Ik heb heel wat succes gekend in mijn leven. Meer dan tien jaar geleden ben ik een bedrijf begonnen, direct na mijn afstuderen, samen met mijn vriend Scott. Omdat we geen ervaring hadden op het gebied van zakendoen en niet echt een doordacht plan hadden -- nou, eigenlijk was het ons erom te doen om geen echte baan te hoeven zoeken (Gelach) en niet elke dag in pak naar ons werk te hoeven gaan. Die twee zaken konden we afvinken. (Gelach) Tegenwoordig hebben we  duizenden geweldige werknemers en miljoenen gebruiken onze software, over de hele wereld. Technisch gesproken zelfs daarbuiten, als je degenen meetelt die op dit moment op weg zijn naar Mars. Dus je zou denken dat ik weet wat ik aan het doen ben elke dag, als ik naar mijn werk ga. Nou, ik zal jullie wat vertellen: de meeste dagen heb ik nog steeds het gevoel dat ik vaak niet weet wat ik doe. Dat gevoel ken ik al vijftien jaar en ondertussen heb ik ontdekt dat dit het 'oplichterssyndroom' wordt genoemd. Hebben jullie ooit het gevoel gehad dat je maar wat deed, alsof je mensen voor de gek hield, dat je ergens maar gewoon naar raadde of er een slag naar sloeg -- (Gelach) doodsbenauwd dat je op elk moment ontmaskerd kon worden? Ik kan me veel van dat soort momenten herinneren. Toen ik een sollicitatiegesprek voerde met onze eerste HR-manager, terwijl ik nooit had gewerkt bij een bedrijf met een HR-afdeling -- (Gelach) doodsbang was ik toen ik het gesprek in ging, denkend: Wat moet ik deze persoon in hemelsnaam voor vragen stellen? Of toen ik een vergadering bijwoonde in T-shirt, met de rest in pak, en er afkortingen heen en weer vlogen, waardoor ik me niet ouder dan 5 voelde toen ik die stiekem opschreef in mijn notitieboekje, zodat ik ze kon opzoeken op Wikipedia, zodra ik thuis was. (Gelach) Of, in het begin, als mensen opbelden en vroegen naar de afdeling Crediteuren, en ik dacht: wacht even, vragen ze ons nu om geld of zijn ze het ons juist schuldig? (Gelach) Ik hield dan mijn hand voor de hoorn, over het mondstuk, en zei: "Scott, jij bent van de administratie," en dan verbond ik het gesprek door. (Gelach) We hadden toen allebei meerdere functies. Voor mij is het oplichterssyndroom het gevoel dat je in een situatie geen idee hebt wat je aan het doen bent terwijl je er al tot over je oren in zit. Diep van binnen weet je dat je de vaardigheden en ervaring mist of niet genoeg kwaliteiten hebt voor de positie waarin je je bevindt en toch ben je er en moet je je eruit zien te redden omdat je het gewoon niet kunt opgeven. Het is geen faalangst en het is ook niet de angst dat je het niet kunt. Het is meer een gevoel van met iets wegkomen, de angst dat je door de mand valt, dat je op elk moment ontmaskerd kan worden. En als dat zou gebeuren, dan zou je oprecht denken: nou, dat is niet meer dan terecht, eigenlijk. (Gelach) Een van mijn favoriete schrijvers, Neil Gaiman, heeft het mooi verwoord in een speech bij een afstudeerceremonie, getiteld: 'Make Good Art'. Ik wil er zeker van zijn dat ik dit citaat correct weergeef. "Ik was ervan overtuigd dat er op de deur geklopt zou worden en er een man met een klembord zou staan die zou zeggen dat alles voorbij was, dat ze me te pakken hadden, en dat ik nu een echte baan moest gaan zoeken." Als er iemand op mijn deur klopt, ben ik nog steeds een beetje bang dat het een man in een donker pak is met een klembord in zijn hand die me zegt dat het spel uit is. Ik ben een slechte kok en ben altijd opgelucht als het gewoon iemand blijkt