Op dit moment hebben bijna één miljard mensen wereldwijd geen elektriciteit bij hen thuis. En in Sub-Sahara-Afrika zit meer dan de helft van de bevolking in het donker. 
Jullie kennen allemaal ongetwijfeld deze foto van de NASA. Deze duisternis heeft een naam. Dit noemen we 'energiearmoede' en het heeft grootschalige gevolgen voor de economische ontwikkeling en het sociaal welzijn. Een uniek aspect van het probleem van energiearmoede in de sub-Sahara -- als ik het hier over energie heb, bedoel ik trouwens elektriciteit -- een uniek aspect is dat er niet veel bestaande infrastructuur aanwezig is in veel landen in de regio. Zo blijkt uit gegevens van 2015 dat de totale geïnstalleerde capaciteit aan stroom in Sub-Sahara-Afrika maar ongeveer 100 gigawatt bedraagt. Dat komt overeen met heel het Verenigd Koninkrijk. 
Dit biedt ons in feite de unieke kans om een energiesysteem voor de 21e eeuw te bouwen vanaf nul. Maar hoe doe je dat? We kunnen naar het verleden kijken en de methoden nabootsen waarmee we vroeger stabiele, betaalbare elektriciteit naar grote delen van de wereld brachten. Maar dat heeft niet alleen enkele verschrikkelijke bijwerkingen zoals vervuiling en klimaatverandering, het is ook nog eens duur en inefficiënt. Tegen het einde van de eeuw zal de Afrikaanse bevolking verviervoudigen. Dit is dus geen theoretisch probleem. Afrika heeft veel energie nodig, en het liefst snel, want de bevolking groeit en de economie moet meegroeien. 
In de meeste landen werd hetzelfde algemene traject van elektrificatie gevolgd: Eerst wordt een grootschalige infrastructuur gebouwd, doorgaans met grote openbare investeringen. Die infrastructuur levert stroom aan productiecentra, zoals fabrieken, landbouwmechanisatie, commerciële bedrijven enzovoort. Dit stimuleert op zijn beurt economische groei, creëert banen, verhoogt inkomens en leidt tot een vicieuze cirkel waarbij meer mensen toestellen kunnen kopen en zo een residentiële vraag naar elektriciteit ontstaat. 
Maar in Sub-Sahara-Afrika, ondanks decennia aan energieprojecten, zien we deze voordelen nog altijd niet. De energieprojecten gingen vaak gepaard met afval, corruptie en inefficiëntie. Op het platteland is er nauwelijks elektriciteit en in de stedelijke gebieden kan het beter. De stroomvoorziening is onbetrouwbaar en de elektriciteitsprijzen behoren tot de hoogste ter wereld. Daar komt nog eens bij dat we nu te maken krijgen met de gevolgen van de groeiende klimaatramp. Afrika zal dus een andere weg moeten zoeken. 
We zijn trouwens nu al getuige van een spannende verandering in de Afrikaanse energieruimte. Deze nieuwe weg heet off-grid zonne-energie en is mogelijk dankzij goedkope zonnepanelen en de vooruitgang in led- en batterijtechnologie, in combinatie met innovatieve bedrijfsmodellen. Deze off-grid zonneproducten variëren van één enkele lamp tot kits voor thuissystemen die telefoons opladen, een televisie van stroom voorzien, of een ventilator laten draaien. 
Laat mij duidelijk zijn: off-grid zonne-energie is belangrijk in Afrika. Ik heb jaren in de sector gewerkt en dankzij deze producten kunnen we primaire energiediensten leveren aan de armsten ter wereld om hun levenskwaliteit te verbeteren. Dit is een heel goede en belangrijke zaak. Toch zal off-grid zonne-energie de energiearmoede niet oplossen, maar dat geldt ook voor een top-downstrategie waarbij elk huishouden wordt aangesloten op het distributienet. Ik ben hier niet om het opnieuw te hebben over 'on-grid' versus 'off-grid' of oud versus nieuw. Nee, ik ben van mening dat ons onvermogen om echt werk te maken van de energiearmoede in Afrika drie oorzaken heeft. 
Ten eerste hebben we geen duidelijk begrip van wat energiearmoede is en hoe ernstig het is. 
Ten tweede vermijden we complexe systemische problemen en gaan we liever voor een lapmiddel. 
Ten derde trekken we verkeerde conclusies over de klimaatverandering. Samen brengen deze drie fouten ons ertoe om een Westers debat op te leggen over de toekomst van energie en hervallen we in een paternalistische houding tegenover Afrika. 
