Wat is het ergste dat zou kunnen gebeuren? Bijna precies 10 jaar geleden zat ik in een onderzoeksruimte die veel te koud was te wachten op de ontmoeting  met mijn nieuwe oncoloog. Ik was doodsbang. Ook al zat mijn toenmalige partner  vlak naast me, ik voelde me helemaal alleen. Ik was net gediagnosticeerd  met borstkanker, en op dat moment leek het erop dat een enkele heldere vlek op een scan van mijn rechterlong betekende dat de kanker al was uitgezaaid. Ik had uitgezaaide borstkanker. Ik had op dit moment  geen medische opleiding, maar ik wist wat dat betekende  als het waar was: ongeneeslijke borstkanker. Terminale borstkanker. Ik was 27 jaar, was net toegelaten  tot de opleiding geneeskunde, en ik vroeg me af of ik al  aan het einde van mijn leven stond. 
Mijn nieuwe oncoloog  was geen warm persoon. Ze werkte met simpele feiten, zoals veel briljante artsen. "Ons lichaam bestaat  uit cellen", begon ze. Ik onderbrak haar. "Ik begin binnenkort aan de opleiding geneeskunde. Ik weet het." In plaats van dit te zien als een signaal om terug te gaan, opnieuw te beginnen, ging ze vooruit. Ze zei dat ik chemotherapie nodig had om het onder controle te krijgen. Ze vertelde over de details  van het medicijn en de bijwerkingen en het tijdschema. Ik zei dat we geen biopsie hadden genomen  van de heldere plek in mijn long, en vroeg of ze zeker wist  dat het kanker was. 
Ik herinner me precies hoe ze  bijna gefrustreerd leek door mijn vraag. Misschien dacht ze dat ik  haar uitleg niet volgde, of, erger nog, dat ik in ontkenning was. Ik wilde simpelweg dat ze  zou begrijpen dat, als haar patiënt, de biopsie niet een formaliteit was om een al getrokken conclusie te bevestigen. Het was een stalen naald door huid, spieren en bot, die een stuk van mij naar de oppervlakte haalde en een vraag beantwoordde waarvan ik wou dat die niet  gesteld hoefde te worden. Voor de biopsie kon ik  een 27-jarige vrouw zijn die misschien uitgezaaide borstkanker had, die waarschijnlijk  uitgezaaide borstkanker had. Dit is een cruciaal verschil, maar niet een dat benadrukt wordt  in het beste oncologieonderwijs. In plaats daarvan werd ik weggestuurd met de afspraak om de behandeling te starten over slechts een paar weken. 
Er is zo veel gebeurd  sinds dat eerste bezoek. Ironisch genoeg was de biopsie  niet slechts een formaliteit. Mijn toenmalige oncoloog had gelijk. 
(Gelach) 
Deze liet inderdaad kanker zien, maar het was een compleet  losstaande longkanker, en hoe gek het ook klinkt, dit was geweldig nieuws. Ik had geen uitgezaaide borstkanker, ik had twee verschillende kankers, maar ze waren beide gelokaliseerd, en dus was de longkanker  gelokaliseerd genoeg om te worden verwijderd. En dus begon het offensief  van behandelingen met een longoperatie, gevolgd door chemotherapie en eindigde het met een borstoperatie vlak na mijn 28ste verjaardag. 
En twee weken later begon ik aan de opleiding geneeskunde. Mijn nieuwe oncoloog, 
(Gelach) 
die veel vloeiender omgaat  met feiten en hun implicaties, suggereerde heel redelijk dat ik mijn toelating tot geneeskunde  een jaar zou uitstellen, tijd zou nemen  om te rusten, te herstellen, en ik vertrouwde op haar advies. Ik voelde me vreselijk tijdens  de intensieve chemotherapiesessies. En dus schreef ik naar de decaan, ik legde mijn omstandigheden uit, en het uitstel werd spoedig verleend. 
Maar toen de mist van de chemo optrok, vroeg ik me af wat  ik met een jaar zou gaan doen. Zou ik naar het strand gaan? 
(Gelach) 
Ik was niet echt een strandmens. 
(Gelach) 
En hoe veel jaren  had ik überhaupt nog voor me? Ik wilde heel graag geneeskunde studeren. Het leek een ontbrekend stukje  van mijn puzzel. 
Dus in plaats van besluiteloos  in rondjes denken, vroeg ik me af: wat is het ergste  dat zou kunnen gebeuren? Nou, ik zou te zwak of ziek kunnen zijn  om het werk te doen. Het zou emotioneel te zwaar  voor me kunnen zijn. Ik zou kunnen zakken voor geneeskunde. Maar toen besefte ik dat dat niet  het ergste zou zijn dat me is overkomen, zelfs in datzelfde jaar. Dus waarom niet beginnen? Waarom niet leven op de manier  waarop ik wilde leven? Dus dat deed ik. 