te zijn met een pizza voor de kinderen. (Gelach) Maar wat belangrijk is: het is niet alleen negatief. Er schuilt denk ik veel goeds in dit gevoel. En dit is niet een of ander motiverend praatje van het soort: 'Je schouders eronder!' Het is meer een soort bezinning op mijn eigen ervaringen met dit syndroom en hoe ik heb geprobeerd te leren het aan te wenden en te veranderen in een soort kracht ten goede. Een mooi voorbeeld daarvan komt uit de begintijd van Atlassian. We bestonden ongeveer vier jaar en hadden zo’n 70 medewerkers. Op advies van onze auditors -- de meeste van de goede verhalen beginnen met advies van een auditor -- (Gelach) namen we deel aan de wedstrijd voor de New South Wales Entrepreneur of the Year. Tot onze verbazing wonnen we de New South Wales Entrepreneur of the Year voor de categorie ondernemers onder de 40. Er waren acht categorieën. We waren zo verbaasd eigenlijk, gezien de lijst met concurrenten, dat ik niet eens naar de uitreikingsceremonie was gekomen. Dus Scott naam de medaille alleen in ontvangst. En toen gingen we naar de nationale uitreiking. Daar moest ik maar wel naartoe gaan, leek me. Dus huurden we een stel pakken, ik nodigde een meisje uit dat ik net had ontmoet -- zometeen zal ik meer over haar vertellen -- (Gelach) en daar gingen we op weg naar het grote black-tie-gala. Onze verbazing sloeg om in verbijstering bij de eerste uitreiking die avond, voor de jongste categorie, toen we alle andere staten versloegen en Australian Young Entrepreneur of the Year werden. Toen we een beetje waren bekomen, lieten we veel champagne aanrukken en gingen feestvieren -- de avond was toch voorbij voor ons -- we amuseerden ons geweldig. Maar toen de laatste prijs van die avond werd uitgereikt, werd onze verbijstering gedeeld door iedereen toen we Australian Entrepreneur of the Year werden en wonnen van álle categorieën. Iedereen was zo verbijsterd dat toen de presentator, de CEO van Ernst and Young, de envelop opende, hij eerst alleen maar zei: "Oh my God." (Gelach) Toen hervond hij zichzelf en kondigde aan dat wij hadden gewonnen. (Gelach) We wisten dus dat we er tot over onze oren in zaten. En vanaf dat moment werd het alleen nog maar erger, want we vertrokken naar Monte Carlo om Australië te vertegenwoordigen bij de World Entrepreneur of the Year, waar we het opnamen tegen 40 andere landen. Deze keer, in weer een ander gehuurd pak, zat ik tijdens een van de diners naast een vriendelijke man, Belmiro de Azevedo, de Portugese winnaar. Een echte kampioen. Hij was 65 en runde zijn zaak al 40 jaar. Hij had 30.000 werknemers. Vergeet niet, in die tijd hadden wij er 70. En zijn omzet was 4 miljard euro. Na een paar wijntjes, herinner ik me, bekende ik dat ik het gevoel had dat we het niet verdienden daar te zijn, dat we geen idee hadden waar we mee bezig waren, en dat iemand daar op een gegeven moment vast achter zou komen en ons terug zou sturen naar Australië. Ik herinner me dat hij stilviel, me aankeek en zei dat hij zich net zo voelde en dat hij vermoedde dat alle winnaars zich zo voelden en dat ondanks het feit dat Scott noch ik eigenlijk iets van technologie wisten, we duidelijk iets goed deden en dat we daarmee waarschijnlijk gewoon door moesten gaan. (Gelach) Dat was echt een aha-ervaring voor me, om twee redenen. Ten eerste werd me duidelijk dat anderen hetzelfde gevoel hadden. En ten tweede besefte ik dat dat gevoel niet weggaat als je succes hebt. Ik had aangenomen dat succesvolle mensen zich