(Maori) Mijn berg heet Taupiri. (Maori) Waikato is mijn rivier. (Maori) Mijn naam is Marilyn. (Maori) Hallo. 
Zoals je kan horen werd ik, toen ik erg jong was, verkozen in het parlement van Nieuw-Zeeland. En op die leeftijd leer je vooral  door naar andermans verhalen te luisteren. Ik herinner me een vrouw die gewond raakte op een boerderij en het was tijd om de schapen te scheren op de boerderij en ze moest vervangen worden door een herder, door een hulparbeider in de wolschuur, en natuurlijk was er nog iemand nodig om het huishouden te doen en te koken voor de scheerders. En haar moeder kwam daarbij helpen. Maar de familie kreeg geen compensatie voor de moeder, want dat is wat moeders en familieleden verondersteld worden te doen. 
Op een bepaald moment vroeg een bedrijf genaamd Gold Mines New Zealand een prospectievergunning aan op onze mooie berg Pirongia. Het is een berg vol buitengewone ecosystemen, met groene, ongerepte inheemse bossen. Hij produceerde zuurstof en was een koolstofreservoir; er leefden bedreigde diersoorten en soorten die zorgden voor de bestuiving van de nabijgelegen landbouwgrond. En het mijnbouwbedrijf schreef een uitgebreide economische prospectus over hoeveel geld er zou kunnen worden verdiend met mijnbouw op onze berg, over alle groei en ontwikkeling in de begroting van Nieuw-Zeeland, en al wat ons restte was de taal voor alles wat we waardeerden aan onze berg. Gelukkig zijn we daarmee gestopt. 
En toen herinnerde ik me een vrouw met drie kinderen jonger dan vijf die ook voor haar bejaarde ouders zorgde, en niemand leek te denken dat ze op een bepaald moment misschien wel wat hulp kon gebruiken bij de kinderopvang, want ze maakte geen deel uit van het betaald personeel. 
En er begon een patroon te ontstaan in alle verhalen die ik hoorde. En ik begon genoeg vragen te stellen om te proberen tot de kern te komen van dit waardepatroon dat deel uitmaakte van al deze verhalen. En ik vond het terug in een economische formule genaamd het 'bruto binnenlands product', of het BBP. De meesten kennen die term, maar velen hebben geen idee wat het eigenlijk betekent. 
De regels werden opgesteld door Westers geschoolde mannen in 1953. Ze legden een productiegrens vast toen ze die regels opstelden. Wat ze graag wilden meten was alles wat verbonden is aan een markttransactie. Dus aan één kant van de grens werd alles geteld waar een markttransactie mee gemoeid was. Het maakt niet uit of die uitwisseling legaal of illegaal is. Een markttransactie in de illegale handel van wapens, munitie, drugs, bedreigde diersoorten, mensensmokkel... Dat is allemaal geweldig voor de groei en het telt allemaal mee. 
Aan de andere kant van de productiegrens stond een buitengewoon zinnetje in de regels: dat het werk uitgevoerd door wat zij noemden 'niet-primaire producenten' "van weinig of geen waarde" was. Laat ons eens kijken hoeveel niet-primaire producenten hier aanwezig zijn. In de laatste week of zo, hoeveel van jullie hebben gezinsleden of hun materiaal vervoerd zonder betaald te worden? Hoeveel van jullie hebben schoongemaakt, gestofzuigd, geveegd of de keuken opgeruimd? Ja? Wie heeft er boodschappen gedaan voor de andere gezinsleden? Gekookt? Achteraf opgeruimd? Gewassen? Gestreken? 
(Gelach) 
Wel, wat de economie betreft, was dat ontspanning. 
(Gelach) (Applaus en gejoel) 
Hoe zit het met de vrouwen die zwanger zijn geweest en kinderen hebben gehad? Ja. Het spijt me dat ik jullie dit moet zeggen, want het was misschien zware arbeid, maar op dat moment was je niet productief. 
