in de wolken. Voor mij was dit  het bewijs van het concept. Als we het konden met één virus,  dan kon het ook met andere. 
Om te begrijpen hoe deze kaper  hiv-niveaus mondiaal kon beïnvloeden, lieten we computersimulaties lopen. Epidemiologische modellen. En de resultaten waren nogal verbazend. Als we niets doen in de hardst  getroffen gebieden van Afrika, zal hiv daar tussen 25 en 30%  blijven voorkomen. Als we erin slagen aan drie vierde van de bevolking geneesmiddelen te verstrekken of als we het vaccin vinden  waarnaar we zolang zochten, zouden we dit kunnen herleiden tot 20%. Maar alleen in de beste gevallen. Als hiv weerstand ontwikkelt of als mensen van gedrag veranderen, kunnen deze cijfers  terug stijgen naar 30% of zelfs hoger. Het blauwe is de kapertherapie. En we vonden geen enkele manier, noch theoretisch, noch experimenteel, waarop hiv weerstand  tegen de kaper kan ontwikkelen. 
Net door de superverspreiders  werkt deze kaper zo goed. Als deze kaper op één plaats  hier wordt geïntroduceerd, kunnen de superverspreiders hem oppikken  en het doorgeven doorheen de bevolking. Stel je voor dat in 10 jaar na nu  hiv niet langer een pandemie is. 
Om dat te bereiken moeten we binnen vijf jaar beginnen  met klinische testen op grote schaal, wat neerkomt op de eerste testen  op mensen het volgende jaar. De FDA gaf ons de toelating om met testen  te beginnen op hiv-positieve patiënten die een terminale kanker hebben en minder dan een jaar te leven hebben. Vrijwilliger zijn voor dit onderzoek is hun laatste ongelooflijk  genereuze gift aan de wereld. Ze worden de 'Last Gift cohort' genoemd. Om deze altruïstische patiënten  volgend jaar te testen, moeten we onze preklinische testen  dit jaar afsluiten ... en ik denk dat dat zal lukken. 
Ik ontmoet nog altijd collega's  die niet akkoord gaan en zich hard verzetten  tegen onze plannen om te testen. Ze zeggen: "Wat als er iets misgaat? Je kan het niet terugdraaien." Ze zeggen: "Er zijn ethische bezwaren; mensen kunnen niet toestemmen." Wel, het poliovaccin stuitte op gelijkaardige ethische en veiligheidsbezwaren. In feite werd er rond het poliovaccin zo'n effectieve  desinformatiecampagne gevoerd, dat de meeste mensen niet eens  weten dat het overdraagbaar is, dat het polio in veel landen  succesvol uitroeide of dat dit vaccin de basis is  voor nieuwe vaccins. Toen we vorig jaar in Afrika  de kapertherapie voorstelden, reageerden de Afrikaanse  wetenschappers anders. Ze zeiden: "Hoe kun je dit niet testen?" Ze vonden het onethisch  om het niet te testen. Zelfs als we zouden mislukken, is de inzet te hoog  om het niet te proberen. Als we niets doen, zullen die meisjes  bij Durban hiv oplopen en telkens als er een nieuw virus opduikt, zullen we ons weer in net zo'n kwetsbare positie bevinden als vandaag, met poreuze quarantaines en met vaccins waar we maanden op moeten wachten en die misschien ongeschikt zijn. 
Ik denk dat het tijd is  voor een nieuwe benadering die anders is dan de statische benaderingen  van de vorige eeuw. Tijd voor een nieuwe technologie  die minder reactief en meer proactief is. Het is tijd voor behandelingen die niet alleen de rijksten onder ons bereiken, maar ook degenen die het meest hebben te lijden. Ik denk dat het tijd is  voor een nieuw soort wapen dat de fundamentele  onaangepastheid oplost. Het is tijd voor therapieën  die viraal kunnen gaan. 
Erg bedankt. 
(Applaus) 
