Ik begon mijn carrière als modeontwerper en werkte nauw samen met  textielontwerpers en stoffenfabrikanten. Maar nu kan ik mijn nieuwe medewerkers  niet langer zien of met ze praten, want ze zitten in de grond  onder onze voeten, in de schappen van onze supermarkten en in het biertje dat ik ga drinken  na afloop van deze talk. Ik heb het over microben en dingen ontwerpen met leven. Vijftien jaar geleden veranderde ik volledig,  zowel met wat ik werkte, als hoe ik werkte, na een revelerende samenwerking  met een bioloog. Ons project gaf me  een andere kijk op leven, liet me kennismaken met een geheel  nieuwe wereld van mogelijkheden over hoe we dingen  kunnen ontwerpen en maken. Ik ontdekte een totaal andere  manier van produceren: biofabricage. Letterlijk: fabriceren met biologie. Wat betekent dat? Nou, in plaats van planten, dieren of olie te verwerken tot materialen  voor de consument, kunnen we materialen direct  met levende organismen laten groeien. In wat velen noemen ‘de Vierde Industriële Revolutie’, zien wij levende cellen  als de nieuwe fabrieken. Bacteriën, algen, schimmels, gisten: onze nieuwste ontwerpmiddelen  omvatten die van de biotechnologie. Mijn eigen ervaring in de biofabricage begon met een project genaamd Biocouture. De uitdaging bestond erin  om in plaats van een plant, zoals katoen, gedurende enkele maanden  op een veld te laten groeien, microben te gebruiken  om soortgelijk cellulosemateriaal op een paar dagen  in een lab te laten groeien. Met een bepaalde bacteriesoort  in een voedingsvloeistof fermenteerden wij draden van cellulose die zichzelf organiseerden  tot een lap stof. Ik droogde de gekweekte stof en knipte en naaide ze  tot kleren, schoenen en tassen. Met andere woorden,  in een lab kweekten we materialen en maakten er een reeks producten van in een kwestie van dagen. Dit in tegenstelling tot de huidige  werkwijzen voor stoffenproductie, waarbij een plant wordt gekweekt, alleen het katoengedeelte wordt geoogst, verwerkt tot garen, geweven tot weefsel en dan mogelijk verscheept over de oceanen voordat het versneden en genaaid wordt  tot een kledingstuk. Dat kan maanden in beslag nemen. Dus wezen deze prototypes een weg naar een significante resource efficiency. Vanaf het verminderen van het benodigde  water, energie en chemie bij de bereiding van een materiaal, tot het uitblijven van enig afval, kweekten we stoffen  tot de afgewerkte vorm -- noem het ‘biologisch  additief vervaardigen’. Door biofabricage had ik veel intensieve,  door de mens gemaakte stappen vervangen door één biologische stap. Het werken met dit levende systeem veranderde mijn manier van ontwerpen. Hier produceerde de biologie,  zonder enige tussenkomst van mij behalve dan het ontwerpen  van de initiële voorwaarden voor groei, efficiënt een nuttig  en duurzaam materiaal. Dus bekijk ik nu alle materialen  door de lens van de biofabricage. In feite is er een groeiende  wereldwijde gemeenschap van vernieuwers die materialen  vanuit de biologie herdenken. Meerdere bedrijven kweken nu  paddenstoelmaterialen, maar niet letterlijk met paddenstoelen -- ze gebruiken mycelium,  het wortelstelsel van schimmels, om nevenproducten uit de landbouw aan elkaar te binden. Het proces werd al beschreven  als ‘lijm van de natuur’. Een gebruikelijke manier  is een 3D-mal nemen, ze vullen met een afvalmateriaal  zoals maïsstengels of hennep, water toevoegen, een paar dagen wachten om het mycelium  overal te laten uitgroeien, de mal verwijderen en je krijgt een gegroeide 3D-vorm. Ongelooflijk, maar zo kunnen we  allerlei structuren kweken met gebruik van levende organismen, van schuimen die plastics  in schoeisel kunnen vervangen, tot lederachtige materialen  zonder diergebruik. Meubels, vloeren -- allemaal  in het stadium van prototype. Schimmels kunnen materialen kweken  die van nature brandvertragend zijn, zonder chemicaliën. Ze zijn van nature hydrofoob, wat betekent dat ze geen water absorberen. Ze hebben hogere smelttemperaturen  dan kunststoffen. Polystyreen vergaat  pas na duizenden jaren. Paddenstoel verpakkingsmaterialen kan je in je tuin natuurlijk composteren in slechts 30 dagen. Levende organismen transformeren afval in concurrentiële materialen met dezelfde kwaliteiten die kunststoffen en andere  CO2-gevende materialen kunnen gaan vervangen. Zodra we materialen met levende  organismen gaan kweken, gaat dat vroegere manieren  van productie onlogisch laten lijken. Neem nu