(Gelach) 
En sommigen van jullie hebben jullie kind de borst gegeven. In de nationale begroting van Nieuw-Zeeland, zo heten de cijfers, dat is waar we het BBP halen, in de nationale begroting van Nieuw-Zeeland is de melk van buffels, geiten, schapen en koeien van waarde, maar menselijke moedermelk niet. 
(Gelach) 
Het is het allerbeste voedsel ter wereld. Het is de allerbeste investering in de toekomstige gezondheid en opvoeding van het kind. Maar het telt niet mee. 
Al die activiteiten staan aan de verkeerde kant van de productiegrens. En wat heel belangrijk is om te weten over dat boekhoudkundig kader: men spreekt over 'rekeningen' maar er is geen debetzijde. We houden gewoon de markten draaiende, en het is allemaal goed voor de groei. We zijn in Christchurch, waar mensen een verwoestende natuurramp hebben meegemaakt en ervan zijn hersteld. En sinds die tijd werd aan Nieuw-Zeeland verteld dat onze groeicijfers geweldig zijn, omdat we Christchurch heropbouwen. Niets is ooit verloren gegaan uit het nationale boekhoudkundige kader door het verlies van levens, het verlies van land, het verlies van gebouwen en het verlies van speciale ruimtes. 
Misschien wordt het nu ook duidelijk voor jullie dat die productiegrens ook gevolgen heeft voor ons milieu. Als we ontginnen, ontbossen, ons milieu doen verdwijnen, als we onze zeeën leegvissen, legaal of illegaal, zolang er een markttransactie is, is het goed voor de groei. Onze natuurlijke omgeving met rust laten, het ondersteunen en beschermen, is blijkbaar niets waard. 
Wat kunnen we hieraan doen en hoe? De eerste keer dat ik erover schreef was 30 jaar geleden. In 2008, na de wereldwijde financiële crisis, vroeg de Franse president Sarkozy aan drie mannen die allemaal de Nobelprijs economie hadden gewonnen, Sen, Fitoussi en Stiglitz, om uit te zoeken waarover ik 30 jaar geleden had geschreven. 
(Gelach) 
(Applaus) 
"Vertrouwen op het BBP per capita en op groeicijfers", zeiden ze, "blijkt niet de beste manier te zijn om in de toekomst het openbaar beleid vorm te geven." En ik ben het helemaal met hen eens. 
(Gelach) 
Een van de dingen die je opvalt aan die regels -- ze werden herzien in 1968, in 1993, in 2008 -- is dat die herzieningen meestal gebeuren door statistici, en statistici weten wel degelijk wat er mis is met de gegevens, maar bijna geen enkele econoom stopt ooit om dezelfde vraag te stellen. 
Dus in 2019 is het BBP er nog slechter aan toe. Want om het BBP te meten moet je aannemen dat er een soort productie of een geleverde dienst of consumptie gebeurt binnen een natiestaat en je weet waar dat is. Maar biljoenen dollars circuleren wereldwijd voor een groot deel via bedrijven als Google, Facebook en Twitter, en passeren via een aantal belastingparadijzen, en wanneer we op onze computer klikken en software downloaden, weten we niet waar die geproduceerd is, en niemand weet waar wij als consumenten ons bevinden. Die belastingparadijzen vertekenen het BBP in die mate dat ongeveer drie jaar geleden, Europa naar Ierland keek en zei: "Volgens ons rapporteer je niet correct", en het volgende jaar steeg hun BBP met 35 procent. 
Al het werk dat je doet in je 'vrije tijd', wanneer je onproductief bent, kunnen we meten. We kunnen dit meten via enquêtes over tijdsindeling. Als we kijken naar de hoeveelheid gebruikte tijd in de onbetaalde sector, zien we dat in bijna elk land waarvan ik ooit de gegevens heb gezien, dit de grootste sector is van de economie van het land. In de laatste drie jaar bijvoorbeeld, hebben de Britse statistici verklaard dat al het onbetaalde werk gelijk is aan alle productie en alle detailhandel in het Verenigd Koninkrijk. In Australië, is de grootste sector van de Australische economie onbetaalde kinderopvang, en de tweede grootste sector is al de rest van het onbetaalde werk, vóór banken, verzekeraars en financiële intermediairs het volgende grootste deel van de marktsector belichamen. Vorig jaar nog verklaarde de premier van de Australische staat Victoria dat de helft van het BBP van die staat in feite de waarde was van al het onbetaalde werk. 