Ik ga deze drie problemen proberen te ontleden. Ten eerste, wat is energiearmoede juist? De belangrijkste indicator voor energiearmoede is opgenomen in de VN's zevende Duurzame Ontwikkelingsdoelstelling of SDG 7. Die streeft ernaar om 100% van de wereldbevolking toegang te geven tot elektriciteit tegen 2030. Maar deze binaire doelstelling houdt geen rekening met de kwaliteit, betrouwbaarheid of het nut van de stroom, hoewel nu toch indicatoren worden ontwikkeld om met die aspecten rekening te houden. 
De vraag wanneer een huishouden wordt beschouwd als 'aangesloten' is niet zo eenvoudig te beantwoorden. Vorig jaar kondigde de Indiase premier Narendra Modi bijvoorbeeld aan dat alle dorpen in India geëlektrificeerd zijn, met als criteria voor elektrificatie: een transformator in elk dorp en in de openbare centra, en 10 procent -- 10 procent -- aangesloten huishoudens. Maar ... het Internationaal Energieagentschap, dat de vooruitgang van SDG 7 bijhoudt, definieert energietoegang als 50 kWh per persoon per jaar. Dat is genoeg voor wat lampen en om een telefoon op te laden, misschien voor een energiezuinige tv of een ventilator enkele uren per dag. Een basisvoorziening creëren is een belangrijke eerste stap, maar we moeten realistisch blijven. Enkele lampen en voor de rest niets, dat is nog altijd leven in energiearmoede. En bovendien ... deze indicatoren en doelstellingen voor energiearmoede gelden alleen voor residentieel gebruik. Toch zijn huishoudens maar goed voor een ongeveer een kwart van het wereldwijde energieverbruik. Want het grootste deel van onze energie wordt gebruikt door industrie en handel. 
En dat brengt me bij mijn belangrijkste punt: Landen kunnen niet uit de armoede geraken zonder toegang tot overvloedige, betaalbare en betrouwbare elektriciteit om hun productiecentra te laten draaien. Dat noem ik 'Energie voor Groei'. Zoals te zien is in deze grafiek, is er niet zoiets als een land met weinig energie en een hoog inkomen. Dat bestaat niet. En toch leven drie miljard mensen momenteel in een land zonder betrouwbare, betaalbare elektriciteit -- niet alleen voor hun huizen, maar ook voor hun fabrieken, hun kantoren, hun datacenters en andere economische activiteiten. Alleen door huizen en kleine bedrijven aan te sluiten op het net wordt deze onderliggende energiearmoede niet opgelost. Om energiearmoede op te lossen moeten we betrouwbare, betaalbare elektriciteit leveren op grote schaal om in de hele economie banen te creëren en de inkomens te laten stijgen. 
Deze behoefte botst echter met het opkomende discours dat zegt dat we door de klimaatverandering allemaal moeten omschakelen van grote, gecentraliseerde energiesystemen naar een distributie op kleine schaal. Off-grid zonne-energie in Afrika -- en ik herhaal, off-grid zonne-energie is positief -- maar de groei ervan past netjes binnen dat discours en heeft geleid tot beweringen dat Afrika de oude manier van energieproductie overslaat en zijn energiesysteem van nul opbouwt, zonnepaneel per zonnepaneel. 
Het is een mooi, aantrekkelijk discours, maar ook heel naïef. Zoals vele verhalen over technologische disruptie, vaak geïnspireerd door Silicon Valley, vergeet het de bestaande systemen die aan de basis liggen van de transformatie. Als het gaat over innovatie en energie werkt het Westen aan de rand van een systeem dat zich al heeft bewezen. En al het sexy gedoe -- de zonnepanelen op het dak, de smart devices, de elektrische voertuigen -- dat is allemaal gebouwd bovenop een groot en absoluut essentieel stroomnet, dat op zijn beurt bestaat binnen een beproefd overheidskader. Zelfs de meest geavanceerde landen ter wereld hebben geen groot energiesysteem zonder grootschalige, centrale productie. 
Uiteindelijk kan geen enkele aanpak -- gecentraliseerd of lokaal, hernieuwbaar of fossiel -- de energiearmoede oplossen zonder eerst een manier te vinden om betrouwbare, betaalbare elektriciteit te leveren aan Afrika's opkomende industriële en commerciële sectoren. Het gaat dus niet alleen om verlichting in elk afgelegen huis. Het gaat om stroom voor de snelgroeiende steden in Afrika die vollopen met jonge, talentvolle mensen wanhopig op zoek naar een baan. Dit zal op zijn beurt heel wat interconnectiviteit vereisen en schaalvergrotingen, zodat een robuust en sterk stroomnet essentieel is voor gelijk welke oplossing voor energiearmoede. 
