Ik ga het mezelf lastig maken. Ik beweer dat ieder van ons in deze ruimte tekeningen maakte toen we klein waren. Ja? Ja toch? En toen je zo’n jaar of vier, vijf was, was je misschien aan het tekenen, en kwam er een volwassene bij je, keek over je schouder en zei: “Wat is dat?” Jij zei: “Een gezicht.” Ze zeiden: “Zo ziet een gezicht er niet echt uit. Zó moet een gezicht eruit zien.” En dan tekenden ze zoiets. Cirkel, twee ovalen voor een paar ogen, een zeven-op-z’n-kop-ding erbij en dan nog een kromme lijn. Maar weet je, dit lijkt niet echt op een gezicht, toch? Het is een pictogram. Het is visueel steno. Zo zien we eruit  in ons wereldbeeld van nu. 
Er komt continu zo veel informatie op ons af, dat onze hersenen het niet meer kunnen verwerken en we de wereld invullen met patronen. Veel van wat we zien, is wat we verwachten te zien. 
Goed. 
Ik laat je een trucje zien om je hersenen opnieuw te leren kijken. Hebben jullie allemaal een envelop met “Niet openen” erop? Pak hem maar, het is tijd dat je hem openmaakt. Er moet stuk papier en een potlood in zitten. Als je er klaar voor bent, draai je dan naar iemand naast je. Liefst naar iemand die je niet kent. Ja, gewoon doen, mensen. Dat doen we. 
(Gelach) 
Heel goed. Heeft iedereen een partner? Nu weer naar mij kijken. Kijk maar naar mij. Je gaat elkaar tekenen, goed? Nee, nee, wacht even. Ik beloof je dat het niet heel mooi hoeft te worden. Daar gaat het hier niet om. Het gaat om het kijken. Iedereen maakt er niks van, maak je geen zorgen. Je tekent elkaar met twee simpele regels. Eén, je mag je potlood niet van het papier halen. Een doorgaande lijn. Nee, geloof me. Het gaat om het kijken, oké? Een doorlopende lijn, niet van het papier halen. Regel twee, kijk echt niet op je papier als je tekent, goed? Ja, het gaat om het kijken. Kijk dus naar degene die je tekent. Zet je potlood neer in het midden van je papier. Kijk naar je partner. Kijk in een van de ogen. Maakt niet uit welk oog. Daar begin je. Klaar? Diep ademhalen. (Haalt adem) En begin maar. 
Gewoon tekenen, maar let op waar je bent. Je begint daar en je ziet dat er een hoek is. Misschien is er een kromming. Let op die lijntjes, de wimpers. Sommige dragen een masker, niets van aantrekken. Nu langzaamaan. Let goed op en teken wat je ziet. Niet naar beneden kijken. Ga door. (Gemompel) Nog vijf seconden. En stop maar. Bekijk je kunstwerk maar. 
(Gelach) 
Klopt het? Laat je ongeloofijke portret aan je partner zien. Echt mooi, hè? Ik wil ze zien. Houd maar omhoog. Kan je ze omhooghouden? Omhooghouden allemaal. Jeetje. Is dit echt? Jullie zijn geweldig. Je mag je tekening neerleggen. Leg maar neer. Leg ze op het papier. 
Dat was prachtig. Ze zijn verschrikkelijk maar ook prachtig. Waarom zijn ze prachtig? Omdat jullie allemaal een gezicht tekenden. Je tekende wat je zag. Je tekende niet hoe je dácht dat een gezicht eruit ziet. Je hebt ook iets gedaan dat bijna nooit wordt gedaan. Je hebt intiem oogcontact gemaakt, je keek elkaar aan zonder weg te kijken, en dat een minuut lang. Door het tekenen werd je rustiger, je ging opletten, je ging beter naar iemand kijken en je liet iemand beter naar jou kijken. Goed gedaan. Ik heb ontdekt dat zó tekenen enorm verbindend werkt. Goed. 
Ik noem mezelf dus illustrator en grafisch journalist. Ik teken en vertel verhalen. Ik breng tijd door met mensen, kijkend en luisterend. Ik neem de woorden op van degene waar ik mee praat en voeg die samen met tekeningen die ik maak, meestal live, zoals jullie ook deden. Ik merkte dat zulke tekeningen heel veel doen wat fotografie niet doet. Als iemand een camera op je richt, hoe voel je je dan? Niet prettig, toch? Als ik teken, dan houd ik mijn schetsboek laag en blijft er een open ruimte tussen mij en mijn model. Vaak zien mensen me tekenen en worden nieuwsgierig. Ze komen naar me toe, en dan begint een echt gesprek. 
Ik zal een voorbeeld geven. Een tijdje geleden, wilde ik een verhaal tekenen over de bibliotheek die ouderen helpt. Maar na een paar dagen loeren en rondlopen met mijn schetsboek en aan mensen vragen wat ze lazen, begreep ik hun verhaal niet. Tot ik tegen Leah aan liep. Leah is de eerste, en toen nog enige, full-time maatschappelijk werkster die haar werk deed voor een bibliotheek. Het bleek dat een openbare bibliotheek zeker de ouderen dient. Het is ook het middelpunt van sociaal werk van de stad. Dit is Charles. Charles werkt met Leah. En hij doet meer voor mensen in de bibliotheek die dakloos zijn. Hij nam me mee. Ik nam mijn schetsboek mee en tekende alles wat ik zag. Hij liet me een heel andere bibliotheek zien dan wat ik eerder zag. 