Als beleidsmaker kan je geen goed beleid maken als de grootste sector van de economie van je land niet zichtbaar is. Je kan niet veronderstellen dat je weet waar de behoeften liggen. Je kan de tijdsarmoede niet lokaliseren. Je kan niet ingaan op de meest kritische punten van nood. 
Dus waarmee kunnen we het BBP vervangen? Het BBP heeft nog veel meer problemen. We gedragen ons niet op een manier die het BBP ondersteunt. Heel veel mensen ter wereld gebruiken nu huishoudactiva, hun auto's, hun huizen, zichzelf... voor Uber en Airbnb. En nee, het is niet de bedoeling om activa uit de onbetaalde sector te gebruiken om geld te verdienen op de markten. Dat is verwarrend! 
(Gelach) 
En erg moeilijk te meten. 
Dus economen willen niet weten wat er mis is met hun geliefkoosde BBP. Ze hebben zoveel problemen dat ze zich beter in een rustig hoekje terugtrekken en dat blijven publiceren en de rest van ons niet langer lastigvallen met hun gepraat over kapitaal en natuurlijke hulpbronnen en andere manieren om de rest van ons leven te koloniseren. 
Ik denk dat tijdsgebruik de belangrijkste indicator is voor de toekomst. Elk van ons heeft precies dezelfde hoeveelheid. Als we moeilijke kwesties moeten oplossen in de toekomst, hebben we een solide database nodig, want waarmee we het BBP ook vervangen, we zullen er ongeveer 50 jaar mee opgezadeld zitten en we hebben iets nodig dat solide en onveranderlijk is en dat iedereen begrijpt, want als ik data over tijdsgebruik aan je voorleg, zal je meteen beginnen te knikken. Je zal meteen begrijpen wat het betekent. En, eerlijk gezegd, als ik je de BBP-gegevens voorleg, zouden de meesten liever opstaan en een kopje koffie gaan drinken. 
(Gelach) 
We moeten ook kijken naar de kwaliteit van ons milieu. En naarmate de jaren vorderen, worden we veel beter in het meten van de verwoesting ervan, in het meten van hoe weinig we nog beschermen. En toch, met de klimaatverandering hoeven we geen wetenschappers te zijn om te zien, te voelen, te weten wat er met onze mooie planeet gebeurt. We moeten in dit land begrijpen hoeveel we kunnen leren van kaitiakitanga, van whanaungatanaga, van wat de Maori, die hier al eeuwen leven, ons kunnen leren. 
Als je in het parlement zit en niet als een econoom denkt, neem je beslissingen op basis van een hele reeks gegevens. Je maakt afwegingen. Je denkt diep na over de gevolgen, je kijkt veel verder dan de vraag of het BBP stijgt of daalt. Economen willen alles definiëren als een monetaire transactie, zelfs gegevens over tijdsgebruik, zodat ze verder kunnen proberen uit te maken of het BBP stijgt of daalt. Dat is geen goede manier van werken. En anderen zeggen me: "Marilyn, waarom werk je niet aan een systeem dat al het onbetaalde werk meerekent, en zwangerschappen, geboortes en borstvoeding in het BBP?" Daar heb ik een heel belangrijk moreel en ethisch antwoord op: ik wil niet dat de waardevolste dingen op aarde, de dingen die ik koester, worden opgenomen in een boekhoudsysteem dat oorlog beschouwt als positief voor de groei. 
(Applaus en gejuich) 
Dus als je voortaan naar het nieuws luistert, zal je aandachtig zijn als het over het BBP gaat. Je zal denken: "Ik weet waar ze het over hebben en het is niet goed." 
(Gelach) 
Ik weet dat er alternatieven zijn en ik ga mensen blijven corrigeren, met hen praten over waarden en over wat de alternatieven kunnen zijn, want de mensheid en onze planeet hebben nood aan iets anders. 
Bedankt. 
(Applaus en gejuich) 