De tweede fout die we dus maken, is dat we voor lapmiddelen kiezen. Energiearmoede doet zich voor binnen een complexe sociaaleconomische en politieke context. Een deel van de charme van nieuwe elektrificatiemodellen zoals off-grid zonne-energie is dat ze geen last hebben van langzame en inefficiënte overheden. Met kleine systemen kan je de bureaucratie en nutsbedrijven overslaan en direct aan klanten verkopen. Maar om energiearmoede aan te pakken kan je overheden niet negeren, kan je de instellingen niet negeren. Je kan de vele spelers niet negeren  voor het produceren, transporteren en gebruiken van elektriciteit op grote schaal. Met andere woorden, energie leveren voor groei heeft niet alleen te maken met technologische innovaties, maar met het trage en langzame werk om de overheid, de instellingen en de bredere macro-omgeving te verbeteren. 
Oké, dat kan best zijn, zeg je dan. Maar wat met de klimaatverandering? Hoe garanderen we een toekomst met energie voor iedereen en dringen we ook onze uitstoot terug? Daarvoor moeten we enkele complexe compromissen sluiten, maar een energierijke toekomst voor Afrika kan hand in hand gaan met een koolstofarme toekomst. Vergis jullie niet: de wereld kan niet verwachten dat Afrika energiearm blijft vanwege de klimaatverandering. 
(Applaus) 
Uit de feiten blijkt het tegenovergestelde. Energie is essentieel voor Afrika om de klimaatverandering te weerstaan en veerkrachtiger te worden. Door de stijgende temperaturen zal er meer vraag zijn naar airconditioning en koelopslag. Door het dalende grondwater zullen meer pompen worden gebruikt voor irrigatie. Extreem weer en de stijgende zeespiegel zullen een aanzienlijke uitbreiding en versteviging van onze infrastructuur vergen. Dit zijn allemaal energie-intensieve activiteiten. Een evenwicht vinden tussen klimaatverandering en Afrika's behoefte om te schakelen naar een energierijke toekomst zal moeilijk zijn. Maar hier valt niet over te onderhandelen; we moeten een manier vinden. We moeten eerst het debat verbreden, weg van het of/of-verhaal. We moeten ook stoppen met oplossingen te verheerlijken die ons afleiden van de échte uitdagingen. 
Laten we ook niet vergeten dat Afrika enorme natuurlijke rijkdommen bezit, waaronder veel hernieuwbare bronnen. Zo is in Kenia, mijn thuisland, geothermische energie goed voor de helft van onze stroomproductie, en met waterkracht als andere grote bron, draaien we nu al vooral op hernieuwbare energie. We hebben ook net Afrika's grootste windmolenpark geactiveerd en de grootste centrale voor zonne-energie in Oost-Afrika. 
(Applaus) 
Bovendien ... Dankzij nieuwe technologieën kunnen we nu onze energiesystemen ontwikkelen en efficiënter dan ooit met energie omspringen; we doen meer met minder. Energie-efficiëntie wordt een belangrijke tool in de strijd tegen klimaatverandering. 
Tot slot wil ik nog zeggen dat Afrika een echte plek is met echte mensen die complexe uitdagingen aangaan en grote veranderingen meemaken, net als elke andere regio in de wereld. 
(Applaus) 
En hoewel elk land en elke regio andere sociale, economische en politieke grillen heeft, zijn de wetten van de fysica overal dezelfde. 
(Gelach) (Applaus) 
De energiebehoeften van onze economieën zijn even groot als die van elke andere economie. 
Meer huishoudens aansluiten op het elektriciteitsnet via een mix van on- en off-gridoplossingen heeft een enorme impact in Afrika. Toch is dit lang niet genoeg om energiearmoede op te lossen. Om energiearmoede op te lossen moeten we elektriciteit produceren op grote schaal via verschillende bronnen en moderne stroomnetten om een energierijke toekomst te creëren waarin Afrikanen kunnen genieten van een moderne levensstandaard en goed betaalde banen. De Afrikanen verdienen dit, en aangezien Afrikanen een kwart van de wereldbevolking zullen uitmaken tegen 2100, verdient onze planeet dit. 
Dank je wel. 
(Applaus) 