de bescheiden huisbrik. De cementindustrie genereert  ongeveer acht procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. Dat is meer dan alle vliegtuigen  en schepen elk jaar. Het cementproces vereist materialen  die in een oven moeten worden gebakken bij meer dan 1100 graden Celsius. Vergelijk dit met bioMASON. Daar gebruiken ze een bodemmicrobe  om losse aggregaten, zoals zand of steenslag, te transformeren tot biogefabriceerde,  of biocementen, brikken. Hun proces verloopt bij kamertemperatuur in slechts een paar dagen. Denk aan een hydrocultuur voor brikken. Een irrigatiesysteem  voert voedselrijk water aan naar bakjes met brikken die met bacteriën zijn ingeënt. Die bacteriën produceren  kristallen rond elke zandkorrel. Alle losse deeltjes  worden met elkaar verbonden om een solide brik vormen. We kunnen nu bouwmaterialen kweken op de elegante manier van de natuur, net als een koraalrif. En deze biogefabriceerde brikken  zijn bijna drie keer sterker dan een betonblok. In schril contrast  tot de traditionele productie van cement slaan ze meer koolstof op  dan dat ze er vrijzetten. Als we dus de 1,2 biljoen bakstenen die we elk jaar maken, kunnen vervangen  door biogefabriceerde brikken, zouden we de CO2-uitstoot  kunnen verminderen met 800 miljoen ton per jaar. (Applaus) Naast het kweken van materialen  met levende organismen, zijn we zelfs producten gaan ontwerpen die hun groei bevorderen. Dat komt van de realisatie dat juist wat we hebben geprobeerd  te marginaliseren -- het leven -- onze grootste medewerker kan worden. Daarvoor verkennen we alle manieren om gezonde microben te kunnen kweken in onze eigen ecosystemen. Een goed voorbeeld  hiervan zijn architecten die zich de buitenkant  van een gebouw verbeelden te functioneren  als de schors van een boom. Maar niet als een cosmetisch groene laag. Ze ontwerpen architectonische schorsen als gastheren voor evoluerende ecologieën. Deze oppervlaktestructuren zijn  ontworpen om leven uit te nodigen. Als we dezelfde ijver zouden aanwenden als waarmee we nu  levensvormen onderdrukken om het leven te cultiveren, zouden we het negatieve beeld  van de stedelijke jungle kunnen veranderen in een die een bloeiend,  levend ecosysteem letterlijk belichaamt. Door het actief stimuleren van oppervlakteinteracties  met gezonde microben, kunnen we de passieve  klimaatcontrole verbeteren, alsook de stormvloedbeheersing en zelfs de CO2-uitstoot verminderen doordat er minder energie nodig is voor het verwarmen  of koelen van onze gebouwen. We zijn nog maar net begonnen  om het potentieel te realiseren van op de natuur gebaseerde technologieën. Ik ben blij dat we zijn begonnen  met het ontwerpen en biofabricage van een nieuwe materiaalwereld. Het is er een die stopt met de exploitatie van niet-hernieuwbare hulpbronnen en overstapt naar samenwerken  met het originele, duurzame leven. In plaats van het leven weg te ontwerpen, ontwerpen wij met en voor het leven. Verpakking, mode,  schoenen, meubels, bouw -- biogefabriceerde producten kunnen worden gekweekt  bij de centra van de vraag, met lokale middelen,  minder land en energie, en zelfs door gebruik te maken  van industriële afvalstromen. Vroeger was het zo dat de instrumenten  van de biotechnologie het domein waren van machtige, multinationale chemische  en biotechnologische bedrijven. In de vorige eeuw verwachtten we dat materiaalinnovatie kwam van bedrijven als DuPont, Dow, BASF. Maar deze 21e-eeuwse materiaalrevolutie  wordt geleid door startups met kleine teams en weinig kapitaal. En overigens hebben niet  al hun oprichters wetenschapsgraden. Er zijn kunstenaars,  architecten en ontwerpers bij. Meer dan een miljard dollar  is reeds geïnvesteerd in start-ups die producten  voor consumenten biofabriceren. Ik denk dat we niet anders kunnen  dan onze toekomst te biofabriceren. Van de jas die je draagt naar de stoel waar je in zit tot het huis waar je in woont, je ontworpen materiële wereld  zou jouw gezondheid of die van onze planeet  niet in gevaar mogen brengen. Als materialen niet gerecycled of thuis natuurlijk  gecomposteerd kunnen worden, zouden we ze moeten afwijzen. Ik ben vastbesloten  om deze toekomst te realiseren door al het geweldige werk  dat vandaag wordt gedaan voor het voetlicht te brengen en door het faciliteren van interacties tussen ontwerpers, wetenschappers,  investeerders en merken. Want een materiaalrevolutie moet er komen, en wel nu. Dank je. (Applaus) 