Kaal en graatmager deed ik mijn beste oorbellen in  en mijn favoriete jurk aan, en ik begon. Ik deed alsof ik erbij hoorde en dat gebeurde ook. Ik kan niet beschrijven  hoe moeilijk het was. Op sommige dagen leek het onmogelijk. Ik voelde me alsof ik dingen deed die in de toekomst niet belangrijk waren. Maar elke dag vroeg ik me af: vind je dit nog leuk? Is dit nog steeds wat je wilt doen? En iedere dag was het antwoord 'ja', soms een heel voorwaardelijk ja, maar een ja. 
En toen, net toen ik  me comfortabel begon te voelen en dacht dat ik misschien niet  zou zakken voor geneeskunde, kreeg ik een nog veel meer  verwoestend bericht. Ik hoorde dat ik een mutatie had  in een gen dat TP53 heet, p53 in het kort. Bekend als de bewaker van het genoom, betekent een mutatie -- p53 is verantwoordelijk voor  het controleren van de reparatie van DNA. Een mutatie in dit gen betekent  dat fouten niet hersteld worden. Het betekent dat normale cellen  veel sneller kankercellen worden. Ineens, met deze kennis, leek mijn medische geschiedenis  angstwekkend logisch. Ik had als kind kanker gehad -- rhabdomyosarcoom -- toen ik zeven was. Die kwam terug toen ik een tiener was. En dit was allemaal voordat p53  in het lab ontdekt was. Toen had ik als jongvolwassene  borst- en longkanker gehad. 
Met de kennis van deze mutatie leek het erop dat er geen einde kwam aan het aantal kankers dat ik  in mijn toekomst kon verwachten. En toch besloot ik om  bestralingsoncoloog te worden. 
(Gelach) 
Ik hoopte binnen een aantal maanden mijn coschappen af te ronden, naar een nieuwe stad te verhuizen en aan mijn eerste echte baan  te beginnen als arts en onderzoeker, dankzij doorzettingsvermogen, dankzij het bevoorrecht zijn, dankzij therapie, dankzij mijn medische teams  en mijn familie en docenten, omdat genetische diagnoses ons de kennis zouden moeten geven om vooruit te komen. 
En zelfs in het jaar 2020 betekent dat meestal geen wonderbaarlijke  genezingen of medische doorbraken. Een verwoestende genetische diagnose betekent leren leven met onzekerheid. Het betekent leren dat jij en je diagnose niet het ergste zijn dat er kan gebeuren. Leren om te leven met onzekerheid betekent vooruit stappen in een leven dat net zo vol schoonheid  als vol uitdagingen zit. Het betekent voor jezelf leren dat kanker  gewoon een deel van je verhaal is. Het is misschien niet het ergste  dat je zal overkomen, en als dat wel zo is, is dat oké. Je kunt je dat eigen maken, maar laat dat een verhaal zijn dat jij  zelf schrijft en toestemming geeft, niet een dat je opgelegd wordt  door een ander. Houd je brief voor uitstel in je hand, maar gebruik hem op je eigen voorwaarden. 
Nu ik aan het einde kom  van mijn opleiding oncologie, heb ik steeds weer een déjà vu  met het volgende scenario: Een patiënt heeft kanker. Er zijn een aantal opties die allemaal een andere balans bieden tussen genezing en levenskwaliteit, tussen de mogelijkheid  om het leed te verlichten en de mogelijkheid om leed te veroorzaken. Een oncoloog zet de opties uiteen, maar ergens in de discussie  loopt iets scheef. De keuze wordt meer zoiets als: 'Je kunt ervoor kiezen om iets te doen, of je kunt ervoor kiezen om niets te doen. We kunnen agressief zijn  en je kanker behandelen, of we kunnen het nog even aankijken.' En 9,9 van de 10 keer zegt de patiënt: 'Ik wil alles doen dat ik kan doen.' Natuurlijk. Wie wil niet alles? 
Maar wat is alles? Is 'alles' het vermogen om in  je eigen huis voor je raam te zitten badend in de zon en omringd door familie? Is 'alles' je vingers en tenen  nog kunnen voelen, omdat ze niet gevoelloos zijn geworden  door chemotherapie? Als oncologen is ons 'alles'  het behandelen van kanker. Het is bestraling en chirurgie en chemotherapie en nieuwe behandelingen. En voor ons is het ergste  dat zou kunnen gebeuren -- en ik heb meerdere oncologen  dit horen zeggen -- het ergste dat zou kunnen gebeuren, is dat de patiënt uitzaaiingen krijgt. Of, het ergste dat zou kunnen gebeuren,  is dat over vijf jaar de kanker zal groeien, en dat ik  meer bestraling zal moeten geven. 