De computers waarvan ik dacht 
dat ze voor het inleveren van boeken waren, of om e-mails te lezen, waren een reddingsboei voor degene die een baan of een huis zocht. De wasbakken in de toiletruimte zijn de wasmachines en douches van de daklozen. De bibliotheek is een veilige, rustige plek waar iedereen naartoe kan gaan voor wat hij nodig heeft, en gratis kan uitrusten. Toen ik stopte met het zoeken naar het verhaal dat ik verwachtte, kwam er een compleet nieuwe en rijkere waarheid aan het licht. Dat bleek te gebeuren bij alles en iedereen die ik tekende. 
Ik teken zo uit de hand, net zoals jullie net deden. Ik bouwde dus een mobiel atelier achterin een chique Honda Element, waarmee ik overal naartoe kon gaan. Met iedereen praten en dan tekenen, schilderen en achterin slapen. Dat is erg gezellig. 
Ik reed in Utah om mensen te tekenen en ermee te praten, toen ik aan de kant van de weg een handgeschilderd bord zag. Er stond ‘laarzenmaker’ op. Ik stopte. Een grote, witte, breedbesnorde man die een cowboyoverhemd droeg, opende de deur en zag mij staan, met een schetsboek, een jumpsuit aan, uit de stad en linkse lesbienne, glimlachend en stom zwaaiend. 
(Gelach) 
Toen ik de opgezette poema zag tegen de muur achter hem, dacht deze vegetariër dat ze alles wist wat ze moest weten over Don de laarzenmaker. Maar we moesten het beste ervan maken. Ik vroeg of hij even wat van zijn handwerk kon laten zien. Dat vond hij goed. Het draaide eropuit dat ik de hele dag bleef, om Don in zijn werkplaats te tekenen, waar hij vertelde over de plotselinge dood van zijn geliefde vrouw, over zijn diepe rouw en over de jacht die hij gepland had, en dat hij ernaar uitkeek zijn zoon weer te spreken. Elk stuk gereedschap had een eigen verhaal. Hij was zo blij om dat met iemand te delen die echt nieuwsgierig en geïnteresseerd was. Tegen het eind van de dag keken Don en ik heel anders naar elkaar. En deze tekening belandde in mijn visuele column in de New York Times, of zoals Don het zegt, in de fake-nieuwskrant. 
(Gelach) 
Hij hangt nu ingelijst in zijn kamer met jachttrofeeën. 
(Gelach) 
(Applaus) 
Ik was er klaar voor om een nieuw tekenverhaal te beginnen toen de pandemie toesloeg. Opeens kon ik, net als veel anderen, mijn werk niet meer doen. Het was mijn eigen moeder die me voorstelde tekenles aan kinderen te geven. Aan kinderen die ontregeld zijn, die thuis zitten, en waarvan de ouders even wat welverdiende rust nodig hebben. Ik ben opgeleid als maatschappelijk werker, maar heb nooit eerder aan kinderen les gegeven. Maar op de avond dat de scholen sloten in San Francisco, ging ik naar Instagram en kondigde aan dat we de dag erop iets gingen proberen dat Samen Tekenen heet. 10 uur ’s ochtends. Ik zat achter mijn tekentafel in mijn atelier en mijn allerliefste vrouw richtte een iPhone op me en drukte op “Go live”. Ik verwachtte 100 kinderen, maar het werden er 12.000. Ze wilden heel graag een hond te tekenen. De volgende dag kwamen 14.000 kinderen om een boom te tekenen en die tekening die jullie zojuist ook hebben gemaakt. De bedoeling was vijf dagen vijf minuten lang, maar het werden elke dag 30 minuten, vijf dagen per week, maanden lang. We praatten over lijnen en vormen en we leerden over perspectief en over licht en schaduw. Maar wat er echt aan de gang was, was dat we ons samen door een wereldwijde ramp heen moesten slaan. 
Door tekenen komen we tot rust. Het houdt onze handen in beweging, dus krijgen we aandacht voor dingen waar we anders overheen kijken of die we negeren. Onderzoeken laten zien dat tekenen een van de effectiefste manieren is om kinderen hun gevoel te laten uiten, ook bij een trauma. Het helpt je om te praten over moeilijke dingen. We zeggen iets bij Samen Tekenen, het klinkt als hocus pocus maar het is zo: Tekenen is kijken en kijken is houden van. Als we kinderen een goede ondersteunende omgeving kunnen bieden, helpt tekenen hen af van perfectionisme en faalangst zodat ze, in tegenstelling tot ons, en vooral degenen van ons die schrokken toen ik zei dat we gingen tekenen. We kunnen die strenge zelfbeoordeling loslaten, zodat we dat later in het leven niet alsnog hoeven doen. 
Ik verwacht niet dat jullie allemaal tekenaar worden. Maar ik weet wel dat wij allemaal, kinderen, volwassenen, iedereen hier, beter kan worden in kijken. Omdat dit geen gezicht is. En als we leven zoals deze tekening, missen we alle diepgang en details van de wereld en van de mensen om ons heen. Dit is een gezicht. En dit is een gezicht. En dat is nog eens een gezicht. (Gelach) En dit zijn gezichten. En als je rustiger aan gaat doen, dat beloof ik, let dan op en kijk dan echt. Je wordt weer verliefd op de wereld en op al zijn bewoners. Na de afgelopen paar jaar, denk ik dat wij allemaal een kans moeten krijgen beter naar elkaar te kijken en naar onszelf, en eerlijk vertellen wat we zien. 
Dank je wel. 
(Applaus) 