geen charlatan voelden en ik weet nu dat het tegenovergestelde waarschijnlijk eerder het geval is. En het is niet alleen een gevoel dat ik op mijn werk heb. Het komt ook voor in mijn persoonlijk leven. Vroeger vloog ik heen en weer naar San Francisco, elke week, voor Atlassian, en ik spaarde zo een hoop frequent-flyer-punten, waarmee ik toegang kreeg tot de Qantas business lounge. Als er één plek is waar ik niet thuishoor ... (Gelach) Het helpt natuurlijk ook niet als ik binnenkom in korte broek en spijkerbroek, ik bedoel in jeans en T-shirt, en ik hoor: "Kan ik je helpen knul? Ben je verdwaald?" Maar soms neemt het leven een wending als je het het minst verwacht. Op een ochtend, meer dan tien jaar geleden, zat ik daar voor mijn wekelijkse tripje, toen een mooie vrouw die ver buiten mijn bereik lag, de Qantas-lounge binnenkwam en regelrecht naar mij toe liep, omdat ze mij voor iemand anders hield. Ze dacht dat ik iemand anders was, dus op dat moment was ik echt een charlatan. (Gelach) Maar in plaats van te verstenen, wat ik normaliter zou hebben gedaan, of misschien beleefd haar te wijzen op haar vergissing, probeerde ik gewoon het gesprek aan de gang te houden. (Gelach) En via typisch Australische onzin kwam het tot iets meer en een telefoonnummer. Dat meisje nam ik mee naar de uitreikings- ceremonie, een paar maanden later. En, meer dan tien jaar later, ben ik ongelooflijk blij dat ze nu mijn vrouw is en dat we vier geweldige kinderen hebben samen. (Applaus) Maar je zou denken dat wanneer ik ’s ochtends wakker word, ik me niet meer om zou draaien, naar haar kijken en denken: nu zegt ze: "Wie ben jij en wie heeft je die kant van het bed gegeven?" (Gelach) "Wegwezen hier." Maar dat doet ze niet. En ik denk dat zij zich soms net zo voelt. En blijkbaar is dat een van de redenen dat we waarschijnlijk een goed huwelijk zullen hebben. Want toen ik onderzoek deed voor deze talk, ontdekte ik dat in de meest succesvolle relaties beide partners het gevoel hebben dat ze zich op onbekend terrein bevinden. Voor hun gevoel ligt hun partner buiten hun bereik. Ze voelen zich een bedrieger. En als ze niet verstenen, maar dankbaar zijn en meer moeite doen om proberen de best mogelijke partner te zijn, dan zal het waarschijnlijk een heel goede relatie worden. Dus als je je ook zo voelt, verstar dan niet. Probeer het gesprek op gang te houden, zelfs als zij denkt dat je iemand anders bent. (Gelach) Dat ik me voel alsof ik iemand anders ben of dat mensen me voor een ander houden, gebeurt eigenlijk vrij vaak. Een mooi, wat recenter voorbeeld is van een paar maanden terug, toen ik nog laat op was met een van mijn kinderen, en ik op Twitter las dat Tesla zei de reeks energiecrises in Australië te kunnen oplossen met een van hun grote, industriële accu’s. Zonder erover na te denken stuurde ik een aantal tweets de wereld in waarin ik hen uitdaagde en me afvroeg of ze echt serieus waren hierover. En daarmee had ik een klein steentje van een enorme heuvel af geschopt die in een lawine veranderde, met mijzelf er middenin. Want een paar uur later twitterde Elon me terug en zei dat ze doodserieus waren, dat ze binnen 100 dagen nadat het contract was getekend, een installatie van 100 megawattuur konden installeren, wat een gigantische, zeer indrukwekkende accu is, een van de grootste die ooit is gemaakt. En op dat moment brak de hel pas echt los. Binnen 24 uur probeerden alle belangrijke media via sms of e-mail in contact met me te komen om mijn mening