Als patiënt en als oncoloog zou ik nooit beweren dat dit  geen verwoestende uitkomsten zijn. Maar zijn ze het ergst? Zou het beheersen van de kanker altijd in het middelpunt  van ons denken moeten staan? 
Veel onbeschrijfelijk, onbegrijpelijk  pijnlijke, wrede dingen zijn me overkomen door mijn kankers  en mijn genetische mutatie. En toch denk ik dat ik veel geluk heb gehad, omdat het ergste dat zou kunnen  gebeuren, nooit is gebeurd; omdat ik verwoesting en onzekerheid  aan tafel heb laten zitten, maar ergens aan de zijkant. Toen ik gediagnosticeerd werd  met uitgezaaide borstkanker, ging ik voor een second opinion naar Boston, want wat had ik te verliezen? Toen mijn oncoloog me heel goed en veilig en standaard advies gaf, begon ik toch  aan de opleiding geneeskunde, ook al onderging ik  behandeling voor kanker. 
In plaats van patiënten  met kanker te ontwijken, werd ik bestralingsoncoloog, en ik werk met patiënten die erg op me lijken, iedere dag. In plaats van me voor te stellen welk leed ik een toekomstige partner kon aandoen als ik overleed aan kanker, trouwde ik met mijn geweldige echtgenoot. Omdat het ergste dat zou kunnen gebeuren altijd een reeks negatieven is. Het zijn blanco ruimtes die gevuld zouden moeten worden met leven. 
Wat is het meest brutale wat ik ondanks dit soort radicale onzekerheid heb gedaan? Dit is William. Hij is de meest vreugdevolle persoon die ik ooit heb ontmoet, en in iets meer dan een jaar heeft hij  de wereld al een betere plek gemaakt. 
Als oncologen praten we met onze patiënten alsof het ergste dat zou kunnen gebeuren is dat hun kanker kan terugkomen, of dat het kan uitzaaien,  of dat ze eraan kunnen overlijden. Als patiënt weet ik  dat deze dingen cruciaal zijn. Maar ik wil de manier veranderen  waarop we hierover denken en ik wil de manier veranderen waarop we hierover praten met onze patiënten. Als patiënt is het ergste dat kan gebeuren dat kanker je de kans ontneemt, het vermogen ontneemt om te zijn en te doen en lief te hebben. En dat zal het doen. Tenminste tijdelijk. Maar om dit verlies van leven  bij de levenden te minimaliseren, dat is de moeilijkere en volgens mij ware taak van de oncoloog: om alle gereedschappen die we hebben  te nemen en ze te plaatsen in de context van het hele leven van een patiënt; om gidsen te zijn  in hoe je omgaat met lijden, het diep erkent, maar niet de angst voor toekomstig lijden de lijn laat zijn voor je verdere reis. 
Een van mijn mentoren zegt altijd dat het medische gedeelte gemakkelijk is. En zo voelt het nooit  voor een beginnend arts, maar de omtrekken daarvan zijn afgebakend. We hebben grote studies om ons te leiden, en dat leren we tijdens onze coschappen. Veel moeilijker is om te leren hoe je  elke patiënt moet helpen navigeren in de massa's problemen die hun ziekte inhoudt. 
Ik vind het heel grappig  dat, achteraf gezien, mijn leven er als  een keurig pakketje uitziet. Het lijkt alsof ik iedere stap heb gepland en dat kanker misschien tot goede dingen  heeft geleid in mijn leven. Stap een: meld je aan  voor de opleiding geneeskunde. Stap twee: word gediagnosticeerd met  en behandeld voor kanker. Stap 3: heb het allemaal, een carrière en een gezin. Maar ik kan je vertellen dat iedere fase  een sprong in het duister was ondanks een bijna verlammende onzekerheid. En het is die moed die ik al mijn patiënten probeer te geven. Ik probeer dit te doen ongeacht de technische medische details van kankers en beslissingen  over de behandeling en mutaties, ongeacht de glibberige fictie van prognoses. Ik probeer te leren wat ze willen en wat ze nodig hebben, wat ze wensen en waarover  ze zich zorgen maken, waarover ze dromen, wat ze vroeger dreef en wat ze zal ondersteunen tijdens  het harde proces van kankerbehandeling. Het neemt niet zo veel tijd in beslag. Het vergt wel een paar  geconcentreerde, stille momenten die bewuste cultivering nodig hebben. Maar dit is een partnerschap, en het doet ertoe, want het ergste dat kan gebeuren is een oncoloog hebben  die alles doet -- alles -- om je kanker te genezen en die niets doet om je te helpen je leven te leiden. 
Dank jullie wel. 
(Applaus) 