te krijgen als zogenaamde energie-'expert'. (Gelach) Op dat moment had ik jullie niet echt het verschil kunnen vertellen tussen een batterij van anderhalve volt voor het speelgoed van mijn kinderen en een industriële accu van 100 megawattuur bestemd voor Zuid-Australië, die misschien hun energiecrises zou kunnen oplossen. Dit was een typisch geval van het oplichterssyndroom, (Gelach) en toen werd het echt bizar. Ik kan me herinneren dat ik bij mezelf dacht: Shit. Ik heb hier iets in gang gezet en ik kan me er niet meer aan onttrekken. Als ik dit nu laat vallen, zet ik hernieuwbare energie in Australië min of meer op een achterstand en sta ik misschien volslagen voor gek door mijn dwaasheid op Twitter. Ik bedacht dat het enige wat ik kon doen was proberen niet te verstarren en proberen te leren. Dus ik besteedde een week aan het leren van wat ik maar kon over accu’s van industrieel formaat, het elektriciteitsnet, duurzame energie en de economische aspecten van dit alles, en of dit voorstel zelfs maar haalbaar was. Ik sprak met de topwetenschapper, Ik sprak met de CSIRO, verschillende ministers en premiers vertelden me hun kant van het verhaal, van beide zijden van het politieke spectrum. Ik had via Twitter contact met de minister-president. Het lukte me zelfs om een redelijke indruk te maken, zeg maar, als energie-expert op ABC Lateline. (Gelach) Het resultaat van dit alles was dat Zuid-Australië een accu-tender uitbracht en dat daarop meer dan 90 inschrijvingen binnenkwamen. En de nationale discussie verschoof voor een paar maanden van de dramatiek van steenkool, binnen het parlement, naar de vraag wélk type industriële accu het beste zou zijn voor de bouw van duurzame accu’s van groot formaat. De belangrijke les is, denk ik, dat ik tegen die tijd heel goed wist dat ik een oplichter was. Ik wist dat ik geen benul had van dit onderwerp. Maar in plaats van te verstarren, probeerde ik zo veel mogelijk te leren, gedreven door mijn angst om als een idioot beschouwd te worden, en ik probeerde dat om te zetten in een soort kracht ten goede. Dus een van de dingen die ik heb geleerd, is dat men denkt dat succesvolle mensen zich nooit een charlatan voelen. Maar veel ondernemers kennende, denk ik dat het tegenovergestelde eerder het geval is. De meeste succesvolle mensen die ik ken, twijfelen niet aan zichzelf, maar wel, en met regelmaat, aan hun ideeën en hun kennis. Ze weten wanneer ze kopje onder gaan en zijn niet bang om om raad te vragen. Ze beschouwen dat niet als slecht. En ze gebruiken die raad om hun ideeën aan te scherpen, ze te verbeteren, en te leren. En het is prima als je het soms even helemaal niet meer weet. Ik weet het zo vaak helemaal niet meer. Het is prima om geen benul te hebben. Het is prima als je in een situatie bent waar je niet zomaar uit kunt, zolang je tenminste niet versteent, zolang je de situatie gebruikt, je niet laat verlammen en die probeert aan te wenden als een soort kracht ten goede. En ik zeg hier 'aanwenden', want dit is voor mij niet het soort populair-psychologische onzin over het overwinnen van het oplichterssyndroom. Het gaat er alleen maar om dat je je ervan bewust bent. Ik ben me er scherp van bewust dat ik me nu een oplichter voel, nu ik hier sta, als een soort pseudo-expert over een gevoel waar ik tot voor kort niet eens een naam voor wist, toen ik erin toestemde deze talk te houden. Wat, als je erbij nadenkt, eigenlijk het hele punt is, nietwaar? (Gelach) Dank jullie wel. (Applaus) 
